Geertrude Verweij over schrijven, lezen en leven

{column} Thuis



Ik droomde dat ik niet meer wist waar mijn thuis was. Het was een nare droom. Ik bleef zoeken, op Curaçao, in Nederland (in mijn droom kon ik een stuk gemakkelijker heen en weer reizen dan in het echt blijkbaar), maar ik kon het nergens vinden.
Toen ik wakker schrok voelde het alsof ik in een vreselijke nachtmerrie had gezeten. En dat was het eigenlijk ook. Maar toen keek ik om me heen en dacht "O, het was een droom. Ik ben gewoon thuis."
Dat stelde me heel even gerust, maar daarna besefte ik dat we in ons kleine huurappartementje op Grote Berg waren en dat ik eigenlijk niet wist of dat nu wel thuis was. Want ons huisje in Nederland zat door mijn droom ook heel erg realistisch op mijn netvlies en dat is toch ook thuis.
Waarmee de nachtmerrie dus eigenlijk gewoon verder ging.

Tegenwoordig is het een trend om veel na te denken over het hele concept "thuis". Allerlei Scandinavische termen zie ik voorbij komen. Ik volg het allemaal niet echt, maar voor zover ik het begrijp is het belangrijk dat de plek waar je woont met veel kussens, kaarsjes en andere knussigheid aangekleed wordt. Dan is het pas echt een thuis. Zegt men.
Ik weet het niet. Ik ben geen minimalist, maar volgens mij zit het thuisgevoel toch niet in spullen. Dat lijkt me niet logisch. Ben je je thuis kwijt als je spullen weg zijn? In sommige situaties misschien wel. Als je huis in één keer afbrandt, zal het best voelen alsof je thuis kwijt is. Maar als je een nieuwe bank neerzet omdat de andere totaal versleten was, lijkt het me onzin om te zeggen dat het thuisgevoel daardoor verandert.

"Home is where the heart is", zeggen mensen die wat minder materialistisch zijn dan. Heb ik ook altijd gezegd. Maar daar heb ik ook niets aan. Want mijn hart is gespleten. Enerzijds is een heel groot deel  van mijn hart bij echtgenoot en het eiland waar we zo van houden, anderzijds hangt er toch ook nog wat rond in mijn geboorteland (ondanks alle nadelen zit Nederland me toch wel enigszins aan het hart gebakken) waar bovendien alle andere mensen waar ik van hou wonen.
Als ik puur op mijn hart afga, weet ik dus nog niet waar mijn thuis is. Dat is blijkbaar ook gespleten.

Misschien is dat het wel waar ik gewoon mee moet leren leven. Want dit eiland... Ik hou niet van hoogdravende woorden, maar echtgenoot zei: "Het eiland kruipt in je." En dat zou wel eens heel goed uitgedrukt kunnen zijn. Er is geen enkele logische reden om te voelen wat ik hier voel. Ik kom hier niet vandaan, heb hier niet als kind gewoond, heb er in verhouding weinig tijd doorgebracht. En toch. Het klopt. Het zit ergens heel diep verankerd. We gingen hier in januari naar toe om te kijken of de droom nog leefde, na drie jaar niet geweest te zijn. We hadden allebei stiekem het idee dat het misschien gewoon zou tegenvallen. Dat zou gemakkelijk zijn geweest. Dan konden we gewoon doorleven en onze weg in Nederland gaan zoeken. Maar we hadden allebei dezelfde ervaring. We kwamen aan, reden de parkeerplaats van het vliegveld af en dachten: "Thuis."

Toch denk ik, nee, weet ik uit ervaring, dat ik dat straks ook heb als we in Nederland landen. Hoe koud, grijs en donker het ook zal zijn, de achtergrond gedachte is "Thuis."
Nu ik erover nadenk, dat gespleten gevoel is er altijd al. Want ik heb het ook in Gouda, waar we 10 jaar gewoond hebben, maar al 18 jaar niet meer wonen. Voelt nog steeds als thuis, zodra ik er binnenrijd. Mijn geboortedorp, waar ik al 28 jaar niet meer woon is vreselijk veranderd, maar sommige straatjes.... Thuis.
En Rotterdam. Als we het toch over onlogisch hebben. Nooit gewoond. Maar wel dat gevoel. Thuis. In Engeland had ik het trouwens ook, als kind al. En later in Australië weer.

Misschien maken we het wel veel te ingewikkeld met z'n allen. Heeft "thuis" niets te maken met een fysiek huis en de inrichting daarvan. En ook niet met wie er ook wonen of in ieder geval dichtbij. Het is fijn als de mensen waarvan je houdt dichtbij zijn, maar niet essentieel voor dat thuisgevoel. Dat merk ik bij onszelf en dat heb ik bij heel wat anderen ook gezien.

Misschien is thuis een oergevoel. Nog uit de tijd dat we in dierenhuiden rondwandelden en in grotten woonden. Toen trokken we tenslotte ook van de ene naar de andere plek. Misschien is dat gevoel van thuiszijn iets dat aangeeft dat je er wel een tijdje kunt blijven. Dat het er veilig is, dat je er fijn kunt leven, dat er mensen zijn die je kunt vertrouwen, dat het goed is om er te zijn. Zoiets.

Ik heb die nachtmerrie na die eerste keer nog twee keer gehad. Maar toen was ik er blijkbaar klaar mee ook. Daarna was dat gevoel van niet weten waar ik thuis was weg.
En nu ik het hier in dit stukje probeer uit te leggen, snap ik het ineens ook helemaal. Ik hoef niet te kiezen. Ik ben thuis op meerdere plekken tegelijk.
Dat is niet raar, dat is niet verkeerd. Dat kan gewoon. Daar hoef ik dus geen nachtmerries van te krijgen. Dat is eigenlijk juist heel goed. Want het maakt je leven wel een stuk gemakkelijker als je je thuisvoelt waar je op dat moment bent...
Lees verder ...

Lezen : op papier of digitaal?


Ik heb al jaren een e-reader, maar ik moet eerlijk toegeven dat ik hem vooral gebruikte als ik op reis was. Daarvoor is zo'n ding dan ook ideaal. Je hoeft niet meer te wikken en te wegen welke boeken je mee kunt nemen en welke niet. Ik vond dat altijd een ramp. Ik weet echt niet van te voren waar ik zin in heb. En ik kan ook nooit genoeg boeken meesjouwen. Nou ja, dat is niet helemaal waar. Sinds echtgenoot en ik samen op vakantie gaan (zonder kinderen dus) lees ik niet zoveel.

Uitkomst

Als ik daarentegen met hem mee ga als hij naar het buitenland moet voor werk, mag ik wel een extra koffer meenemen voor de hoeveelheid boeken die ik dan zou kunnen verwerken. Vaak komt het erop neer dat ik in zo'n periode meer tijd op internet doorbreng dan me lief is. En dan is een e-reader dus echt een uitkomst.
Meestal leen ik het maximaal toegestane aantal boeken van de bibliotheek (iedereen die lid is van de "echte" bibliotheek kan gratis e-boeken lenen op bibliotheek.nl) en natuurlijk kan ik er altijd meer downloaden.

Abonnement

Bol.com en Kobo hebben een abonnement waarmee je voor nog geen 10 euro per maand min of meer onbeperkt boeken kunt downloaden. Die mag je niet houden, maar dat hoeft ook niet. Ik heb dat abonnement nu ruim twee maanden en ik ben er razend enthousiast over. Het was even wennen, vooral met zoeken naar wát je dan wil lezen, maar nu ik heb ontdekt dat ze meer dan zevenhonderd "cozy mysteries" in de lijst hebben staan (wel in het Engels, maar dat deert me niet), ben ik óm. Daarnaast lees ik columns van Annie M.G. Schmidt, religieuze thrillers en eigenlijk alles wat ik tegenkom en wat me leuk lijkt. Echtgenoot leest ook via mijn account, want je mag het abonnement op vijf apparaten gebruiken. Voor ons werkt dat zelfs heel goed. Net als bij echte boeken zie ik af en toe iets staan waarvan ik weet dat hij het boeiend zal vinden. In de kringloop koop ik het voor hem, nu download ik het.

Illegaal

Even tussendoor: ja ik weet dat je gemakkelijk duizenden boeken gratis of voor bijna niets kunt downloaden. Iedereen kent wel iemand die "een stickie vol boeken" kan uitlenen. Maar dat is illegaal en bovendien broodroof. De schrijvers zien namelijk geen cent van wat er op die manier verspreid wordt. En aangezien ik zelf schrijver ben kan ik het niet maken om op die manier boeken te lezen. Die mogelijkheid neem ik dus niet mee in dit stukje.

Liever papier?

Thuis pak ik  meestal weer een gewoon papieren boek. Ik hou van de geur van boeken, van het gevoel van papier tussen mijn vingers, van het omslaan van bladzijden, van het gewicht in je handen. Hoewel... dat laatste doet me soms denken dat een e-boek ook handig zou zijn. Soms moet ik stoppen met lezen omdat ik mijn boek niet meer vast kan houden (artritis) en dat is toch jammer.
Ik hou ook van het fijne gevoel dat een volle boekenkast me geeft. Er is niets fijner dan er boeken bij zetten, of de planken reorganiseren. Ik zou dat toch ontzettend missen als ik alleen maar digitale boeken had. Toch zal ik daar de komende tijd aan moeten wennen, want ik ga geen container boeken naar Curaçao verschepen. Een paar heel geliefde boeken mogen er mee in de koffer, boeken waarvan ik het echt heel jammer zou vinden als ik ze niet meer had gaan voorlopig in de opslag, de rest moet weg. Maar daar denk ik nog maar even niet over na.

De toekomst

Ik denk dat digitaal wel degelijk de toekomst is. Die ontwikkeling hou je niet tegen. En het went snel. Ik betwijfelde eerst of het wel fijn zou zijn om alleen maar digitaal te lezen, maar na een paar weken was ik er al helemaal aan gewend en ik heb op Curaçao geen moment het gevoel gehad dat ik liever een normaal boek wilde hebben. Echtgenoot wel, maar die las op zijn telefoon en dat werkte toch niet heel prettig. Een e-reader leest een stuk gemakkelijker.
Trouwens, als er over een aantal jaren nergens meer echte boeken te koop zijn (men zegt dat het zo zal gaan, ik weet het niet) moet ik wel, wat ik er verder ook van vind. Want het belangrijkste vind ik toch het lezen zelf. Dat zou ik niet willen missen.

Mijn mening als schrijver

Als schrijver vind ik die ontwikkeling trouwens wel lastig. Want de overgang naar digitaal betekent een enorme verandering. Ik schreef hierboven al over illegaal kopiëren, maar dat is niet het enige probleem.

Wat ook meespeelt is dat het steeds gemakkelijker wordt om verhalen te publiceren. Vroeger moest je op de een of andere manier proberen op te vallen tussen de enorme stapel manuscripten die een uitgever ontvangt. Als er geen enkele uitgever brood zag in je werk, kon je het wel vergeten. Gepubliceerd worden betekende dus iets. Iemand die er verstand van had, vond je goed genoeg om er geld en energie in te steken.

Nu het steeds gemakkelijker wordt om te publiceren en het zelfs niet meer nodig is om geld uit te geven om het te laten drukken, wordt het aanbod steeds groter. Enerzijds goed, want het aanbod wordt ook gevarieerder. Anderzijds voor ons, "gevestigde" schrijvers, een vervelende ontwikkeling, want marketing en media aandacht worden steeds belangrijker. Het is niet meer voldoende om bij die uitgever als "goed" uit de stapel te komen, je moet steeds meer naar buiten treden. Mensen moeten je naam kennen, anders val je niet meer op in de grotemassa. Vroeger was het genoeg als je boek gedrukt was, dan kwam het meestal wel in bibliotheken en boekhandels terecht, maar met digitale boeken werkt het anders. Het kan dan wel eens meer om publiciteit gaan draaien dan om kwaliteit. En dat zou jammer zijn.

Toch denk ik niet dat het zin heeft om erover te piekeren. Verandering hoort nu eenmaal bij het leven. Zelf ben ik hard aan het nadenken over de ontwikkelingen in de boekenwereld en wat ik daar mee kan doen. Ik hoop dat ik nog een tijdje mag genieten van die groeiende rij echte, tastbare boeken boeken met mijn naam erop, maar ik wil ook kijken wat ik kan doen met e-boeken en digitaal aanbod.

Jullie mening

Ik ben dus ook wel benieuwd: hoe lezen jullie het liefst? Digitaal of papier? Van de (e-)bibliotheek of uit de winkel? En hoeveel zou je willen uitgeven aan boeken? Is die 10 euro per maand redelijk (dat betaal je tenslotte ook voor Netflix) of teveel?
Lees verder ...

{creatief} 52 mutsen :: 11 - gebroken rib (gratis patroon)



Tijdens de verhuizing van mijn ouders vond ik een boek dat nog van mijn oma geweest is met allerlei breipatronen erin. Niet patronen van mutsen, truien, enzovoorts, maar patronen in de zin van combinaties van steken. Ideaal voor mijn mutsenproject dus, want het is leuk om af en toe de standaardcombinaties eens af te wisselen. Ik nam het boek niet mee naar Curaçao, omdat ik bang was dat de lijm uit zou drogen, maar in 2017 gebruikte ik al eens zo'n patroontje en gelukkig had ik dat netjes in mijn brei-notitieboekje opgeschreven, zodat ik het boek niet nodig had om deze muts te maken.

Ik vind namen verzinnen voor patronen bijna net zo moeilijk als het verzinnen van titels voor mijn boeken. Deze -ietwat vreemde- naam is dan ook simpel de naam die het boek gebruikte voor de stekencombinatie. 

Ik breide deze muts met Garen Julia van Zeeman en zette 78 steken op met naald 4. De rest van de instructies verwerkte ik in  een patroon, dat je hier gratis kunt downloaden.

Mocht er iets onduidelijk zijn of niet kloppen, laat het me dan weten. En natuurlijk hoor ik het ook graag als je dit patroon gemaakt heb en alles was goed ;-)

Lees verder ...

{column} Tussen twee werelden

 

Eén van mijn minder prettige eigenschappen is (vind ik zelf, hoor) dat ik slecht ben in langzame overgangen. Als ik iets besloten heb, moet het maar ineens gebeuren ook. En als iets nu eenmaal bijna voorbij is, ben ik er helemaal klaar mee.

Dat is lastig met vakanties, vooral als je met tent, camper of vouwwagen aan het trekken bent. Als ik eenmaal wég ben van mijn vakantiebestemming, wil ik liever naar huis ook. Na een heerlijke periode in Italië of Frankrijk de laatste nacht in Duitsland of België doorbrengen vind ik echt helemaal niets. In gedachten ben ik dan al thuis van alles aan het redderen en echt leuk is zo'n tussenhalte meestal niet (anders waren we dáár wel op vakantie gegaan). Je zit echt een beetje tussen twee werelden, het is vakantie, maar toch niet meer. Je bent bijna thuis, maar nog niet helemaal. Gelukkig heeft echtgenoot dezelfde instelling, maar of in één ruk naar huis rijden nu echt de juiste manier is om je vakantie af te sluiten weet ik niet. Het is trouwens ook niet altijd mogelijk.

Ik merk dat ik het nu ook weer heb. Tien weken Curaçao is lang, maar het is omgevlogen. Alleen deze laatste week... het schiet gewoon niet óp.

Natuurlijk hou ik mezelf voor dat ik er nog even van moet genieten. Van de hele dag buiten zijn, van blauwe luchten en zon en warmte, van zwemmen in de zee, luieren op het strand, eten op een terrasje, zonsondergangen en... nou ja, van alles. Want dat zullen we toch allemaal moeten missen, de komende maanden.
En ervan genieten doe ik ook, zo bewust mogelijk.

Maar ergens in mijn achterhoofd ben ik er nu wel klaar mee. Dat heeft er natuurlijk ook mee te maken dat er in Nederland een berg werk (huis afmaken en in de verkoop zetten, spullen uitzoeken, administratief gedoe) op ons ligt te wachten en dat we daarna weer terug mogen. Hoe eerder we beginnen met dat werk, hoe eerder we terug kunnen.

Maar het is ook gewoon dat karaktertrekje dat de kop weer opsteekt, dat realiseer ik me maar al te goed. Want dit is zo'n overgangsperiode. Net als België en Duitsland. Niet de plek waar ik wil zijn. Niet het één en ook niet het ander. We zijn nog op Curaçao, waar we eigenlijk gaan wonen, maar toch al aan het afscheid nemen. Ik leef weer tussen twee werelden. Mijn gedachten draaien voortdurend om het feit dat we nu nog hier zijn, maar ook bijna weg gaan.

Laatste keer op vrijdag naar Seaquarium Beach, laatste keer een hapje eten hier en een drankje daar. Echtgenoot moet er een korte broek bij hebben en drie rokjes is ook wat weinig voor mij, maar om nu nog kleren te gaan kopen is eigenlijk onzin. Ik wil een nieuw notitieboekje, maar thuis heb ik er nog drie, dus laat maar even. Ik heb nog wat eten in de vriezer, dat moet eigenlijk nog op, heb ik nog genoeg ontbijt voor de laatste paar dagen, hoe laat moeten we eigenlijk op het vliegveld zijn, wanneer leveren we de huurauto in, wie haalt ons op vanaf Schiphol, ga ik nog wassen of neem ik het mee naar Nederland, heb ik warme kleding voor als we aankomen... Enzovoort.

Het liefst zou ik nu direct de boel in de koffers gooien en op het vliegtuig stappen. Zonder al dat overgangsgedoe. Thuis eerst de dochters en de rest van de familie zien en knuffelen en dan lekker aan de gang met alles wat ik wil en moet doen. Maar dat kan nu eenmaal niet.

Dus geniet ik nog maar even van mijn benen in de zon, van misschien straks nog even naar het strand, van vanavond eten we Curaçaose worstjes en Curaçaose sla en Çuracaose komkommer. Met tomaten ergens anders vandaan, maar waar vandaan weet ik niet, want dat staat niet op het etiket. Het zou ook kunnen dat we toch nog even naar ons favoriete restaurantje gaan. Of zullen we dat morgen doen? Dat is echt de laatste dag, namelijk. Tenzij je dinsdag meerekent, want we gaan pas 's avonds weg en we zouden dus nog uitgebreid kunnen gaan lunchen. Morgen misschien toch nog even de lakens wassen? Straks in Nederland gooi ik het zó in de machine en hier moet het in een emmertje. Maar eigenlijk is dat ook gewoon best leuk en het scheelt toch werk in Nederland en daar heb ik genoeg te doen. Waar begin ik met de grote verhuis opruiming? Het kantoor? Ja, goed idee. Papierwerk uitzoeken, vernietigen wat weg mag, kantoor leegmaken, zodat echtgenoot de muren kan afwerken. En dan...

Ho stop! Ga ik weer!
Dat is toch erg? Of niet?

Weet je wat ik nu ineens bedenk? Misschien moet maar gewoon accepteren dat ik zo in elkaar zit. Tenslotte is het ook wel fijn dat ik in gedachten al onderweg naar huis ben. Dat ik ook best zin heb in de dingen die me daar te wachten staan. Dat maakt de overgang uiteindelijk ook wel gemakkelijker.

Zo ging het vroeger met die vakanties ook. Want meestal kwamen we toch op die camping in Duitsland of België terecht. Dat moest dan maar. We gooiden met de pet naar het campinghuishouden, want dat kón fijn nog even voor we weer in het gareel moesten. En als we dan eenmaal thuis waren, was het best fijn om te redderen en te rommelen en weer aan het werk te gaan, want daar hadden we al een dagje zin in.

Eigenlijk is het helemaal niet zo'n slechte karaktertrek als ik dacht toen ik aan dit stukje begon...
Lees verder ...

Drie op donderdag :: vrijdagse visites

We zijn eigenlijk heel saaie mensen. Zelfs op een eiland waar zóveel te doen is, hebben we zo onze vaste gewoontes. Op vrijdagavond bijvoorbeeld, vieren we graag dat het weekend begonnen is op de Boulevard bij Seaquarium Beach.
Patatje bij Aloha, drankjes bij Wet & Wild. En tussendoor een wandelingetje langs het water om een paar visites af te leggen.

:: Vissen


Het stikt daar werkelijk van de vissen. Dit is geen vijver of andere afgesloten plek, dit staat gewoon in verbinding met open zee. Maar blijkbaar is er veel voedsel te vinden, want je kunt er altijd veel en allerlei soorten vissen zien.

:: Leguanen


Er zit er altijd wel eentje, meestal meer. Ik heb wat met die beesten. Ze zijn zo lelijk dat ik ze eigenlijk heel mooi vind. Wat onzin is, maar toch waar. Als je ze vaker ziet en goed kijkt, zie je dat ze allemaal verschillend zijn.

:: Zeehonden



Deze leven helaas wel in gevangenschap. Maar ze lijken er redelijk vrolijk onder te zijn. Toen ik deze foto nam lagen ze een dutje te doen in het water. De ene hield zijn neus boven water om te ademen, de andere bewoog zijn kop op en neer om af en toe een hap adem te nemen. Ik zou niet kunnen zeggen wie de handigste methode had gevonden, ze leken allebei heerlijk ontspannen.

Lees verder ...

{opruimen} Administratie weggooien of bewaren?

 

Als je aangifte inkomstenbelasting eenmaal gedaan is, is het verleidelijk om de hele boel lekker op te schonen. Wat heb je verder nog aan al die loonstroken, facturen en afschriften? En aan al die bestanden op je computer?
Hup, de container in of lekker de hele zooi deleten. Dat ruimt lekker op.

Ho!
Stop!
Niet doen!


Hoewel je als particulieer niet verplicht bent om alles te bewaren kan de belastingdienst tot vijf jaar teruggaan in de tijd met navorderingen. Zonder je loonstroken, bankafschriften etc. heb je geen enkele mogelijkheid om te bewijzen dat het niet klopt wat ze beweren. Reken vijf jaar terug vanaf het jaar waarvan je de laatste definitieve aanslag hebt gehad (dat is de brief van de belastingdienst waar in de rechterbovenhoek "aanslag" staat, het jaar staat eronder) en bewaar van die jaren in principe alles wat op dit lijstje staat. Dat heb je namelijk gebruikt om die aangifte te doen.
Daarnaast is het handig om bonnen die dienen als garantiebewijs en bonnen en facturen van grote aankopen of reparaties aan je huis te bewaren.
Voeg de belastingaanslagen die betrekking hebben op dat jaar (het jaartal staat ook rechtsboven) toe als je ze binnenkrijgt en/of betaald/ontvangen hebt (ik leg ze bovenop). Houdt alles per jaar bij elkaar in één ordner (of gebruik een archiefoplossing zoals deze binders gecombineerd met dit soort dozen) en zorg dat je gemakkelijk kunt zien welk jaar wat is. Op deze manier kun je namelijk heel gemakkelijk je archief opschonen als het dan eindelijk wel mag.
Kijk voor de zekerheid even of je al een definitieve aanslag voor 2016 hebt. Ja? Dan moet je dus 2016, 2015, 2014, 2013 en 2012 bewaren. Nee? Reken dan terug vanaf de laatste definitieve aanslag.

(zie ook: hoe bewaar je de (papieren) administratie?)

Digitaal

Als je je documenten goed hebt opgeruimd, kun je digitaal net zo gemakkelijk opruimen als analoog. Open het mapje dat je wilt deleten en loop de lijst met documenten nog even na. Zit er iets tussen dat je langer wilt bewaren? Verplaats dat dan naar het mapje "documenten", waar het gewoon kan blijven staan tot het echt niet meer van toepassing is.

(zie ook: digitale documenten overzichtelijk opslaan)

Ben je ondernemer?

Dan moet je meer bewaren dan wanneer je particulier in loondienst bent. Wat precies vind je hier op de site van de belastingdienst, dat ga ik niet allemaal overnemen, want dat is vragen om fouten en die verantwoording wil ik liever niet. In principe komt het erop neer dat je alles moet bewaren dat aantoont wat je precies wanneer gedaan hebt en voor welk bedrag. Dus bonnen, facturen (inkoop- en verkoop), bankafschriften, kasbladen, maar ook agenda's en mail.
Een ondernemer heeft een langere bewaarplicht: 7 jaar vanaf de laatste definitieve aanslag. Als je nu wilt opruimen en je hebt een definitieve aanslag van 2016 in je bezit, mag je dus alles van 2009 en ouder wegdoen. Tenzij het om onroerend goed gaat, daar staat 10 jaar voor.
Bij twijfel altijd navragen bij je boekhouder of de belastingdienst zelf.

Oud papier of vernietigen?

Ik heb een voorkeur voor de langzame methode, hoewel dat me soms zwaar valt (want soms is het heeeeeel veel). Ik haal ieder papiertje zelf door de papiervernietiger. Dat zorgt ervoor dat ik meteen kan kijken of er toch niet iets is dat ik wel wil bewaren (ik bewaar bijvoorbeeld de facturen van onze dakrenovatie, de ketel en het dubbelglas, want die kunnen belangrijk zijn voor de verkoop van ons huis).
Je kunt natuurlijk ook de stapel nog een keer nakijken en dan bij het oudpapier leggen. Ik zou het dan wel in de container van de gemeente gooien (bij ons wordt dat geperst) en niet in de dozen voor scholen of verenigingen. Je wil tenslotte niet dat al je gegevens op straat liggen.
Laten vernietigen is ook een optie. Ik heb daar zelf (nog) geen ervaring mee, maar de prijzen schijnen redelijk te zijn. Er zijn ook bedrijven die bij je thuis komen en terplekke alles versnipperen.

Gewoon alles bewaren?

Wij hebben een heel klein huis en zijn bovendien bezig met emigratie. Ik kan dus niet wachten tot de laatste paar jaren waarin we alles, maar dan ook alles, op papier bewaarden eindelijk weg mogen, want dat gaat veel ruimte schelen.
Er zijn ook mensen met enorme zolders die dat probleem niet hebben en desnoods een eeuw aan papierwerk kunnen opslaan. Lekker gemakkelijk, hoef je nooit na te denken over wat je moet bewaren en wat weg mag. Zou je denken.
Toch is het volgens mij belangrijk om je archief te blijven opschonen.
Waarom?
Omdat het steeds lastiger wordt om dingen weg te doen.
Een kasboek van tien jaar oud is nutteloos en kan zonder problemen vernietigd worden. Maar het kasboek van veertig jaar geleden heeft ineens emotionele en historische waarde. Als je niet elk jaar vernietigd wat vernietigd mag worden, scheep je je bejaarde zelf (die moet opruimen om kleiner te gaan wonen) of je nabestaanden met een enorm zware taak op. Bestem desnoods één kleine doos voor dingen die je uit sentimenteel oogpunt echt graag wilt bewaren, maar zoek die spullen uit zodra de doos vol begint te raken.


Lees verder ...

{creatief} 52 mutsen :: 10 - Favoriet



Wie zich mijn vroegere blogs over mutsen breien nog kan herinneren, weet vast wel dat ik één patroon heb waar ik steeds op terug val. Het rare is dat het absoluut niet mijn favoriete model om te dragen is. Sterker nog, echtgenoot en ik zijn het erover eens dat dit model mij niet echt geweldig staat. Maar het is wel een heel leuke muts om te breien. En daarom val ik er toch regelmatig op terug. Ik moet echt nog eens een keer alles wat ik ooit gebreid heb op een rijtje zetten (tip: nooit je Ravelry account deleten!), maar ik denk dat ik er zeker meer dan 20 gemaakt heb inmiddels.

Het patroon is van Soulemama, toepasselijk "Soulemama's Favorite Knit Hat" genaamd en te downloaden via haar website. Ik maakte hem met het garen Julia in lichtblauw van Zeeman, 72 steken opgezet met naald 4. je hebt maar een halve bol nodig, want deze muts en de muts van vorige week zijn van de zelfde bol (en er is nog steeds een klein beetje over).
Lees verder ...

{column} Botsautootjes in mijn hoofd


 Mijn hoofd is net een kermisattractie. Nee, dat kun je niet van buitenaf zien (gelukkig niet, dat moest er nog bijkomen). Maar van binnen is het net die kraam met botsautootjes. En dan niet midden op de dag, als vaders voorzichtig met hun allerjongste proberen botsingen te vermijden. Nee, meer zoals aan het eind van de avond als je nog geen centimeter kunt rijden zonder keihard geraakt te worden door mensen die - toegegeven, vrij logisch - het concept botsautootjes heel letterlijk nemen.

In mijn hoofd zijn het geen autootjes die botsen. Het zijn talen. Dat deden ze altijd al. Ik lees en schrijf Nederlands en Engels door elkaar en dat is weleens lastig. Als de ene taal in de voorgrond staat, kan ik me minder goed uitdrukken in de andere taal. En snel schakelen is niet altijd mogelijk. Maar goed, dat gaat al jaren goed, dus die botsingen was ik gewend. Maar nu probeer ik ook nog eens papiamentu te leren en daardoor botst het de hele dag door.

Papiamentu is geen gemakkelijke taal om te leren. Het is dan ook een taal die is samengesteld uit Afrikaanse talen en Portugees, gecombineerd met woorden uit het Spaans, Nederlands en Engels. En er schijnt ook nog een stukje restant van de oorspronkelijke bewoners van Midden-Amerika in te zitten (de Nederlandse Wikipedia heeft een uitgebreid stuk over de nog steeds niet helemaal duidelijke oorsprong van de taal).

Vooral die Nederlandse en Engelse woorden doen me de das om, want dan schakel ik dus terug naar één van die talen. Als ik beweer dat ik een sèntwich heb gegeten voor lùnch, wordt het bij mij een rommeltje in mijn hoofd, zeker als je daarbij een kòpi kòfi o te drinkt. Maar verder lijkt het dan weer totaal niet op Nederlands. Mi ta yama Geertrude. Kon ta bai? (Ik heet Geertrude. Hoe gaat het met u?)
Mi ke purba papia papiamentu (ik wil proberen papiaments te spreken) ma è ta difísil (maar het is moeilijk). Ik weet eigenlijk niet eens of dat laatste goed is, want bij "ma" botst het alweer. Dat klinkt te Nederlands.

Onze bovenbuurvrouw is lerares en probeert ons te helpen. Zij begroet ons dus standaard in het Papiaments. Maar meestal komt ze langslopen als we hard aan het werk zijn. En dan zeggen we automatisch "Goedemiddag" in plaats van  "Bon tardi". Tja. Het zal wel wennen.

Ooit hoop ik zo goed te zijn in de taal dat ik een gesprek kan voeren. En in ieder geval zo goed dat ik kan verstaan hoeveel ik moet afrekenen in de supermarkt, in plaats van stiekem op het schermpje van de kassa (dat lang niet altijd goed leesbaar is) te turen of maar gewoon honderd gulden te geven in de hoop dat dat genoeg is.

Onze buurman links komt uit Columbia en zijn vrouw uit Venezuela. Met hen kan ik dus ook niet echt communiceren, want ik ken maar een paar woordjes Spaans en verder spreken ze alleen maar Papiamentu. We zeggen bon dia, bon tardi en bon nochi als we elkaar zien en daar blijft het bij.
Onze huisbaas is Italiaans. We communiceren in het Engels en dat gaat goed, maar zijn Spaans is beter. In zijn eigen taal kan ik alleen maar zeggen dat de lift het niet doet, want dat is het enige dat is blijven hangen van een paar weken Italiaanse les op de middelbare school. Onze bovenburen (de lerares en haar zoon) zijn Surinaams. Dat is een voordeel, want zij spreken dus Nederlands, hoewel de zoon al zo lang hier woont dat zijn Papiamentu beter is. De buren aan de andere kant zijn Curaçaos, maar spreken wel behoorlijk goed Nederlands. Met hen kan ik in ieder geval een beetje normaal praten, maar je merkt toch dat er af en toe iets niet helemaal overkomt als wij te snel en te uitgebreid in het Nederlands staan te kletsen.

Mi ke siña papiamentu. Ik wil papiaments leren. Echt.

Ik wou alleen dat het niet zo botste in mijn hoofd. Maar ik zou niet weten hoe ik dat in het papiaments moet zeggen...
Lees verder ...

Drie op donderdag :: Santa Martha




Een heerlijk ritje over bochtige wegen in de heuvels (bergen hebben we op Curaçao niet echt), langs prachtig uitzicht waar we niet stopten voor foto's (vier jaar geleden wel), om uiteindelijk uit te komen bij een verlaten resort en een heerlijk strand waar we een tijdje fijn met de voeten in de branding stonden (zwemmen kon wel, maar daar hadden we even geen zin in).
Mijn idee van een perfecte zondagmiddag ;-)
Lees verder ...

{gelezen} Over Curaçao in de tijd van de slavernij - Christina van Cornelis Goslinga

 (foto uit mijn archief - de kades links en rechts waren er in de tijd van Christina ook al)

Ik lees liever historische romans dan een non-fictie boek over een bepaalde periode. Dat is niet altijd even handig, want je weet nooit hoe erg iets geromantiseerd is. Wel krijg je - als het goed is tenminste -  een redelijk beeld van de tijd waarin zo'n roman zich afspeelt.
Dus toen ik het boek "Christina" tegenkwam, dat zich afspeelt op Curaçao aan het begin van de 18e eeuw, heb ik hem meteen gedownload, want me verdiepen in de geschiedenis van het eiland is één van de dingen die ik al een tijdje op mijn lijstje heb staan (maar waar ik niet echt aan toe kom).
Dat de schrijver, Cornelis Goslinga, een historicus blijkt te zijn, die ook non-fictie boeken op zijn naam heeft staan, maakte het extra interessant, want dan kun je er toch min of meer vanuit gaan dat hij zijn feiten op een rijtje heeft

Christina is een dame van vrij hoge afkomst (haar vader is iets belangrijks in Amsterdam), die in 1712 per schip naar Afrika afreist, waar ze met haar verloofde zal trouwen. Het schip waarmee ze reist gaat naar Afrika om slaven op te halen en ze daarna naar Curaçao te brengen, waar in die tijd slaven in grote getalen verhandeld werden naar naburige kolonies. Christina is voor haar tijd nogal vrijgevochten, maar dat maakt het verhaal juist prettig leesbaar. Haar kritische kijk op de maatschappij waarin ze leeft, zowel over de slavernij als de positie van vrouwen, is heel geloofwaardig uitgewerkt en zorgt voor een extra dimensie.
In Afrika komt ze erachter dat haar verloofde vermoord is en ze besluit door te reizen naar Curaçao, waar een oom van haar Directeur is.
Op Curaçao probeert ze een leven op te bouwen, maar dat gaat, mede door haar standpunt over slavernij en de manier waarop ze haar eigen slaven behandelt, niet altijd even gemakkelijk.

Vooral de hoofdstukken waarin Christina net op Curaçao is en het eiland leert kennen vond ik geweldig om te lezen. Goslinga beschrijft het leven op het eiland, maar ook de stad en het platteland op een heel boeiende manier. Veel namen van straten en plantages herkende ik, al zijn veel van die plantages (bijvoorbeeld Muysenberg - nu Muizenberg) nu stadswijken geworden. Het geeft een extra dimensie aan zowel het boek als het eiland. De delen over de slavenhandel zijn goed beschreven. Realistisch en zonder de feiten te verhullen, maar gelukkig ook niet vol extra bloederige en nare scenes. In het laatste deel van het boek gaat het vooral over Christina's persoonlijke problemen, maar die worden wel veroorzaakt door de manier waarop de nogal bekrompen gemeenschap op Curaçao in die tijd werkte. Wat dat betreft was het daar niet anders dan in Nederland in die tijd.

Al met al een boeiend boek, eigenlijk voor iedereen die graag historische romans leest, maar zeker voor mensen die Curaçao kennen en meer willen weten dan welk strand het blauwste water heeft en waar je het fijnst een biertje kunt drinken (ook niets mis mee, hoor!)
Goslinga schrijft goed en boeiend, wat ik eerlijk gezegd niet had verwacht van een historicus. Bovendien is hij een ster in afstand nemen. Natuurlijk merk je dat hij slavernij afkeurt, zeker via de gedachten van Christina, maar hij beschrijft ook hoe mensen die verder echt niet slecht of dom zijn het voor zichzelf rechtvaardigen, zonder dat keihard te veroordelen. Je zou kunnen zeggen dat hij echt schrijft als waarnemer en dat is een kunst apart, zeker met zo'n onderwerp.
Goslinga heeft nog meer boeken geschreven, waaronder een aantal verhalenbundels en ik ben zeker van plan die ook te gaan lezen.



(e-book: € 7,50 - paperback: € 14.50 - beschikbaar in Kobo Plus)

(deze post bevat één of meerdere affiliatelinks, kijk hier voor meer informatie daarover)
Lees verder ...

{creatief} 52 mutsen :: 9 - Zigzag



Het wordt niet altijd zoals ik het uitgedacht heb... Deze muts had ik eigenlijk heel anders bedoeld. Meer zigzag in de rand en dan een lange (slouchy) bovenkant. Maar het pakte anders uit.

Het zigzagpatroon dat ik uit een tijdschrift had bleek hoger te zijn dan ik dacht en er ging nog meer mis. Na drie keer een heel stuk uithalen was ik het zat en besloot ik er dan maar een gewone muts van te maken zodat ik eraf was. Ach ja. Eigenlijk is het best een leuk ding geworden. Ik zou hem zelf waarschijnlijk zelfs best graag dragen. Zo zie je maar weer...

Ik gebruikte garen Julia in lichtblauw van Zeeman, 80 steken opzet met naald 4. Iets meer dan een halve bol was genoeg voor deze muts.
Lees verder ...

{column} Kakkerlak


We hadden een kakkerlak. Zo'n echte, grote, enge bruine met voelsprieten en alles erop en eraan. Natuurlijk wisten we dat die hier leven en natuurlijk wisten we ook dat je nooit helemaal kunt voorkomen dat ze je huis binnenkomen (zelfs als je zoals ik bijna obsessief bezig bent met hygiënisch schoonmaken), maar het was toch even schrikken.

Vooral voor mij. Want natuurlijk was ik degene die hem eerst zag. En ik was al schrikkerig. Ik stond namelijk onder de douche en was me rotgeschrokken van een hagedis. Het was een heel klein, heel bleek hagedisje, dus ik kende hem, maar toch schrok ik daar niet minder door.

Dat ik hem kende kwam zo: een paar dagen geleden wilde ik de wc-pot schoonmaken. Ik goot een flinke scheut wc-reiniger in de pot, pakte de borstel en daar zat zo'n klein hagedisje op. Ik ben altijd geneigd het als baby-hagedisjes (aaaah) te beschouwen, maar het zijn gewoon mini-hagedissen, die niet per definitie schattig en jong zijn. Mijn eerste reactie was instinctief: eng beest, moet dood. Dus stak ik de borstel in de pot en trok door. Toen zwom er een heel schoon, heel bleek en eigenlijk toch wel schattig klein hagedisje in de pot. Waarop ik hem er met de borstel weer uitviste, de borstel in zijn houder neerzette en de hagedis verzocht te verdwijnen. Wat hij dus een paar dagen lang braaf gedaan had.

Maar nu zat hij ineens naast me, terwijl ik moed aan het verzamelen was om mijn warme hoofd onder de vrij koele douche te steken. Hij schrok net zo hard van mij (dacht waarschijnlijk dat ik hem nog een keer ging doorspoelen) en verdween gauw weer. Dus haalde ik een paar keer diep adem en ging door met douchen.

Ik had mijn haar net goed in de shampoo gezet en draaide me om toen ik de kakkerlak zag. Op de muur, vlak naast mijn hoofd.
Ik heb me ingehouden, met rustige bewegingen mijn haren uitgespoeld, ook nog even het zout van de rest van mijn lijf gespoten (maar wel met de handdouche, zo ver mogelijk bij de kakkerlak vandaan) en ben toen de douchecabine uitgestapt. Omdat we nu eenmaal in een mini-appartementje met een grote glazen voorpui wonen, kon ik niet poedelnaakt echtgenoot gaan inlichten over het Enge Beest (je weet nooit of er een buurman voorbijwandelt). Dus droogde ik me eerst nog af en kleedde me aan. Dat alles zonder mijn ogen van de kakkerlak af te halen natuurlijk, want je wil weten waar zo'n Eng Beest is.

Toen stapte ik de badkamer uit en zei tegen echtgenoot: "Beest. Kakkerlak. Grote kakkerlak." De schrik had wel iets met mijn spraakvermogen gedaan, dat is duidelijk.
Echtgenoot ging kijken, maar zei schouderophalend: "ik zie niets." Ja, dat dacht ik al. Want hij had zijn bril niet op en het Enge Beest zat inmiddels te schutkleuren op het bruine randje van het houten plafond. Dat zag ik wel, want ik had hem in de gaten gehouden. Bril opgezocht, gewezen en ja. Nu zag echtgenoot het ook.

We overwogen het Enge Beest dood te slaan, maar hoe? Vanaf zo'n randje zorg je er alleen maar voor dat zo'n beest gaat rennen en wie weet waar hij dan naar toe gaat. We hebben zo'n ervaring met een grote en bijzonder snelle spin. Dus besloten we het beest te laten zitten tot we de volgende ochtend een spuitbus gif konden kopen. Want dat werkt met spinnen meestal ook. Niet dat gif, wel het laten zitten. Voor spinnen gebruiken we meestal de stofzuiger, maar die hebben we hier niet.

Kakkerlakken zijn geen spinnen. Die blijven niet fijn in een hoekje zitten om een web te bouwen. Dus toen echtgenoot een paar uur later even uit bed stapte om een slokje water te drinken, bleek de kakkerlak inmiddels door de huiskamer en de keuken en dus bijna door de slaapkamer (want we wonen in een éénkamerstudio) te wandelen.

Toen konden we niet meer slapen. Uiteindelijk kwam ik tot de briljante conclusie dat het beest misschien ook gewoon naar buiten wilde. Dus kleedden we ons aan en zetten de buitendeur open. De kakkerlak wou toch niet naar buiten (het regende). Dus hebben we hem een handje geholpen met de bezem. Dat lukte pas na even aandringen en een epische achtervolging door het hele (gelukkig niet zo grote) apartement. Waarna we nog maar even wat gingen drinken op ons terras, want de adrenaline gierde door ons lijf. Niet dat we rustig zaten op dat terras. Ik bleef kijken of het Enge Beest niet alweer op de terugweg was.

Maar dat viel mee. Die avond tenminste. De volgende dag zat hij (of een familielid, dat kan natuurljk ook) weer in de badkamer. Maar toen had ik inmiddels die spuitbus gekocht. Helemaal blij ben ik daar niet mee, want het is een naar spulletje. Maar het werkt in ieder geval sneller dan die bezem. En blijkbaar was het afdoende, want daarna heb ik geen kakkerlak meer gezien. Behalve in mijn nachtmerries dan.

::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  :: 
p.s.-  update (voor wie zich zorgen maakt over onze hygiène en/of ons gebruik van nare spuitbussen): een paar dagen later bleek dat de sceptic tank/beerput (ik ben er nog niet achter wat we nu precies hebben) vol was en dat dáár de kakkerlakken (niet alleen bij ons) vandaan kwamen. Sinds het ding leeggepompt is hebben we er geen last meer van gehad.

p.s. 2 - Ik dacht slim te zijn en bij dit stukje een link naar die spuitbus toe te voegen, maar die hebben ze blijkbaar niet in Nederland. Of dit goedje van HG net zo goed werkt, weet ik niet, maar HG doet eigenlijk altijd wel wat het belooft.
Douchen doe ik met dit spul van Kneipp. Daar schrikken kakkerlakken niet van, maar het ruikt wel erg lekker, zeker als je je daarna insmeert met de bijpassende bodylotion.

(deze post bevat één of meerdere affiliatelinks, kijk hier voor meer informatie daarover)
Lees verder ...

{blogtips} Een "niche", moet dat?


Als je zoekt op blogtips, zeker als je dat in het Engels doet en/of op pinterest, kom je al snel het woord "niche" tegen. Adviezen als "Vind je niche", "blijf bij je niche", "wees enthousiast over je niche" enzovoorts  vliegen je om de oren (maar dan dus meestal in het Engels).

Wat is een "niche"?

Letterlijk betekent het "nis", een opening in een muur dus. Maar figuurlijk slaat het op een positie in het leven of je werk waarin je je op je plek bent. En dat laatste heeft de blogwereld voor ogen als ze het over je niche hebben. Tenminste, ik kan me voorstellen dat de eerste die het woord gebruikte in advies over bloggen het zo bedoelde. Maar helaas, zoals dat gaat in de wereld van bloggers, het is een eigen leven gaan leiden. Tegenwoordig heeft het een heel dwingende bijklank. Een nis is van nature geen grote ruimte en het advies is dus ook om één onderwerp te kiezen voor je blog. Daar kun je rijk mee worden. (zegt men)

Maar bloggen wordt er op die manier niet leuker op (zeg ik).
Ik heb het geprobeerd, dat is jullie vast wel opgevallen. Dit blog voor schrijf- en leesgerelateerde onderwerpen en een ander blog voor huishoudelijke stukjes. Ik was zelfs aan het overwegen om nóg een blog op te zetten om mijn breiwerkjes en andere creatieve uitspattingen te kunnen delen. Want je móet een niche hebben. Het zal best waar zijn. Maar voor mij was het niet de juiste manier van bloggen.

Waarom ik weer van het "niche-bloggen" afgestapt ben.

1. Ik had een klein maar trouw publiek, maar ik hield er geen rekening mee dat die mijn blog niet voor niets al jaren volgden. Zij genoten van mijn schrijfsels, mijn breiwerkjes en mijn persoonlijke berichtjes. Dat ik door allerlei omstandigheden iets minder persoonlijke dingen deelde of een paar maanden oversloeg hadden ze nog wel geaccepteerd, maar eens per week een afstandelijk artikeltje? Gewoon niet boeiend. Ik zou zelf ook afgehaakt zijn.

2. Ik vond er zelf ook niets meer aan. Mede doordat mijn bezoekersaantallen terugliepen en ik nog maar zelden een reactie kreeg (dan ben je dus eigenlijk gewoon tegen jezelf aan het praten en dat is toch minder leuk), begon ik geertrude.nl te beschouwen als een aflopende zaak. Nodig om mijzelf als schrijfster en vooral mijn boeken een plekje op het internet te geven, maar niet veel meer dan dat. Er zat geen gevoel meer achter.

3. Het huishoudelijke blog daarentegen zag ik als mogelijkheid om te groeien en misschien zelfs iets te verdienen. Maar doordat ik daar zo op gefocust was (een niche!), voelde ik me beperkt in wat ik kon schrijven. Bovendien ben ik bij vlagen inderdaad zeer huishoudelijk, maar ook regelmatig helemaal niet (als ik midden in een boek zit loop ik de kantjes er behoorlijk vanaf, eerlijk gezegd). Af en toe voelde het dus echt als een project waar ik heel veel moeite voor moest doen. Ook daar was de lol na een tijdje wel af. Bovendien kwamen alle bezoekers op dat blog via geertrude.nl en was het daar dus helemaal vreselijk stil.

4. Ik wilde ook graag weer mijn 52-mutsenproject en andere handwerkjes delen. Bovendien kwam het Curaçao verhaal ineens heftiger dan ooit naar boven. Nog twee nieuwe blogs aanmaken dan maar? Ik werd er bij voorbaat al gestresst van.
En als het nu zoveel geld opgebracht had als men beweerde dat het kon doen...
30.000 dollar in een maand beweerde één van de dames op het internet - één jaartje bloggen en we konden een villa op de mooiste plek van het eiland kopen, rekende ik mezelf rijk. Ja, als dat zo werkte was het nog wat anders, maar ik had in ruim vier maanden 10 euro bij elkaar gesprokkeld. Die 30.000 dollar verdient die dame overigens met het geven van adviezen over hoe je veel geld kunt verdienen met bloggen. Dáár kun je rijk me worden. Maar dan moet je dus eerst net doen alsof je een succesvol blogger bent, want je moet toch ergens beginnen voor je zo succesvol bent. Het komt op mij niet helemaal zuiver over.
Ik geef toe, zoveel geld verdienen leek me wel wat, maar ik blijf toch liever eerlijk. Ik weet best wel wat van bloggen (en wil daar ook wat stukjes over gaan schrijven), maar ik heb geen idee hoe je er zoveel geld mee kunt verdienen.

5. Ik werkte mijn lijst met de blogs die ik las een paar keer door (om hem in te korten, want ik las er veel te veel) en realiseerde me dat ik als bloglezer ook eigenlijk helemaal niet zo gecharmeerd was van de echte "nicheblogs". Als je informatie ergens over zoekt zijn ze ideaal, want alle informatie staat bij elkaar. Maar het zijn niet de blogs waar ik zeer regelmatig een bezoekje aan breng. Het zijn niet de blogs die ik blijft volgen. En uiteindelijk moet je het als blogger toch van je vaste achterban hebben, volgens mij.

Terug bij af - min of meer

In augustus is het zeventien jaar geleden dat ik mijn allereerste blogpost plaatste. In al die jaren heeft mijn blog heel veel veranderingen doorgemaakt. Dat kan ook niet anders, want zeventien jaar is lang. Toen ik begon had ik lagere schoolkinderen, een baan als boekhouder en een huis in een jaren '80 wijk. De kinderen groeiden op, we verhuisden naar een dijkhuisje buiten het dorp, ik nam er een baan als verslaggever bij, stopte daar weer mee en verliet ook het boekhoudkantoor om de boekhouding van mijn man en ondernemende familieleden te gaan doen, de dochters verlieten het huis en we reisden de halve wereld rond om uiteindelijk in Curaçao ons plekje te vinden (denken we nu). Maar de basis van mijn blog bleef altijd hetzelfde: mijn roerige leven met alles wat daarbij hoort aan werk, familieperikelen, reizen en hobby's.

En dus ben ik weer terug bij af. Want het is niet alleen wat mijn vaste fans graag lezen (ik ben zo blij met Franca's reactie op dit stukje!), maar ook wat ik zelf het liefste schrijf. En omdat ik het ook leuk vond om wat zakelijker artikelen te schrijven met schrijf-, schoonmaak- en opruimadviezen, gooi ik die ook lekker op mijn blog. Mijn blog, mijn regels, schreef ik ooit. En zo moet het blijven.
Voor mij geen niche. Dan maar het zoveelste "lifestyle" blog (dat is dus één van de dingen die zo'n blog-goeroe-dame je afraadt).

En eigenlijk woon ik toch liever in dat appartementje van 20 vierkante meter in een gezellige woonwijk dan in een enorme villa, dus dat komt goed uit ;-)


Mijn advies over het fenomeen niche-bloggen:


Blijf dicht bij jezelf.

Het mag

Als jij het type bent dat eigenlijk sowieso voornamelijk geïnteresseerd is in dat ene onderwerp, als je zeker weet dat je genoeg enthousiasme kunt opbrengen om jarenlang over dat ene onderwerp te blijven schrijven, als je ook nog eens in staat bent om dat te vertalen naar tientallen (honderden) boeiende stukjes, dan is niche bloggen absoluut iets voor jou.
Het kan heel goed werken en ik beweer ook niet dat het een verkeerd idee is. Sterker nog, je komt over als iemand die er écht iets van weet. Zoals ik al zei, niche blogs zijn ideaal voor mensen die op zoek zijn naar informatie over een bepaald onderwerp (Miss Glutenvrij of Fotografille bijvoorbeeld). Het is ook een heel goede manier om een (web)winkel te promoten (zoals Blij-dat-ik-brei).

Maar het hóéft niet

Laat je niet gek maken door de mensen die beweren dat je een "niche" móét kiezen. 
Als je bent zoals ik, een heel gewoon mens met sterk wisselende interesses (zou dat iets typisch vrouwelijks zijn? Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik denk eigenlijk van wel), schrijf daar dan over. Grote kans dat je publiek ook bestaat uit heel gewone vrouwen mensen die het wel gezellig vinden dat je over zoveel wisselende onderwerpen schrijft. Ze kunnen tenslotte prima zelf beslissen welk deel van je blog ze het boeiendst vinden en welk deel ze meestal overslaan.

Het belangrijkste is dat je het zelf leuk blijft vinden, anders hou je het simpelweg niet lang vol om te blijven bloggen. En dat geldt volgens mij (niet dat ik het kan weten, maar ik heb het wel zien gebeuren) zelfs als je er echt je brood mee verdient. Als het voelt als vervelend-werk-dat-ook-nog-moet is dat een goede voedingsbodem voor een burnout.

Indeling en vindbaarheid

Als je voor gemengde onderwerpen kiest, en je zorgen maakt over bezoekersaantallen en eventueel geld verdienen, zorg dan voor een goede indeling van je website voor degenen die wel voor dat ene onderwerp komen
Ieder blogplatform heeft de mogelijkheid om labels of categorieën aan blogposts toe te kennen. Omdat ik meestal wel per blogpost kan aangeven welk onderwerp het heeft (creatief, huishouden, opruimen, gelezen, schrijftips, etc.) maak ik daar gretig gebruik van. Zorg ook dat de titels duidelijk aangeven waar de blogpost over gaat. Een zoekfunctie in de zijbalk is vaak ook prettig.
Daarnaast ben ik sterk gecharmeerd van "link within". Ik merk dat ik zelf regelmatig doorklik op de gerelateerde links die deze widget onder elke blogpost neerzet.

Mijn eigen archief is nog een beetje (understatement!) een puinhoop, maar ik ben ermee bezig.
Ik hoop dat ik op die manier ook de mensen die bijvoorbeeld alleen mijn schrijftips of recensies willen lezen, of juist vooral op de hoogte willen blijven van mijn creatieve uitspattingen of mijn avonturen op Curaçao, mijn blog ook blijven volgen omdat ze heel gemakkelijk kunnen vinden wat ze wél willen lezen. Vandaar ook de ingekorte posts op de voorpagina en (meestal) tussen accolades de categorie van de post. Maar ik hoop ook dat andere mensen hier juist komen lezen omdat ik over van alles en nog wat schrijf.

Ach, eigenlijk hoop ik gewoon dat mensen hier komen lezen en het dan nog leuk vonden ook. ;-)

Wat vind jij? Lees je het liefst nicheblogs of juist van-alles-wat-blogs? En nu we het er toch over hebben: wat zorgt ervoor dat je hier (terug) komt om te lezen?

Lees verder ...

{creatief} 52 mutsen :: 8 - Verdraaid simpel



Het leukste van al die mutsen breien vind ik beginnen aan een nieuwe. Bol wol in mijn handen, breinaalden startklaar. Wat zal ik er nu weer eens mee gaan doen?
Deze stoere blauwe wol moest niet teveel gedoe hebben, vond ik. Het werd dus een slouchy muts, met een simpele rand. De rand is 1 recht, 1 averecht, maar de rechte steken zijn gedraaid gebreid waardoor de ribbels veel duidelijker zijn. Daarna gewoon doorgebreid tot ik hem lang genoeg vond.
Een Amerikaanse breivriendin zei dat ze het gevoel had dat deze mutsen warmer zijn dan de gewone strakke. Ik weet niet of het waar is (want ik draag hier geen mutsen, tenzij ik ze voor mijn blog moet fotograferen ;-)  ), maar ik begin dit soort mutsen wel steeds leuker te vinden.
Lees verder ...

Curaçao :: random foto's

Omdat we hier al vaker geweest zijn en omdat we ook regelmatig gewoon hele dagen aan het werk zijn, houd ik alles behalve een fotografisch dagboek bij. Soms maak ik bijna een week geen foto's, soms merk ik dat ik alweer hetzelfde gebouw of hetzelfde vogeltje nog mooier in beeld probeer te krijgen.
Vandaag een selectie van foto's die ik nog niet op mijn blog gezet had, maar toch wel graag wil delen.

1 :: duif met bril. Ze kunnen je zo diepzinnig aankijken...


2 :: Kerk in Punda. Maar volgens mij is het op dit moment in gebruik als ministerie van iets.


3. Cinemax. Prachtig gebouw, maar totaal vervallen. Ik zou hier graag eens op mijn gemak achter de hekken (dat mag dus niet) foto's maken.



4 :: zonsondergang. Hoort erbij ;-) We gaan iedere vrijdagavond naar het strand om de zon onder te zien gaan (en voor een patatje en een drankje), maar geen enkele zonsondergang is hetzelfde. Het blijft genieten.


5 :: gebouw op de hoek van de Handelskade. Ik las een historische roman over Curaçao in het begin van de 18e eeuw (waarover later meer) en vraag me nu van ieder huis af of het er toen al stond. In dit geval is het antwoord ja (er staat een jaartal op de gevel om de hoek). Hoe dan ook, het is een mooi gebouw en bovendien heel netjes onderhouden.



::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  :: 
Bovenstaande foto's zijn allemaal gemaakt met de voorloper van deze camera en een klein beetje bewerkt met Gimp.
Ook eens rondkijken op ons prachtige eiland? Je vindt voordelige reizen naar Curaçao (en andere bestemmingen) bij Corendon en D-reizen.

(deze post bevat één of meerdere affiliatelinks, kijk hier voor meer informatie daarover)
Lees verder ...