dinsdag 3 september 2019

Les



'Denk eraan, vanavond hebben we Papiamentu,' waarschuwde ik echtgenoot. Die heeft regelmatig van alles te doen op dinsdagavond en dat is niet handig. Zeker niet als hij de auto nodig heeft, want dan kan ik ook niet gaan.
Terwijl ik het zei, bedacht ik dat ik nog wel even de aantekeningen van de week ervoor moest bekijken. Had ik nog niet gedaan. Zo gaat het iedere week. Dinsdagavond kom ik enthousiast thuis, neem me voor om elke avond even naar de woordenlijst te kijken zodat ze dan misschien blijven hangen.
Maar dan is er van alles te doen. Werk, huishouden, klussen aan ons wel bewoonbare, maar nog lang niet afgewerkte huis, bezoekjes aan officiƫle instanties om de verhuizing te regelen, afspraken met vrienden en een feestje als kers op de taart. En ineens is het alweer dinsdag.
Nu is dit geen heel schoolse cursus. We worden min of meer overhoord, maar erg hard gaat het niet allemaal. Met even snel de aantekeningen doorlezen kan ik aardig de schijn ophouden.
Echtgenoot probeert de schijn niet eens meer op te houden, die heeft teveel werk aan zijn hoofd om er nog woordjes bij te kunnen proppen en bovendien sowieso geen aanleg voor talen. Het blijft allemaal niet erg hangen bij hem.
Maar we gaan er eigenlijk ook vooral heen omdat het zo ontzettend gezellig is. Onze lerares is een echte CuraƧaose, die vijfendertig jaar in Nederland gewoond heeft. Ze weet dus veel van het eiland, maar is tegelijkertijd ook heel Nederlands. Zegt dingen als 'om de dooie donder niet', wat echt niet te vertalen is in het Papiamentu.
Dat laatste is trouwens mijn grote probleem met deze taal. Papiamentu is een vrij beperkte taal, met een simpele grammatica. Mensen die ermee opgegroeid zijn, kunnen er alles mee zeggen, maar je moet wel uitgaan van eenvoudige, korte zinnen. En ik ben van nature nu eenmaal vrij woordenrijk (dat was mijn lezers vast nog niet opgevallen – ha!), dus dat is lastig. Cynisme kun je trouwens ook slecht letterlijk vertalen.
Het is dus niet alleen een kwestie van woordenschat en grammatica, maar – voor mij – vooral een kwestie van me anders leren uitdrukken. En dat is lastig, na bijna een halve eeuw erop los kletsen.
Maar goed, ik doe mijn best en ik steek toch wel wat van de lessen op.
Vorige week leerden we hoe allerlei traditionele zoetigheden heten. Daar is bij mij niet veel van blijven hangen om eerlijk te zijn, want ik kan geen suiker eten (niet zonder er ziek van te worden in ieder geval). De andere leerlingen konden ook proeven en maakten ijverig aantekeningen van wat ze het lekkerst vonden.
Gelukkig leerden we daarna ook nog wat werkwoorden. Ik vroeg wat opruimen in het Papiamentu was, want als ik moet vertellen wat ik deze week gedaan heb, kom ik vooral op schoonmaken (die wist ik al – limpi) en opruimen.Dat bleek gewoon 'opruimen' te zijn.
We gingen door naar de kledingstukken. Een van de mannelijke leerlingen vroeg naar het woord voor beha.
'Hoho, eerst de bovenkleding,' remde de lerares af.
Waarop hij met een heel serieus gezicht antwoordde: 'O, sorry. Ik wilde graag wat dieper op de materie ingaan.'
Toen we daarover uitgelachen waren, handelden we alle kledingstukken die we konden verzinnen nog even af. Mijn bijdrages waren zwempak, zwembroek en bikini, die weer letterlijk hetzelfde bleken te zijn. Ik heb er een neus voor, blijkbaar, want twee weken eerder bij de boodschappen zat ik met ham en wortel ook al in hetzelfde schuitje.
Daarna bespraken we nog even de brand in het belastingkantoor en andere politieke en maatschappelijke zaken. We raakten lekker op dreef, dus stuurde ik echtgenoot, die thuis aan het werk was, maar een berichtje om te melden dat het een beetje uitgelopen was. Anders ging hij zich nog zorgen maken.
Ik deed dat wel in het Nederlands, want ik kan 'Het duurde wat langer, ik ga nu pas weg' nog niet in het Papiamentu zeggen. En als ik het kon, zou hij het niet begrijpen. Gelukkig hebben we nog heel wat weken les te gaan...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten