Geertrude Verweij over schrijven, lezen en leven

Vrijdagavond




Lees verder ...

Andijvie, patat en mijn slechte conditie

Als je naar de blogjes kijkt die ik de afgelopen weken plaatste, zou je bijna denken dat ik iedere dag heel druk bezig ben. Ben ik ook wel, maar helaas zit een groot deel van die activiteit in mijn hoofd. Schrijven vergt veel tijd en energie, zeker met een manuscript dat niet lekker loopt, maar daar krijg je allesbehalve een goede conditie van. Dat was me bekend, maar ik merkte pas hoe erg het was toen ik mezelf gisteren ineens hijgend en puffend en met pijnlijke spieren op een fiets terugvond.
Ik weet het, ik moet me schamen. Ik ben een echte Nederlander, maar ik fiets nooit. Sterker nog, toen de fiets die stamde uit de tijd voor mijn rijbewijs het opgaf, heb ik geen nieuwe meer gekocht. Overigens is dat nog niet zo heel lang geleden, ik heb mijn rijbewijs pas zes jaar. Maar in die zes jaar is mijn conditie dramatisch achteruit gegaan.

In 2007 hadden we nog allemaal een fiets...
(en een ondernemend klein katje, maar dat is een heel ander verhaal)

Wat ik op die fiets deed? Dat was dus niet vrijwillig. Ik moest wel. Mijn auto was in de garage en ik moest terug naar huis. Normaal gesproken haalt echtgenoot me dan op. Maar echtgenoot zat een paar honderd kilometer verderop voor zaken. En mijn auto moest onverwacht en dringend gerepareerd worden. Er was namelijk de avond ervoor een onderdeel afgebroken.
Dinsdagavond besloot ik een keertje te spijbelen van mijn kookplichten, de andijvie in de koelkast te laten liggen en patat te gaan halen. Met een tas vol eten wilde ik bij de snackbar wegrijden, toen ik iets vreemds hoorde. Ik reed terug naar voren, zette de radio uit en probeerde het nog eens, eigenlijk in de veronderstelling dat het niets zou zijn. Ik denk wel vaker rare dingen te horen, namelijk. Maar dit was echt. Een raar geschraap. Dus stapte ik uit en keek achter de auto. Daar lag niets. Dan maar op mijn knieën en onder de auto kijken. Oh, juist. Zelfs een totaal atechnisch iemand als ik kon zien dat dat niet klopte. Er hing iets heel erg los.
Ik belde de dochters dat ze naar me toe moesten komen, zodat ze de patat konden komen opeten voor het echt koud zou zijn en om me een telefoon met volle batterij te brengen, want natuurlijk was de mijne bijna leeg. Daarna belde ik de ANWB, die beloofde zo snel mogelijk iemand te sturen.
We aten de lauwe patat en keken vol verwachten naar iedere gele auto die de boulevard opreed. Na drie kwartier zagen we het juiste gele busje in onze richting komen.
En toen was het eigenlijk heel snel geregeld. De vriendelijke wegenwacht stelde zich voor en vroeg wat er scheelde. Dat was eenvoudig uit te leggen en gelukkig ook eenvoudig op te lossen.  Er bleek nog meer eenvoudig te zijn, want ik dacht dat mijn auto opgekrikt moest worden om erbij te kunnen. Dat is best zwaar werk, zelfs met zo’n klein autootje als het mijne.  De wegenwacht haalde echter twee rubberen blokken en een soort opblaaskussen uit zijn auto, sloot er een compressor op aan en pompte mijn auto moeiteloos omhoog. Vervolgens pakte hij een matje en legde dat op de grond. “Ik zal het me even geriefelijk maken, voor zover dat mogelijk is”, verduidelijkte hij en ging aan de gang met een pijpje dat op ingenieuze wijze het afgebroken deel weer (tijdelijk) verbond aan de rest.
Pas toen ik wegreed realiseerde ik me dat mijn redder in nood zich had voorgesteld als Gijsbert Pronk en drong het tot me door wie hij was.  Als ik niet uitkijk sta ik straks met patat en al in een column in de Kampioen. Met zo’n nuchter advies erbij: “Je kunt beter gewoon andijvie koken, want anders word je voor straf met je neus op de feiten van je slechte conditie gedrukt.”
Want zo voelde het wel. Ik had natuurlijk gewoon autopech. Dat had op ieder moment en op iedere plaats kunnen gebeuren. Maar als ik die avond niet had willen spijbelen van ons normaal zo gezonde menu (echt waar, we eten zelden patat!) had ik vrolijk verder geleefd zonder te weten dat ik een stukje van drie kilometer niet meer moeiteloos kan fietsen.
Misschien is het een signaal dat ik daar toch eens iets aan moet gaan doen...

(Tijdens het schrijven van dit stukje bedacht ik me dat ik een dergelijk relaas over schrijven en een slechte conditie al eerder gelezen had. Die twee dingen gaan blijkbaar vaak samen.
Collegaschrijfster Wilma Hollander is bezig met een serie gastblogs over haar poging om fit en energiek ouder te worden)
Lees verder ...

In de (moes)tuin

Ik ben een mooi-weer-tuinier. Altijd al geweest. Ik vind het heerlijk om buiten bezig te zijn, maar dan liefst wel in de zon. Het is dus wel duidelijk dat mijn tuin de afgelopen maanden niet bepaald veel aandacht gehad heeft. En dat was te zien. Vooral de achtertuin was een puinhoop. Dat komt ook omdat we daar 's winters eigenlijk helemaal niet komen. We hebben namelijk geen achterom en er kijkt maar één raam op uit, maar dat is het raam van de slaapkamer van één van de dochters, dus daar kijk ik niet zo vaak door. Maar eigenlijk vind ik dat geen excuus. Het is te erg. Ik schaam me er echt voor. In het kader van 'open en eerlijk bloggen'  en voor de volledigheid zet ik toch maar een foto neer, maar zeg niet dat ik niet gewaarschuwd heb.



Ja, het is schandalig. Vorige week was ik het ineens zat. Ik besloot iedere dag een kwartiertje aan de slag te gaan, volgens het "kastje-per-dag-principe". Binnenshuis werkt dat niet echt voor mij, ik hou meer van afgeronde projecten, maar in dit geval leek een kwartiertje in de regen en de kou me meer dan genoeg.Ik hoopte dat ik dan in ieder geval iets van de puinhopen weg kon werken.
Dat lukte. Woensdag begon ik. Na een klein halfuurtje (want ik was wel lekker bezig en het was zowaar droog) had ik al twee bakken leeg.


Wat een verschil! Donderdag maakte ik de achterste bak leeg.


En vrijdag begon ik met het onkruid bij de schuur. Ik ben een slechte blogger, want ik heb die dag geen foto's gemaakt. Dit weekend kreeg echtgenoot ook de smaak te pakken. Samen maakten we de twee voorste bakken af (laatste wortels en het kleine spul eruit), haalden het onkruid bij de schuur, langs de randen en bij de trap (die staat op de foto's rechtsonder) weg en besloten uiteindelijk het laagje grond dat daar lag helemaal weg te graven en het af te vullen met grind.
En nu ziet het er zo uit.


Klaar zijn we nog niet. Het onkruid, vooral het geniepige kleine spul, is nog niet helemaal weg. Ik ga deze week nog maar een paar van die kwartiertjes inplannen.
Bovendien zijn er nog wat grotere klussen te doen (net zoals zoveel projecten in en om het huis is de achtertuin een meerjarenplan). Het grind achter bij de schuur moet op dezelfde manier vervangen worden als dat bij de trap. De achterste bak en de bakken aan de rechterkant moeten nog afgewerkt en gevuld worden en dan moet het het houten terras boven aan de trap nog aangelegd worden (dat is nu half aangelegd en gedeeltelijk vergaan), maar dat kan pas als we daaronder drainage hebben aangelegd (er staat nu zo'n tien centimenter water).
Maar het ziet er in ieder geval veel en veel beter uit dan toen ik begon met mijn kwartiertje-per-dag-tuinieren-plan.

En ik kon eindelijk beginnen met zaaien. Dat kan bij ons niet binnen omdat we simpelweg geen plek hebben voor zaaibakken, dus ik moet altijd wachten tot ik in de volle grond aan de slag kan. Je ziet er dus nog niets van, maar in de bakken staat sla, andijvie, suikermais, radijs, bloemkool, prei, spinazie, worteltjes, broccoli en boerenkool. Gedeeltelijk groentes waar ik vorig jaar veel succes mee had, gedeeltelijk nieuwe probeersels  (broccoli en bloemkool) en toch nog maar een poging om de slakken bij de boerenkool weg te houden.

Trouwens, als je heel goed kijkt zie je toch wat. Ik heb alvast een voorsprongetje genomen met de sla en vier plantjes gekocht. Het lijkt nog niet veel, maar er staat tenminste iets.


De tomatenplanten moeten eigenlijk in de bak aan de rechterkant, maar die kan pas afgemaakt worden als de stroomkabel er doorheen getrokken is. Dus heb ik voorlopig maar drie tomatenplanten in een bak gezet. Dat werkte vorig jaar ook prima.


Dat de bieslook zichzelf weer hersteld had verbaasde me niet echt. Dat komt ieder jaar spontaan terug, ook al staat het in een pot.


Maar wat me wel verwonderde is dat de aardbeienplantjes genoeg voedingstoffen hadden in de bakken waarin ik ze heb laten afsterven. Want die zijn ook teruggekomen en staan zelfs al in bloei.

Nu maar hopen dat de vogels eraf blijven...

Meer moestuinen? Kijk bij Helena's Moestuin Maandag op haar blog Hollandse Klei
Lees verder ...

Een mand vol

Ik schreef het al: ik was bijna door mijn wol heen. (Even terzijde: is het niet gek dat je steeds sneller gaat breien als je denkt dat je het einde van een project nèt niet haalt met het restant van je garen? Of is dat alleen een afwijking van mij?) En dus hechtte ik de avond voor mijn verjaardag (om precies te zijn tien minuten voor middernacht) het laatste draadje af. Waarna echtgenoot meldde dat ik als cadeautje bij een echte wolwinkel wol mocht gaan uitzoeken. Hoe lief is dat? Ik koop mijn wol normaal gesproken bij de goedkope textielwinkels of bij de kringloop. En hij stond er ook nog eens op dat ik echte wol kocht, niet het veel goedkopere synthetische garen. Overigens wel op voorwaarde dat ik deze keer eens iets voor mezelf zou gaan breien. Maar dat was ik toch al van plan, want dat was lang geleden.
Wat ik uitzocht is hier (tweede foto) te zien, een combinatie van wol, zijde en viscose in een heel neutrale kleur, zodat ik het overal bij kan dragen.



Toen ik vorig jaar besloot dat ik eerst alles wat ik nog had op moest maken voor ik nieuw garen mocht kopen, wist ik al dat ik bijna alles zou gebruiken om vierkantjes en andere dingen voor Knit-a-Square te breien. Dus breide ik in de loop van de maanden een slaapzak (dat nam een flinke hap uit de voorraad), vierkantjes en mutsen. En ik mikte alles wat ik maakte in een mand in de hoek van de kamer, met een stapel dekens erbovenop. Ik had dus geen flauw idee wat er precies in de mand zat, tot ik afgelopen vrijdag de inventaris opmaakte. En toen bleek ik, tussen de bedrijven door, toch heel wat gebreid te hebben...
Behalve de slaapzak bleek de mand veertien vierkantjes en veertien mutsen (waarvan jullie er vier al gezien hebben) te bevatten. Met een overdosis blauw en in soms wat moeizame kleurencombinaties, want het waren nu eenmaal allemaal restjes (wat je in de kringloop vindt zijn ook meestal restjes).




Voor mijn volgende KAS-projecten wil ik garen gaan kopen in vrolijkere kleuren. Ik heb in de wolwinkel waar we mijn cadeautje kochten al iets gezien dat me wel wat leek (qua kleur èn prijs).
Maar eerst mijn eigen vest afmaken, want in het kader van ontrommelen en rustiger leven wil ik proberen gewoon aan één project te gelijk te werken en niet alvast bergen garen in te slaan voor alle plannen die ik in mijn hoofd heb.
Dat houdt trouwens wel in dat ik zonder pinpas en met een beperkt bedrag aan contanten naar die wolwinkel terug moet gaan want oh, wat hebben ze daar een enorme keuze!

Follow my blog with Bloglovin (sorry, dit moet even om mijn blog bij bloglovin te claimen)
Lees verder ...

In de krant

Lees verder ...

Een heel gewone dag

Mijn favoriete soort blogberichtjes zijn die waarin iemand simpelweg vertelt wat hij doet op een heel gewone dag. En dan vooral als het mensen zijn zoals zij of zij, waarvan ik me bij het lezen van hun normale berichtjes afvraag "hoe doen ze het toch allemaal?". Ik ken eigenlijk geen nederlandstalige voorbeelden, trouwens, hoewel Teuni toch wel zoveel vertelt dat je een aardig beeld van haar dag kunt vormen.
Nu verbeeld ik me niet dat mensen dolgraag willen lezen hoe ik mijn dag doorbreng, maar het is een leuk onderwerp voor een blogpostje. Zeker omdat mijn normale dagen absoluut niet voldoen aan het beeld dat mensen van een schrijfster hebben. Er zijn dagen waarop ik bijna niets anders doe dan schrijven. Maar de meeste zien er zo uit als deze dag (dit was vorige week dinsdag - maar vandaag heb ik me alweer verslapen):

7.05 Ik schrik wakker. Wekker vergeten te zetten. Normaal gesproken word ik altijd ruim voor zevenen wakker, maar het was gisteren laat... Snel aankleden, theezetten, eierkoker aan.

7.30 Dochters en echtgenoot komen binnendruppelen. We zijn geen van allen ochtendmensen, dus we ontbijten individueel, met een bord of broodplank op schoot.

8.30 Tijd om aan het werk te gaan. Dochters vertrekken naar de kamers om te werken/leren, echtgenoot blijft nog even op de bank zitten met zijn laptop om mail te checken, maar verhuist na een half uurtje naar ons kantoortje. Ik heb een huishoudochtendje, dus ik begin met opruimen.
Eigenlijk wil ik schrijven, maar dat moet even wachten. Ik zit trouwens toch met een manuscript dat het net niet is. Ik ga iedere keer braaf zitten om verder te schrijven, maar het lukt gewoon niet. Het vervelende is dat ik iemand beloofd heb "zo snel mogelijk" iets te laten horen en dat is al maanden geleden. Maar wat ik nu heb is gewoon te slecht om aan iemand te laten zien. Dus moet het nog maar even wachten.

9.30 Als ik badkamer, toilet en keuken gesopt heb en een lading was in de machine gestopt, spring ik in mijn auto. Die moet naar een garage in de stad voor een garantiereparatie.

9.45 Het verkeer zit mee en ik arriveer een kwartier te vroeg.

10.00 Ik ben eindelijk aan de beurt, nadat de mensen voor mij uitgebreid hebben staan kletsen en er ook nog iemand voordrong. De man achter de balie en ik hebben een communicatieprobleempje; hij kan mijn auto niet vinden in het systeem. Als de auto eindelijk gevonden is, blijkt "even kijken of de reparatie nodig is" een uur te moeten duren. Ik heb geen zin om zolang in de wachtkamer te zitten (herinnering voor mezelf: volgende keer laptop meenemen!) en besluit het winkelcentrum verderop in te duiken. Ik ben al snel uitgekeken en bedenk dat ik beter in de wachtkamer had kunnen gaan zitten om na te denken over mijn boek.

11.00 Ik heb het winkelcentrum vier keer rondgewandeld en het is eindelijk tijd om mijn auto op te halen. De reparatie is inderdaad nodig en we maken een afspraak voor volgende week (herinnering voor mezelf: laptop meenemen!)

11.15 In het winkelcentrum in de stad kon ik het enige dat ik echt nodig had niet vinden, dus ik moet op weg naar huis langs het winkelcentrum in een andere plaats.

11.30 Thuis, was in de droger, de rest ophangen, nieuwe was in de machine, bed afhalen, beginnen met stofzuigen, tot de ontdekking komen dat ik vergeten ben te stoffen, nog een keer stofzuigen.

12.00 Tafeldekken en lunch.



13.30 Afwassen (ja, met de hand), nog even een kopje koffie met echtgenoot op de bank en dan naar het kantoortje.

13.45 Mail lezen en beantwoorden, reacties op mijn blog lezen, blozen om een heel lieve reactie, reacties beantwoorden. Facebook, twitter en een paar blogs lezen. Bedenken dat ik dat laatste anders moet gaan doen, want nu lees ik alles vluchtig en vergeet dan dat ik op sommige mensen wil reageren. Ik wil daar veel bewuster mee omgaan.

14.00 Derde was vandaag. Het houdt nooit op. Bedenken dat ik een blogje moet schrijven, maar ik heb niet echt inspiratie. Toch beginnen met een blog schrijven. Ondertussen dochter helpen met boekhoudstudie.

15.00 Koffie/theepauze. Stukje breien. De wol die bijna op was, is nog steeds genoeg om een vierkantje te breien (na een muts en een ander vierkantje). Maar ik ben er bijna...



15.15 Mijn manuscript staat open in Word en ik ben begonnen met (alweer) van voren af aan doorlezen. Ik blijf hangen op het punt waar mijn hoofdpersoon vertelt over haar verbroken relatie. Daar is iets mee, maar ik kan er de vinger niet opleggen wat.

15.45 Verder met blogje schrijven, bijpassende foto's maken en van gedachten veranderen. Ander blogje schrijven en plaatsen, doorlinken naar Facebook en Twitter. Het probleem "dit blog" of "deze blog" (groene boekje zegt mannelijk, Van Dale zegt mannelijk en onzijdig, bijna iedereen zegt "deze", maar ik ben gewend om "dit" te zeggen) omzeilen door "mijn blog" te typen. Bedenken dat ik nog steeds niet snap hoe Google plus werkt, er heel even naar kijken en dan weer afhaken.

16.15 Ik wil de was opvouwen en de laatste ronde laten draaien, maar de was is nog niet droog. Waterreservoir is vol. Nog een kwartiertje aanzetten. Dochter helpen met lastige opdracht. Kat komt drijfnat thuis. Even afdrogen (vindt hij fijn, hij vraag er zelfs - luidkeels - om). Tussendoor steeds een paar minuten peinzend naar manuscript kijken, maar geen tijd om me er echt in te verdiepen.

16.45 Dag bijna voorbij. Moet het bed nog opmaken, een was drogen/ophangen, eten koken. Had nog willen schrijven en aan mijn blog layout willen werken. Probeer het los te laten, morgen is er weer een dag. En misschien werk ik vanavond nog even door.



17.03 De kat gilt om eten. Ik ben drie hele minuten te laat. Ik geef hem zijn brokken en zie dat ik vergeten ben soep te koken. En ik moet de laatste was nog drogen en het bed is nog niet opgemaakt. En wat eten we vanavond?
Ik zet de soep op, hang de was op en stop de rest in de droger, help de kat door zijn brokken weer terug op het bordje te leggen. Bedenk dat het grappig zou zijn als ik dit verslag kon eindigen met 's avonds laat het vergeten bed nog op te maken.
Ik besluit dat we vanavond prei eten, maar wel met aardappels (ik vind het lekkerder met rijst) omdat we al twee keer rijst op hebben deze week. Ik snij de prei en zet het alvast op om een voorsprong te nemen op de aardappels. Daarna schil ik de aardappels, maar laat ze nog even staan.
Schrijf nog even een reactie op iemand en vul dit verslag aan (dat schrijf ik dus ook nog tussen de bedrijven door al staat het er niet steeds bij).


18.00 Ga de soep proeven, keur hem goed en schep vier kommen vol (wij eten soep voor het eten, maar niet als voorgerecht - normaal gesproken warm ik het rond een uur of vijf op en eten we het dan alvast op -  dat scheelt heel veel gesnaai voor het eten). Aardappels opzetten.
Ga achter vertellen dat de soep klaar staat en neem meteen mijn laptop mee naar de huiskamer. Ik wil nog wat doen, maar moet wel op het eten letten, wat gemakkelijker gaat vanaf de bank. Oh wacht, eerst dat bed opmaken, want zo grappig is het niet om 's avonds laat lekker onder de dekens te willen kruipen en dan nog aan het werk te moeten (komt regelmatig voor). Zinloos naar beeldscherm staren. Snel nog even de speklapjes bakken.

18.30 Tafeldekken, eten, opruimen, afwassen, was opvouwen, koffie



19.30 Ik werk nog even aan mijn bloglayout, maar het lukt niet erg. Ik wil weer eens iets heel ingewikkelds. Waarom kan ik me nooit bij de standaardsjablonen houden?

20.00 Als echtgenoot me moet helpen met iets dat eigenlijk heel simpel is (en dat ik dus gewoon had moeten weten), besluit ik dat het genoeg geweest is. Ik zet de radio aan en ga breien. Echt ontspannen lukt niet, want ik blijf over mijn nieuwe boek nadenken.

22.00 Die verbroken relatie is het probleem. Het was een cliché verhaal, hij ging vreemd, zij betrapte hem en is nu boos en verdrietig. Komt vaak voor en is op zich niets mis mee voor een boek, maar de situatie past helemaal niet bij het karakter van mijn hoofdpersoon. Dat moet anders. Misschien is dat de oplossing. Zal ik nog even...? Mijn laptop ligt nog onder handbereik, maar eigenlijk ben ik veel te moe. Dat wordt niets meer. Echtgenoot is ook eindelijk klaar met werken (nou ja, hij is gestopt voor de dag), dus het is tijd om nog even rustig te praten met een glaasje wijn en op de achtergrond het gezellige gekwebbel van één van mijn favoriete Veronica-dj's.

0.00 Alweer aan de late kant gaan we naar bed. Ik bedenk wat ik morgen allemaal wil doen en probeer in mijn hoofd alvast mijn verhaal te herschrijven. Ik merk dat ik daardoor niet kan slapen en houd mezelf voor dat ik morgen kan gaan schrijven. Als ik tijd heb. Ach, dat boek komt wel af. Ooit.
Lees verder ...

Een fijne verjaardag

Vorig jaar heb ik er bewust voor gezorgd dat ik aan de andere kant van de wereld zat tijdens mijn verjaardag. Ik had simpelweg geen zin om het te vieren.
Maar dit jaar was ik er dus wel. En het was een fijne dag.

:: het hele gezin thuis
:: mijn ouders op visite
:: lieve felicitaties via sms, email, facebook en blogreacties van andere familie en (blog)vrienden
:: eigen gebakken brownies
:: een heerlijk stoofpotje (vergeten foto's te maken)
:: de perfecte cadeautjes (bloemen, boeken en breiwol, wat wil een mens nog meer?)











Lees verder ...

En de winnaar is...

Ik heb het hele proces voor jullie vastgelegd...

namen deelnemers (toch nog 10!) op briefjes schrijven

dichtvouwen

in theemuts stoppen

echtgenoot trekt een lootje

het winnende lootje
Marka, gefeliciteerd! Ik stuur de boeken zo gauw mogelijk naar je toe. Je adres heb ik, tenzij ik een verhuisbericht gemist heb ;-) 
Lees verder ...

Niet erg diepzinnig

Ik was daarnet een vreselijk diepzinnig blogje aan het schrijven, maar dat heb ik gedelete.
Want eigenlijk was het niet diepzinnig. Het was vooral vreselijk.
Ik zat namelijk heel erg inspiratieloos mijn best te doen om toch een stukje te produceren. Niet slim, want dat is helemaal niet leuk om te lezen.
Dan kan ik jullie beter opzadelen met een foto van de houding waarin onze kat tegenwoordig vaak op schoot ligt. (lig dood! braaf! roepen wij dan...)


p.s.: jullie hebben nog tot donderdagochtend de tijd om mee te doen aan mijn giveaway! (en nog een dagje langer voor die van Anita)
Lees verder ...

Deadlines?

Het hebben van deadlines hoort er bij als je schrijfster bent. Of in ieder geval als je een uitgever (of meer dan één) hebt, die af en toe iets van je verwacht.
Maar de laatste tijd begint het tot me door te dringen dat ik tegenwoordig alleen nog maar leef voor deadlines. En het houdt nooit op. Heb ik net opgelucht het manuscript voor een Dorpslevenverhaal naar de uitgever gemaild, bedenk ik dat ik mijn nieuwste boek eigenlijk al maanden geleden af had willen hebben. En als ik dat (eindelijk) af heb, staat het volgende boek of verhaal al weer te trappelen om afgewerkt te worden.
Ooit kon ik 's ochtends niet wachten tot ik achter mijn laptop kon schuiven om me weer in de levens van mijn hoofdpersonen te verdiepen. Tegenwoordig is mijn eerste gedachte dat ik mijn woordendoel moet halen. Jammer. En het werkt ook niet echt, want ik heb regelmatig last van writer's block.


Het ergste is dat ik het niet alleen in mijn schrijfwerk doe. Alles krijgt een deadline. Het huishouden (wat dom is, want dat werk houdt nu eenmaal nooit op), de tuin (al even dom, want het onkruid groeit vrolijk verder waar ik het net heb weggehaald) en zelfs mijn hobby's. Want ik ben bezig de laatste restjes van mijn wol op te breien voor ik eindelijk (na ruim een jaar) weer eens nieuw garen mag kopen en ik ben voortdurend bezig te bedenken wanneer ik daarmee klaar moet zijn.



Ik dacht altijd dat het goed was om doelen te stellen, datums te prikken en lijstjes te maken. Maar dat is het niet. Het gaat ineens allemaal om het einddoel en aangezien er steeds een nieuw einddoel bijkomt, is de weg ernaartoe allesbehalve leuk.
Dat is niet hoe ik wil leven.

Deze tekst had ik jaren geleden al als onderschrift op een forum:

Happiness is not a station you arrive at, but a manner of traveling.

Het is een citaat van Margaret Lee Runbeck en ze  heeft gelijk. Ik stop er mee. Ik ga het anders doen.

Niet meer: 'volgende maand moet dat boek af' maar: 'ik ga lekker verder schrijven'
Niet meer: 'vandaag moet die tuin netjes' maar: 'ik ga fijn in de tuin rommelen'
Niet meer: 'morgen moet die mand met restjes leeg zijn' maar: 'ik ga eens een paar steekjes breien'

Wist je dat zelfs stofzuigen en dweilen op die manier leuker is? Ik wel, want dat heb ik dus net gedaan. Met een klein momentje waarop ik vergat dat het dus niet erg was als ik niet voor de koffie gedweild had. Kan ook erna. Het gaat nu eenmaal niet sneller dan het gaat. Maar toen ik dat eenmaal aanvaard had, leek het wel alsof het ineens een veel minder vervelende klus was.

Ik vraag me nu wel af of ik de enige ben die zichzelf voortdurend deadlines en doelen stelt. Of is dat een kwaaltje waar jullie ook aan lijden?
Lees verder ...

In de tuin :: lente!




Lees verder ...

Tegenstelling ~ achtergrond en giveaway

Ik beloofde vorige week iets te vertellen over de achtergrond van mijn nieuwste boek, maar nu zit ik hier met een griephoofd tussen de hoestbuien door naar mijn scherm te staren. Ik hoop dat ik nog iets zinnigs kan schrijven, maar het valt niet mee mijn gedachten onder woorden te brengen.

(Auto)biografisch?

Het lastige is dat mensen vaak niet begrijpen hoe een verhaal geïnspireerd kan zijn door je eigen leven en je omgeving en toch op geen enkele manier autobiografisch. Ik ben dus een beetje terughoudend met ronduit zeggen dat ik in mijn naaste omgeving te maken heb met dyslexie en hoogbegaafdheid en de problemen die daar bij horen. Ja, nu zeg ik het dus toch. Maar lees alsjeblieft verder. Ik vind dat ten eerste moeilijk omdat het niet (alleen) mijn verhalen zijn, maar (ook) die van anderen. Die kan en mag ik dus niet zomaar vertellen. En ten tweede is het niet zo dat Diederik en Nina letterlijk gebaseerd zijn op die personen. Geïnspireerd, ja. Maar niet meer dan dat. Wat Diederik en Nina zeggen, denken, voelen en meemaken komt allemaal uit mijn eigen fantasie en is dus op geen enkele manier (auto)biografisch.

Trilogie

Zo, nu ik dat duidelijk heb gemaakt (hoop ik), kan ik vertellen dat ik er enorm trots op ben dat Incognito uiteindelijk is uitgegroeid tot een heuse trilogie. Voor degenen die niet al mijn boeken kennen: Incognito was mijn tweede boek, waarin Sofie, een beroemd fotomodel probeert onder te duiken na een paar nare ervaringen met de roddelpers. Het idee om daar een vervolg op te schrijven ontstond al tijdens het schrijven van Incognito. Ik vond namelijk dat haar zusje Renske een eigen boek verdiende. In Dilemma lezen we dus hoe Renske, vier jaar na Incognito, worstelt met keuzes op het gebied van de zorg voor haar dochtertje, haar carrière en de liefde.
Eigenlijk was het verhaal daar afgelopen. Maar ik liet me verleiden tot een derde boek in deze serie. Ten eerste omdat het me geweldig leek om een trilogie te schrijven en ten tweede omdat er één persoon uit Dilemma was die door het grootste deel van mijn lezers verkeerd begrepen werd. En dat vond ik jammer.
Dus wilde ik nog een verhaal schrijven dat duidelijk maakte wat hem - ik heb het over Diederik, de natuurlijke vader van Renskes dochtertje - nu eigenlijk maakte tot wie hij was. Maar aangezien ik altijd vanuit één hoofdpersoon schrijf en mijn boeken nu eenmaal vrouwenboeken zijn, verzon ik een au pair die bij Sofie en Renske gaat werken en zo met Diederik in aanraking komt. Dat gaf me meteen de gelegenheid om nog een keer een kijkje in het leven van die twee te nemen. Dat is het leuke van een trilogie tenslotte.
Het is echter geen vervolgverhaal. De drie boeken zijn prima afzonderlijk te lezen.

Hoogbegaafdheid en dyslexie

Toen ik begon met schrijven wist ik wel dat Diederiks probleem zijn hoogbegaafdheid was. Dat wordt in de andere boeken al aangestipt. Maar Nina leerde ik pas goed kennen toen ik eenmaal bezig was.
Het werd een verhaal dat me diep raakte. Oké, dat doen al mijn verhalen als ik ermee bezig ben. Anders zou ik ze niet kunnen schrijven. Maar naast het emotionele aspect (omdat het nu eenmaal geïnspireerd was door mijn eigen omgeving) zat ik ook met het maatschappelijke aspect. Ieder mens is uniek, maar als ik publiek wil maken dat de onderliggende thema’s van dit boek hoogbegaafdheid en dyslexie zijn, moet ik wel zorgen dat de hoofdpersonen herkenbaar zijn voor alle (nou ja, zo veel mogelijk) mensen die er mee te maken hebben en niet alleen voor mijn specifieke situatie. Ik heb dus heel wat research gedaan, waaruit bleek dat mijn eigen ervaringen wel degelijk klopten.* En ik hoop dat mijn boek een klein beetje kan bijdragen aan wat meer begrip voor zowel hoogbegaafden als dyslectici.

*Veel van mijn informatie komt van het internet, maar ik heb besloten geen url’s te noemen, omdat bijna alle websites over dyslexie en hoogbegaafdheid gemaakt zijn door mensen die ‘oplossingen’ verkopen en ik heb geen tijd om me te verdiepen in de vraag of dit goede oplossingen zijn waaraan ik mijn naam wil verbinden.

Nu klinkt het alsof ‘Tegenstelling’ een zwaar en dramatisch boek is, maar wie mijn andere boeken gelezen heeft, weet dat dat mijn stijl niet is. Het is in de eerste plaats een gezellige, gemakkelijk te lezen roman, met gewone mensen, familiesituaties,  liefdesverwikkelingen en een tikje spanning, die prima past bij al mijn andere boeken.

Winnen?

Nieuwsgierig geworden? Er zijn een aantal manieren om daar iets aan (mee?) te doen.
- je zou mijn boek kunnen kopen (hier bijvoorbeeld)
- je kunt de samenvatting en het eerste hoofdstuk (als pdf te downloaden) hier vinden
- je kunt meedoen aan mijn giveaway

Je hoort het goed: ik geef een exemplaar gratis weg. Sterker nog, ik geef de hele trilogie weg. Alledrie de boeken. Tegenstelling kan prima gelezen worden zonder de andere twee boeken te kennen, maar dat maakt het niet minder leuk om ze alledrie te hebben, toch?

Wat moet je daarvoor doen?
Niet veel:
- laat een reactie achter op deze blogpost
- volg mijn blog (niet verplicht, zou wel leuk zijn)
- vertel anderen over mijn giveaway op je blog, facebook en/of twitter (niet verplicht, wel lief)
Op mijn verjaardag (16 mei) maak ik de uitslag bekend.


Meedoen is niet meer mogelijk. Kijk hier wie er gewonnen heeft.
Lees verder ...