Geertrude Verweij over schrijven, lezen en leven

366 foto's :: 50-56








Lees verder ...

Nog een boodschappennetje

Tja, veel boeiender kan ik het niet maken, vandaag. Eigenlijk hebben jullie deze al gezien, maar dan in het paars. Na de eerste kreeg ik van verschillende kanten hints dat men ook wel zo iets kon gebruiken. Dus breide ik er nog maar eentje, nu in het wit.


En omdat ik van beide keren nog redelijk wat garen over had (en dat waren al weer restjes van mijn trui - ik ben erg van de restverwerking ;-) ), ben ik nu bezig aan een tweekleurige.
Het is leuker om ze te breien dan om ze te bekijken, denk ik...

Lees verder ...

Tijdgebrek



Op de één of andere manier kom ik altijd tijd tekort.
Vroeger had ik daar ook wel reden voor. Ik had drie jonge kinderen, er was een periode met twee banen en ik had zelfs een tijdje twee huizen bij te houden. Ik schreef daar wel eens stukjes over en ik word al moe als ik dat nu teruglees.

Maar tegenwoordig... Ik heb nog één kind thuis, maar daar heb ik echt zoveel werk niet aan. Sterker nog, ze helpt minimaal met de afwas en meestal met meer. Verder heb ik eigenlijk maar één baan en die is niet zo heel zwaar. Oké, ik doe de boekhouding voor een stuk of wat bedrijven, maar dat zijn allemaal vrij kleine. En met boekhoudingen is het precies andersom als met kinderen, aan de kleine heb je niet zoveel werk (hoewel ik persoonlijk vind dat je aan pubers het allermeeste werk hebt, maar dat terzijde).

Je zou denken dat ik zeeën van tijd overhoudt. Maar dat valt tegen. Ik kan niet meer zo hard als toen, dat scheelt natuurlijk ook, maar dat is niet de enige reden. Het is gewoon een feit dat ik altijd meer probeer te doen dan ik kan. Toen ik tien jaar geleden één huis verkocht en één baan opgezegd had, besloot ik ineens dat ik maar eens een boek moest gaan schrijven. En toen ik de tweede baan ook opgezegd had om tijd vrij te maken om er meer te schrijven, kreeg ik er ineens zo ongeveer ieder jaar een boekhouding bij. Bovendien vond ik spontaan dat ik van alles best zelf kon naaien, begon ik zelf groente te kweken en kreeg ik ook nog eens het breivirus te pakken. En dan hebben we het niet over de ideeën over borduren, met de hand quilten en tekenen die regelmatig door mijn hoofd spoken.

Volgens mij is het gewoon een natuurwet. De wet van het behoud van tijdgebrek. Want ik ben niet de enige die er last van heeft, dat weet ik wel. Er zijn veel meer mensen zoals ik, die als ze één uur hebben, meteen twee uur aan plannen verzinnen. En volgens mij is het nog exponentieel ook. Als je twee uur hebt, verzin je vier uur aan plannen en bij drie uur zit je al op de negen.
Een oplossing heb ik er niet voor. Er is tenslotte ook geen oplossing voor zwaartekracht. Je moet er gewoon mee leven. Het is zoals het is.

Toen eindelijk mijn tiende boek af was en het huishouden weer enigszins onder controle, besloot ik dat ik weer eens wilde proberen om iedere week een schrijfsel te produceren. Maar ik wil ook nog de kasten opruimen (welke? alle!), verhalen schrijven, foto's in albums stoppen, aan een nieuw boek beginnen en...

Tja, dat bedoel ik dus. Altijd tijd tekort. Ik probeer er maar mee te leven. Want eigenlijk is het ook wel leuk om zoveel plannen te hebben. Ik moet gewoon prioriteiten te stellen, keuzes te maken en me verder niet druk te maken. Het komt allemaal wel. Veel van de dingen die ik allang niet meer daadwerkelijk op een to-dolijstje zet (want die lijst werd steeds maar langer en daar werd ik niet gelukkiger van) hoeven niet per se te gebeuren en zeker niet nu direct.

Waarom ik ervoor koos alle andere dingen te laten wachten en eerst dit stukje te schrijven?
Omdat ik er zin in had.
En dat is eigenlijk best een goede reden, vind ik.
Lees verder ...

366 foto's :: 43-49







Lees verder ...

Kussentjes

Vorige week blies ik eindelijk weer eens het stof van mijn naaimachine. Letterlijk, want ik had hem al heel erg lang niet meer gebruikt.
Plannen heb ik zat, maar ze daadwerkelijk uitvoeren was er tot nu toe niet bij. Nou ja, eigenlijk nog steeds niet, want ik moest eerst iets doen wat ik al maanden geleden beloofd had. En bovendien was dat wel meteen een lekker klusje om er weer in te komen.
Mijn dochter had me namelijk gevraagd of ik een paar kussentjes voor haar kon naaien. Natuurlijk kon ik dat. Zei ik.
Maar natuurlijk moest ik het mezelf weer extra lastig maken. Als ik kussentjes maak voor op mijn eigen bank maak ik gewoon vierkante zakken met een opening die ik dan met de hand nog even dichtnaai. Zo gepiept. Maar nu wilde ik er ritsen in, want zo hoort het toch eigenlijk.
Tot zover "er gemakkelijk weer inkomen". Het was best wel worstelen geblazen.
Maar het is gelukt.



Nu de rest van mijn lijstje. Te beginnen met een theemuts, want de vorige heeft een ongelukje gehad en ik mis hem best wel...
Lees verder ...

schrijfnieuws :: Valentijnfestival 2016

Het lijkt wel of al mijn verhalen over uitstapjes die verder gaan dan even boodschappen doen beginnen met verkeersproblemen. Maar ja, dat is dan ook gewoon zo. Ik schijn nooit ergens gewoon naar toe te kunnen gaan. En deze keer was het niet de schuld van de Tom. Ik was er namelijk van overtuigd dat ik naar Stationsstraat 57 moest en daar leidde hij me prachtig naar toe. Hij kon er niets aan doen dat ik te lui was geweest om in mijn papieren te kijken waar toch duidelijk nummer 137 stond. Dus reed ik maar weer eens een extra rondje en parkeerde toen mijn auto recht voor de deur van waar ik moest zijn. Dat deed een alarmbelletje rinkelen dus liep ik nog even naar het begin van de straat en daar stond een bord dat aangaf dat het een zone was waar je maximaal anderhalf uur mocht parkeren. Dat was dus niet handig, want ik wilde een hele dag blijven. Maar het vak waar ik stond had geen blauwe streep, dus misschien gold het daarvoor niet? Ik besloot het binnen te gaan vragen en kon daarna dus direct terug naar mijn auto, op weg naar een plek waar ik wél de hele dag mocht staan. Ik was gelukkig niet de eerste die door het gebrek aan blauwe strepen in de war was en ook niet de laatste. Er bleven mensen binnenkomen, weer weggaan en dan een tweede entree maken. Dat was dan weer een troost.


Met een goed geparkeerde auto kon ik eindelijk gaan doen waarvoor ik kwam: bijpraten met mijn collega's van het Valentijngenootschap. De zaterdag voor Valentijnsdag hebben wij gereserveerd voor een jaarvergadering in de ochtend en een publiek festival in de middag. En daar leefde ik al een tijdje naar toe.
Wat er op de vergadering besproken werd is natuurlijk eigenlijk alleen bestemd voor onze leden, al kan ik wel verklappen dat we ons collectief verbaasd hebben over de wel erg beperkte ruimte voor het bekend maken van de winnaar van de Valentijnprijs bij "Tijd voor Max" afgelopen vrijdag (vanaf ongeveer 31:30). Ik had het toen nog niet gezien, maar voor ik dit schreef heb ik even via die link hierboven gekeken en inderdaad, twintig seconden per boek is wel erg karig. Het is ook wel erg jammer dat de winnares niet eens de kans krijgt om te reageren voor er alweer naar een ander onderwerp overgestapt wordt.

Aan de andere kant: we waren wel op televisie (ik niet, maar "we" als romantische schrijfsters). Wie weet helpt dat met de bekendheid en ook met het aantal bezoekers van het festival. Dat was gelukkig wel heel gezellig, maar er hadden best nog wat meer lezers bij gekund. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd tenslotte.

Ik liet me overhalen tot een kwartiertje Zentangle tekenen. Dat was eigenlijk wel een aanrader, al is dat gepriegel mijn ding niet echt. Het zou zomaar kunnen dat ik het stiekem nog een paar keer ga proberen. Verder kon je een chocoladehart versieren, maar dat heb ik maar niet gedaan. Ik betwijfel of die een uur in mijn eentje naar huis rijden overleefd zou hebben. Je kon ook nog iets met klei doen en er waren kraampjes waar je nog gauw een cadeautje kon kopen voor een geliefde en natuurlijk waren er ook een aantal van onze boeken te koop. Op de achtergrond zongen de dames van "The Lasses" en er was volop koffie, thee, limonade en koek verkrijgbaar. Bovendien - daar draaide het tenslotte om - waren er heel wat bekende en minder bekende schrijfsters, herkenbaar aan hun naambordjes en beschikbaar voor een gesprekje over hun werk. Een professionele fotograaf zorgde ervoor dat niemand met een telefoontje hoefde te rommelen om met hun favoriete auteur op de foto te kunnen. Vorig jaar lukte het niet, maar door deze opzet heb ik nu wel een mooie foto van mij en een zeer enthousiaste fan van wie ik regelmatig lieve mailtjes krijg. Omdat ik niet weet of zij er prijs op stelt om open en bloot op mijn website te staan heb ik haar er maar even afgeknipt. (geplaatst met toestemming van de betrokkene)



Verder was er niemand die mij kende. Tja. Ik weet dat mijn boeken echt gelezen worden, maar blijkbaar zijn mijn lezers net als ik: we komen niet zoveel buiten de deur. Er was wel een mevrouw die ál de boeken van Gerda van Wageningen had en ook veel van de andere schrijfsters. Mijn naam kwam haar in ieder geval wel bekend voor en ze beloofde thuis op internet te kijken of ze mijn boeken kon vinden. Wie weet heeft ze dan volgend jaar ook wel al mijn boeken in bezit, want dat is met die tien stuks van mij toch een stuk minder lastig dan met honderddertien van Gerda.

Om half drie werd in de grote kerkzaal de Valentijnprijs officieel uitgereikt. Marjan van den Berg praatte het geheel aan elkaar en gaf de genomineerde schrijfsters wat nog wat extra tijd om over hun boeken te vertellen. Zelf had ze de boeken ook allemaal gelezen, wat een extra prettige ondertoon aan gesprek gaf, want ze wist duidelijk waar de schrijfsters het over hadden. Om eerlijk te zijn had ik alleen die van Elly Koster gelezen, maar de andere vier staan nu wel op mijn lijstje, want ze lijken me allemaal even goed. De wildcard, het boek dat de meeste publieksstemmen gekregen had, ging dit jaar weer naar Suzanne Peters, deze keer voor haar boek Gebroken glas. Marjan merkte nog op dat het maar goed is dat Suzanne ons nieuwste bestuurslid is en verantwoordelijk wordt voor social media, want ze schrijft blijkbaar niet alleen goede boeken, maar weet ook haar achterban te bereiken.

Reina Crispijn was de winnares, iets wat iedereen dus al wist. Ze legde nog even uit waarom ze zo enorm verbaasd keek toen de winnaar op televisie bekend gemaakt werd: "Ik dacht dat José ging winnen en ik zat te bedenken dat ik me verheugde op het gezicht dat ze zou trekken als ze het hoorde. Het duurde even voor het tot me doordrong dat het mijn naam was die genoemd werd."
De interviews werden afgewisseld met intermezzo's. The Lassies brachten nog een viertal nummers, Ina van der Beek sprak over liefde en las haar eigen gedichten voor en Mary Schoon liet ons zien hoe zij lezingen en schrijversavonden invult. Daarna kreeg Reina nogmaals, en nu officieel, de prijs overhandigd van Eppo van Nispen tot Zevenaar, de directeur van het CPNB. Deze kwam overigens binnen met een geheimzinnig pakket in zijn armen, bedekt met een deken, dat later een met helium gevulde hartvormige ballon voor Gerda van Wageningen bleek te zijn.

Na afloop kon er nog even nagepraat worden in de boekhandel die een paar huizen verderop zat. Ik ben niet lang gebleven en dat is maar goed ook. Want als ik mezelf had toegestaan om echt lekker rond te snuffelen in die prachtige winkel, was ik zeker niet met lege handen naar huis gegaan. (Mocht je ooit in de buurt van Ermelo zijn, dan is het zeker de moeite waard om een bezoekje te brengen aan boekhandel Riemer & Walinga). Overigens ging ik nu ook niet met lege handen naar huis, want ik kreeg ook zo'n leuke goodybag mee naar huis, waar ik thuis een boek van één van onze schrijfsters, een Margriet en nog wat andere leuke dingen in vond.

En thuis...wachtte mij een romantisch valentijndiner, maar daar ga ik verder niet over uitweiden ;-)

(nog meer foto's en verslagen vind je bij Elly, José en Conny)
Lees verder ...

366 foto's :: 36-42








Lees verder ...

Shalom vest

Eigenlijk was ik vorige week maandag al klaar met breien, maar het was nog even zoeken naar bijpassende knopen. Ik ging woensdag op mijn boodschappenrondje even kijken bij de enige winkel in onze omgeving die stofjes en knopen verkoopt. Ik had iets in mijn hoofd (vrij groot en blank hout), maar dat bleek er niet te zijn. Dus ging ik met lege handen naar huis, met het plan om later met vest maar weer terug te komen en te kijken wat er dan groot genoeg was en de juiste kleur had.
Maar omdat ik toen toch weer thuis was en geen idee had wat ik dan zou willen, kiepte ik eerst even mijn knopenblik om. En zowaar. Daar vond ik zeven knopen die er prima bijpasten. En dus kon ik donderdag de laatste knopen aannaaien en dit vest "af" verklaren.




(Dit patroon, maar behoorlijk aangepast. Dunnnere wol van de kringloop, dus dunnere naalden (5mm) en grotere maat dus meer steken opgezet. Knoopsgaten over de hele lengte ipv één bovenaan. Lengte aangepast aan eigen wens en verdeling knoopsgaten. Mouwen aangebreid door de steken van de mouwen niet af te hechten maar aan de kant te zetten en de onderarmsteken op te pakken.)
Lees verder ...

De weg kwijt


Toen er een tijdje geleden een dochter met een vers rijbewijs op stap ging met mijn auto en mopperde dat mijn navigatiesysteem maar een raar ding was, had ik de neiging om hem te verdedigen. Toegegeven, ik heb ook wel eens gemopperd op mijn Tom (zo noem ik hem, maar eigenlijk is het niet dát merk). Hij heeft wat kuren en dat wordt erger naarmate hij ouder wordt (want hij weet niet alle nieuwe routes en updaten gaat niet meer), maar tegenwoordig hebben Tom en ik zelden problemen. Of zou dat komen doordat ik hem nog maar zo weinig gebruik? Ik rijd eigenlijk alleen nog maar mijn vaste rondje naar de supermarkt en de kringloopwinkel en daar heb ik hem niet bij nodig.

Vrijdag was ik in Amersfoort, bij een bijeenkomst over het leenrecht, of eigenlijk over het verdwijnen van de inkomsten die wij schrijvers en vertalers daaruit hebben. Al met al een heftig onderwerp, maar ook meteen een gelegenheid om gezellig te praten met bekende en onbekende collega's (ik heb de hele middag met een heel aardige mevrouw gepraat en naast haar gezeten maar ik weet haar naam niet meer - ik schaam me diep). Ik liep samen met Marjan van den Berg en haar gezelschap naar buiten en zei nog (als reactie op Marjans mededeling dat zij altijd de weg nog wist, ook in een vreemde stad): "Ik verdwaal altijd. Ik loop zelfs in een winkelstraat de verkeerde kant uit en kom er meestal pas na een heel stuk lopen achter dat ik die winkels al gezien heb." En ik bedacht nog dat ik gelukkig mijn Tom had om me weer veilig thuis te brengen.

Ik volgde dus Marjan naar de parkeergarage en vond gelukkig vrij snel mijn auto terug (was vergeten erop te letten op welke verdieping ik stond). Ik reed naar buiten, zwaaide onderweg nog even naar Marjan en bedacht toen dat de Tom nog aan moest. Die had me op de heenweg feilloos op het goede adres gebracht, dus ik had er wel vertrouwen in. De terugweg is altijd gemakkelijk om in te stellen: je kiest gewoon "thuis". Dat deed ik dus fluitend. Helaas was het navigatiesysteem de verbinding met de satelliet een beetje kwijt. Dat vond ik niet zo gek, want het was een parkeergarage onder een plein. Daar komt zo'n signaal van heel ver weg niet zo gemakkelijk doorheen. Het duurt dan heel even voor we weer verbinding hebben. Dat is een kwaaltje van Tom waar ik allang aan gewend ben.

Ik deed dus wat ik altijd doe in zo'n geval, koos op de gok welke kant ik op moest en wachtte tot Tom zou zeggen dat ik om moest keren omdat ik fout gegokt had. Want zo gaat dat. Ik kies altijd fout. Zelfs als ik dat besef en dan de andere kant op ga. Deze keer dacht ik namelijk eerst "rechts" en daarom ging ik links. Maar het had dus rechts moeten zijn.

Dat heb ik helemaal zelf bedacht overigens, want Tom liet me vreselijk in steek. Hij bleef zoeken naar het signaal, dat blijkbaar onvindbaar was. En ik maar dwalen over grachtjes en via allerlei smalle eenrichtingsstraatjes. Uiteindelijk zei ik maar zelf "keer om!" en ben ik teruggegaan naar waar ik vandaan kwam. Wat tot mijn verbazing nog lukte ook. Ik reed weer langs het plein met de parkeergarage en ging nu de andere kant maar op. Als ik meteen rechts was gegaan had ik vrijwel direct een kruispunt gezien met borden richting Utrecht. Tja.

Op het moment dat ik dat kruispunt zag, zag de Tom eindelijk ook weer wat. En dus riep hij enthousiast: "naar links". Ik zei nog: "Dat klopt niet, ik moet naar Utrecht, niet naar Amsterdam." Maar ik ben geneigd te denken dat Tom er meer verstand van heeft dan ik, dus ik schoof nog gauw twee banen op om toch maar naar links te gaan. Maar net toen ik daar was, zei hij: "nee, naar rechts, je moet richting Utrecht."
Eh ja, dat zei ik toch al? Maar het heeft weinig zin om kwaad te worden op een apparaat, zelfs als dat ding een naam heeft. Dus schoof ik maar gauw weer twee banen terug, wat nog net ging.

Daarna moesten we nog allerlei rare kronkels maken en verdwaalde ik bijna weer, maar dat was niet zijn schuld. Er waren twee routes naar Utrecht, maar bij de tweede moest je dan wel heel erg opletten, anders reed je er voorbij. Dat was nieuw en stond dus niet goed in Toms geheugen. En het regende en het was donker en ik had honger, dus ik reed er inderdaad bijna voorbij. Maar het ging dus nog net goed.

Daarna hadden we nog even een discussie omdat hij bleef beweren dat ik de snelweg richting Den Haag moest hebben, maar wat er ook op de borden stond, geen Den Haag. Gelukkig is Rotterdam voor mij ook de goede kant uit, dus liet ik me niet van de wijs brengen.
Toen eindelijk Den Haag ook op de lijst plaatsnamen op de borden verscheen (en Rotterdam er even niet op stond), zei Tom stoïcijns: "E30 richting Rotterdam."
Lolbroek.

Uiteindelijk kwam ik veilig thuis. Wel na een heftige file, maar daar kon de Tom dan weer niets aan doen. En dat is maar goed ook, want anders ging ik er toch serieus over denken om hem met pensioen te sturen...

Lees verder ...

366 foto's :: 29-35








Lees verder ...

Om op te zitten

Het valt  me zelf ook op:  de laatste tijd hebben mijn kringloopvondsten zich verplaatst van de "leuke vintage dingetjes" naar meubels. Blijkbaar was het tijd om wat dingen in huis te vervangen.

Vorige week deed ik het namelijk weer. Tenminste, eerst niet, want hoewel ik het er met echtgenoot (die heeft er tenslotte ook wel wat over te zeggen) al over had gehad, liet ik de eetkamerstoelen die ik bij de kringloop zag gewoon staan. Ik wist namelijk niet zeker of ik ze wel wilde hebben en 40 euro vond ik toch veel geld.
Ik was nog niet eens thuis toen ik me realiseerde dat een tientje per stoel niet veel geld is en dat de wiebelige plastic stoeltjes waar we al een paar jaar op zaten zelfs duurder waren. En die had ik ten einde raad gekocht (12 euro bij Ikea, maar ze zijn er nu niet meer) omdat ik per se de rafelige rieten stoelen die we hadden wilde vervangen, maar geen enkele stoel kon vinden die ik echt mooi vond en die binnen mijn budget paste.



Ik at mijn lunch op die witte stoeltjes en verzuchtte (ook niet voor het eerst) dat ik wou dat we de degelijke eiken stoelen die we (ook van de kringloop) hadden toen we trouwden, nooit hadden weggedaan. Die pasten inmiddels weer helemaal bij onze inrichting en zouden het nu, vijfentwintig jaar later, waarschijnlijk nog steeds prima doen.
En toen drong het tot me door dat de stoelen die ik had laten staan niet precies hetzelfde zijn, maar wel net zo degelijk. Eigenlijk zelfs een luxe uitvoering van die andere stoelen, want die hadden geen rugkussen en geen houtsnijwerk.
Waarom had ik ze eigenlijk laten staan? Dom! Ik ben ze dus maar gauw gaan halen. Gelukkig waren ze er nog. Ze passen bij de tafel alsof dat altijd al de bedoeling was. Blij mee!



Lees verder ...

schrijfnieuws :: Alleen is maar alleen

Volgens mij moet het in heel Nederland (en België) te horen zijn geweest: de zucht van opluchting die ik slaakte toen ik vrijdagmiddag eindelijk het manuscript van "Alleen is maar alleen" naar mijn uitgever kon sturen. Dat was om precies te zijn een jaar en twee dagen nadat ik eraan begon. Voor mij enorm lang.

Ik had het de zaterdag ervoor eigenlijk al afgerond, maar daarna moesten de proeflezende dochters het nog even doornemen. Dat is voor mij een soort van barrière waar ik doorheen moet. De allereerste keer dat iemand anders het leest blijft spannend. En denk nu niet dat de dochters geen commentaar durven te leveren, want dat doen ze dus wel. Ik heb bijvoorbeeld jaren geleden het einde van Dilemma herschreven omdat zij vonden dat het niet logisch was. En ze zijn allebei bijzonder goed in het detecteren van losse eindjes, inconsequenties en stijl- en spelfouten.
Gelukkig viel het deze keer allemaal wel mee en het oordeel over het verhaal zelf was zeer positief. En toen kwam dus die zucht van verlichting.

Want dit boek was moeilijker dan alle voorgaande. Het zal ook wel meespelen dat het mijn tiende is. Dat klinkt speciaal en dan wil je toch op zijn minst dat het net zo goed is als de rest (en eigenlijk liever beter). Maar er zaten meer haken en ogen aan, en dan ga ik het nog niet eens hebben over de gezondheidsproblemen die ervoor zorgden dat ik het verschijnen van dit boek een half jaar uit moest stellen.

Dit boek begon zoals al mijn boeken beginnen, met een vaag idee over de hoofdpersoon en een voorzichtig aftasten van wie zij is in de eerste tienduizend woorden. Daarna weet ik meestal wel wat er gaat gebeuren en hoe ik verder wil.
Maar nu liep het anders. Ik had (na een suggestie van een dochter) het idee opgevat dat in dit boek niet zozeer de liefdesrelatie het allerbelangrijkst zou zijn, maar de band tussen de hoofdpersoon en haar zus.
En toen bleek dat die zus ook graag haar kant van het verhaal wilde vertellen. Zodat ik ineens met een verhaal zat dat vanuit twee hoofdpersonen verteld werd, wat voor mij schrijftechnisch best een uitdaging was. Er moesten scènes tussengevoegd worden en ik moest afwisselend in de huid van Maxime en Celeste kruipen en er ook nog achter zien te komen wat hun probleem nu eigenlijk was...

Meer kan ik natuurlijk niet vertellen, want dan geef ik teveel weg, maar volgens mijn proeflezers is de opzet geslaagd. Als alles goed gaat komt dit boek in mei of juni (de precieze planning is altijd een beetje afwachten) in de winkels.

De officiële samenvatting van de achterflap mag ik natuurlijk wel openbaar maken:


Maxime en Celeste zijn zussen, maar de enige schakel tussen hen is Celestes twaalfjarige zoon Tijn, die regelmatig naar zijn tante vlucht als hij ruzie met zijn moeder heeft. Maxime vangt hem met liefde op, maar als de incidentele weekendjes langzaam veranderen in langere periodes, gaat ze zich steeds verantwoordelijker voelen voor dingen waar ze zich tot nu toe buiten hield. Hoewel ze normaal gesproken nogal mensenschuw is, moet ze om Tijns bestwil haar zelfgekozen isolement doorbreken en dat valt niet mee. Ze ontmoet zelfs twee mannen die veel voor haar gaan betekenen, maar wil ze haar voorheen zo rustige bestaan voor
één van hen opgeven?
Ondertussen worstelt Celeste met haar gevoelens voor haar vriend Carl. Deze relatie lijkt dezelfde kant op te gaan als al haar voorgaande relaties. Zodra het serieus wordt, haakt ze meestal af. Maar wil ze deze man wel kwijt of is hij anders dan de rest?

Lees verder ...