Geertrude Verweij over schrijven, lezen en leven

Op Bali (4)

Een leuke ontmoeting waar ik zelf niet veel bij hoefde te verzinnen wil ik jullie ook niet onthouden.
Een paar dagen geleden lagen we in onze favoriete ligstoelen aan het strand toen er een man langskwam.  Hij zette zijn zware tas even neer en zei (in het engels):  “Doe dat maar eens na, met een tas van twintig kilo sjouwen als je al tweeënzestig bent.”
Echtgenoot antwoordde dat hij hoopte dat hij dat tegen die tijd nog zou kunnen. Dat was genoeg toenadering. De man vertelde dat hij de hele wereld rondgereisd had. Hij was onder andere in Egypte geweest. Daar was hij (als Amerikaan) beschuldigt van spionage. Een paar Egyptenaren (“moet je je voorstellen, zij hadden familie bij de Taliban, die door de Amerikanen, my people, dood geschoten waren”) hebben hem geholpen het land uit te komen.
We hoefden nauwelijks antwoord te geven, hij praatte maar door, liep na afloop van dat verhaal bijna weg en kwam toen nog terug met een toegift. Als je hem moest geloven raakte hij overal in moeilijkheden, want hij was ook in aanraking geweest met de maffia in Manila. Die hadden al zijn papieren gestolen.
Wantrouwend als we zijn (geworden), wachtten we vol spanning wat hij nu eigenlijk wilde verkopen, maar hij pakte voor de tweede keer zijn twintig kilo zware tas op en liep met een vrolijke groet weg.
Anderhalf uur later (ja, we lagen er nog steeds) kwam hij terug. Met een nieuw verhaal, over de oplichters die hij op zijn reizen was tegengekomen en waaraan hij een hoop geld en zelfs al zijn papieren was kwijtgeraakt. En weer dachten we: “Nu komt het, hij wil geld.” Maar weer ging hij gewoon weg. Na een tweede verhaal, net zoals daarvoor.
Weer een uur later (ja, we lagen er nog steeds, we hadden een extra luie dag) kwam hij nog eens voorbij. Inmiddels wist hij dat hij bij ons zijn verhaal kwijt kon, dus begon hij gewoon uit het niets. We verdenken hem ervan dat hij al hoopte dat we er nog waren en van te voren al had besloten wat hij nog wilde vertellen. Dus zette hij zijn tas neer, keek ons aan en zei: “Er zijn drie dingen die je moet weten over Tucson Arizona. Nou ja, eigenlijk één ding: ga er niet heen. Maar er zijn dus drie dingen…”
De dames die op de andere twee ligstoelen lagen, luisterden in opperste verbazing toe, maar voor hen had hij eigenlijk geen oog. Wij waren zijn publiek. Deze keer was zijn reprise een verhaal over New York. Daar ben je veilig, zolang je er maar uitziet als een toerist. Want de politie heeft tegen de moordenaars en de overvallers gezegd dat ze hen in kleine stukjes zouden snijden als de toeristen aanvielen. Zorg dus dat je een camera bij je hebt en kijkt als een toerist, dan ben je in New York volkomen veilig. Aldus deze meneer, spreek mij er niet op aan als het niet klopt.
Dat was zijn laatste optreden voor ons. We hebben hem niet meer gezien. Maar iedere keer als we daar liggen, kijk ik naar hem uit. Want of zijn verhalen nu waar waren of niet, die man was nu echt wat je noemt een geboren verteller. En daar kan ik alleen maar bewonderend naar luisteren.
Lees verder ...

Bali :: 20

20120531 (Large)

20120531a (Large)

Lees verder ...

Bali :: 19

20120530 (Large)
Lees verder ...

Bali :: 18

20120529 (Large)

20120529a (Large)

20120529b (Large)

Lees verder ...

Op Bali (3)

Ik heb hier een hoop plezier met het observeren van mensen. Ik ben nu eenmaal schrijfster, dus ik hoef maar een paar woorden op te vangen, een paar gezichtsuitdrukkingen te zien, en ik borduur er hele romans omheen.
Of hele drama’s, dat is minder. Ik had zo’n medelijden met het Australische jongetje dat tegen zijn moeder zei: “Mom, I really think that dad doesn't…”
De rest verstond ik niet, maar ik kon het wel raden. Dad zat namelijk met de jongste zoon in het kikkerbadje omdat de jongste had lopen gillen dat hij absoluut niet in dat koude grote bad ging. Andere zoon wilde graag met zijn pa een balspelletje doen, maar hij werd volkomen genegeerd toen de jongste begon te drammen.
Uiteindelijk bleef ma bij de oudste aan de rand van het grote zwembad zitten. Ze stelde voor vanaf de rand de bal naar hem te gooien, maar toen ze de bal ging halen bleek dat jongste hem niet wilde afgeven. Dat leidde tot die zielige ontboezeming.
Even later zag ik vader en oudste zoon samen iets doen in de lobby en ik dacht even hoopvol dat het probleem was opgelost. Maar toen bleek dat het kind (hoogstens een jaar of twaalf) met een blikje cola achter de computer werd geïnstalleerd en daarna weer alleen achterbleef. Tot zijn broertje ook op de computer wilde… Zoals ik al zei, hele drama’s zie ik.

Gelukkig zijn er ook leukere dingen. Zoals een ouder stel in één van onze favoriete restaurants, een Ierse pub. Er is daar altijd live-muziek, maar het bandje wisselt nog wel eens. Die avond was de Ierse huisband er, de Leprechauns (en ja, het zijn gewoon Balinezen, dat klinkt hilarisch, maar ze zijn echt goed).
Het stel was duidelijk ook Iers, want vooral de vrouw zat heerlijk mee te deinen op de vrolijke liedjes en zong hele stukken mee. Als verzoekje gaf ze een heel weemoedig nummer op. Ik kon haar gezicht niet zien, maar aan de manier waarop de man haar hand pakte, kon ik merken dat ze volschoot. De liefde en het begrip straalde van dat gebaar af. En de manier waarop ze elkaar aankeken…
Ik bedacht dat dàt echte liefde was. En dat dàt is waar ik over wil schrijven.

Een veel prillere liefde zag ik tussen één van de dames die serveert bij het ontbijt en een bewaker (of ik dacht het te zien, dat kan ook, laat me maar gewoon in de waan).
Het meisje is een schatje, maar voor Balinese begrippen (er lopen hier ontzettend mooie meisjes rond) wat gewoontjes. Die bewaker mag er best zijn. Ik had al tegen echtgenoot gezegd dat ik nog geen enkele aantrekkelijke Balinese man tegen was gekomen (ja, sorry, niet mijn type), maar dat deze toch wel wat had. Dat mag ik zeggen. Wij zijn al heel lang getrouwd en weten wat we aan elkaar hebben. Genieten van mooie mensen doen we gewoon samen. En er zijn zoveel mooie meisjes hier dat ik ook best eens naar een bewaker mag kijken. Maar goed. Dit wordt wel erg persoonlijk allemaal.
Ik zag de blik die die twee wisselden en voelde de vonk die oversloeg bijna letterlijk. En toen ik het meisje aankeek, glimlachte ze naar me. Niet de gewone beroepsmatige glimlach, die bij haar altijd al wat gemeender over komt dan bij anderen, maar een glimlach waarmee ze aangaf dat ze wist dat ik het doorhad en dat ze dat niet erg vond, omdat ze zo gelukkig was dat iedereen het mocht weten.

Nooit zo’n glimlach gezien? Dat is jammer, want het is een prachtige glimlach. Ik genoot ervan.

Misschien komt het doordat ik schrijfster ben. Of misschien ben ik wel schrijfster omdat ik overal verhalen zie. Maar je ziet ze in ieder geval duidelijker als je verder niets zoveel te doen hebt.
Lees verder ...

Bali :: 16/17

20120528 (Large)

20120528a (Large)

Lees verder ...

"Een nieuw leven"

Ik hoorde vandaag (een tikje vertraagd door mijn vakantie) dat mijn eerste roman voor uitgeverij Marken nu in de winkel ligt.
Het is een verhaal in de serie Dorpsleven getiteld: "Een nieuw leven". Te koop bij boekhandels en supermarkten en bovendien als E-pub verkrijgbaar
Prijs: 2,50 euro /E-pub: 1,99 euro


Lees verder ...

Bali :: 15

20120527 (Large)

Lees verder ...

Op Bali (2)


Eigenlijk wilde ik iets vertellen over de excursie die we donderdag gemaakt hebben, maar iedere keer als ik daar aan begin schiet me een heel ander onderwerp te binnen. Naast een mooie tempel in het water (niet het
bekende Tanah Lot, maar een tempel in het Beraturmeer), rijstvelden en een waterval hebben we namelijk vooral dieren gezien.
De dag begon met een bezoekje aan een lokale markt. Daar zagen we een paar konijntjes in een veel te klein hok. Maar die worden dan ook niet als huisdier gehouden, daar maken ze sateh van. Ik heb
maar niet te lang gekeken, want ze waren wel erg schattig en pluizig en ik vind het nogal hypocriet om dat zielig te vinden, en wel gewoon kip, koe en varken te eten (hoewel ik daarvan ook graag weet dat ze een goed leven gehad hebben).
Bij de tempel stond een complete kermisattractie met dieren. Er hingen vliegende honden aan een tak, er zaten kaketoes, uilen en valken. En je kon tegen betaling op de foto met een slang om je nek of een hagedis op je arm. Best leuk en misschien ben ik overgevoelig, maar ik kon alleen maar denken hoe vervelend het voor die beesten is om dag in, dag uit, tientallen keren uit je hok (of in het geval van de hagedis,
van je tak) geplukt te worden om met een toerist op de foto te moeten. De slang (een wurgslang) zag wel erg bleekjes (maar misschien is dat gewoon het soort) en de hagedis had doodgewoon geen zin, die liep simpelweg langs het jurkje van het meisje dat hem op de arm zou nemen naar beneden. Ik mag dat wel, zo'n dier dat denkt: "Nu even niet."
Een stuk leuker waren de apen, die we later tijdens de rit tegenkwamen. De gids vertelde dat deze apen niet vervelend zijn. Ik ben even kwijt hoe het dorp heet waar veel toeristen heen gaan voor de apen, maar daar moet je brillen en de inhoud van je zakken in de bus achterlaten. Hij beweerde zelfs dat die dieren getraind worden brillen te stelen, zodat "vriendelijke" mensen die "toevallig" aanwezig zijn, ze kunnen gaan halen. Tegen een flinke fooi natuurlijk. Deze apen krijgen alleen eten van de toeristen. En de paar Balinezen die daar rondliepen ook, want het was bijna onmogelijk om geen banaan in je handen gedrukt te krijgen om de apen te voeren. In verhouding belachelijk duur, 20.000 roepia voor een paar minibanaantjes, maar ik vond het die twee euro wel waard. Het was namelijk wel erg leuk om te doen, en ik bedacht later dat het ook een heel veilige regeling is voor de apen. Als die dames met de bananen en pinda's er niet stonden, zouden ze vast regelmatig snoepjes en andere troep van toeristen krijgen. De aap die ik voerde was de baas. De rest kreeg geen kans en hij rukte de bananen uit mijn handen. Hij was echt razendsnel, hij pelde er eentje terwijl hij nog kauwde op de vorige en stopte die in zijn mond terwijl hij de volgende aanpakte. Toch had ik niet het idee dat de rest tekort kwam. Er zat ook een aap met een manke poot, maar die zag er net zo goed doorvoed uit als de rest. Ik zag trouwens dat die vrouwen hem af en toe iets toestopten zonder dat er een toerist voor betaalde.

20120524c (Large)

Aan het eind van de dag maakten we een wandeling langs een rijstveld. De gids zei "door een rijstveld", maar dat was niet zo. Vorig jaar op Java hebben we er letterlijk doorheen gewandeld. Iedereen zat tot zijn knieen onder de modder. Dit was een wandeling langs de rand. Ook leuk, daar niet van. En je blijft tenminste schoon. De wandeling eindigde bij een restaurant waar ze ook al vliegende honden hadden. Ik blijf het enge beesten vinden, al was ik niet zo bang als een van mijn medereizigsters (maar die had er reden voor, die was ooit in een hele zwerm terecht gekomen). De gids was er helemaal niet bang voor. Hij liet zo'n beest drinken uit een fles Fanta. Hoe gezond dat is, weet ik ook niet, ik vermoed dat in ieder geval de prik er al uit was. Volgens hem hoefde we niet bang te zijn, vliegende honden gaan pas vliegen als het donker wordt. Maar van die Fanta werden ze toch knap bewegelijk en bovendien was de zon al aan het ondergaan. Ik ben toen toch maar bij mijn bange medereizigster gaan zitten.

IMG_0385 (Large)

Overigens waren dit ook al geen wilde dieren. Overdag hangen ze vrij aan die boom, maar 's nachts gaan ze in een kooi, zodat ze niet weg kunnen vliegen. Waarschijnlijk kunnen ze overdag niet veel zien, maar ik ga er maar vanuit dat ze, als ze het heel slecht hadden, wel een manier gevonden zouden hebben om te vertrekken.

Eenmaal terug in het hotel moest Theo nog wat werk doen en dus aten we een hapje in het hotelrestaurant. Daar werden we begroet door de hotelhond. Er lopen hier heel wat honden op het strand, maar volgens mij zijn daar weinig zwerfhonden bij. Hoewel de reisgids zegt dat ze hier veel zwerfhonden hebben, die ook
nog eens slechtgehumeurd zijn. Wij hebben daar niets van gezien, zowel de honden op het strand als de honden op straat zijn goed doorvoed en vrolijk. Er was er eentje die blafte, maar die schrok vervolgens net zo hard van ons als wij van hem. Wat ook een grappig gezicht is.
De hotelhond ziet er eigenlijk iets te goed verzorgd uit. Hij is voor een hond echt moddervet. Daarom krijgt hij van mij niets te eten, maar van andere toeristen dus wel. Theo aait hem regelmatig en dat vindt hij ook fijn.

20120525 (Large)

Katten lopen hier ook, maar alweer niet veel. Er loopt een volwassen kater en we hebben twee kleintjes gezien, die min of meer bij hem in de buurt blijven. Ik zag gisteren dat de kater restjes kreeg in de keuken. De kleintjes waren er toen niet bij, maar ik neem aan dat zij ook hun deel wel krijgen. En natuurlijk zijn er ook toeristen die eten voor hen bewaren. Pas geleden zat er een Australische toeriste zelfs met een van die kleintjes op schoot.

Als ik wil vertellen over alle dieren die we hier tegenkomen, is er nog een die ik niet moet vergeten, bedenk ik me nu. Boven onze favoriete ligstoelen aan het strand hangen de takken van een grote boom. En in die takken zit regelmatig een vogeltje. Steeds dezelfde, of regelmatig een andere, dat weten we niet. En we hebben ook geen idee hoe dat beest heet. Wat we wel weten is dat het dier erg goed kan richten. We zijn inmiddels allebei al een keer of drie geraakt. Vandaar dat we zelf een naam verzonnen hebben.
Voor we gaan liggen kijken we altijd even omhoog om te zien of hij er zit, de schijtlijster.
Lees verder ...

Bali :: 14

20120525 (Large)

Lees verder ...

Bali :: 13

20120524 (Large)

20120524a (Large)

20120524b (Large)

20120524c (Large)

20120524d (Large)

Lees verder ...

Op Bali

We zijn nu ongeveer halverwege onze vakantie op Bali en tot onze eigen verbazing lukt het ons prima om bijzonder weinig te doen. Onze dagen zijn "gevuld" met zwemmen, bij het zwembad liggen, aan het strand liggen, en door de hoofdstraat van Sanur wandelen om ergens een hapje te eten.
Ik was van plan hier af en toe een verslagje te schrijven, maar ik had tot nu toe niet veel te melden. Maar gelukkig hebben we ons eergisteren in een avontuur gestort (nou ja...), waar nog wel iets over te vertellen valt.

We zijn namelijk op eigen houtje naar Denpasar gegaan. Dat is de hoofdstad van Bali. Het ligt heel dicht bij Sanur, waar wij zitten, het is er zelfs min of meer aan vastgegroeid. De reisgids zei dat de meeste toeristen Denpasar links laten liggen. We weten nu waarom.
Het begon al met een taxichauffeur die het museum niet wist te vinden. Kaartlezen (we hadden een reisgids bij ons) kon hij ook niet, hij moest iemand bellen voor instructies. Toen we daar eindelijk waren, liepen we langsde staatstempel. We wilden daar eigenlijk alleen vluchtig een blik op werpen, maar werden aangesproken door iemand die zich voordeed als gids en niet meer weg te slaan was. We zijn er aardig ingelopen. Ik wist dat we een sarong moesten huren om naar binnen te mogen en dat je daar ongeveer 2000 tot 5000 roepia aan kwijt bent. Dat is 20 tot 50 cent, dus geen probleem. Maar toen we, met die doeken om, binnen waren, vroeg hij 20 dollar om ons rond te leiden. Hij was niet weg te krijgen. Uiteindelijk wilden we weggaan, maar toen bond hij in en wilde hij het voor 10 dollar wel doen. Dat was nog veel te veel gevraagd, want hij ratelde in onverstaanbaar Engels en echt bijzonder was die tempel niet. Ik heb er twee foto's van geplaatst. Kun je je voorstellen dat dat ding pas 60 jaar oud is? Ze moesten zich schamen

dat ze het zo slecht onderhouden! Er zat ook nog een mannetje met tekeningen van onder andere de Balinese kalender. Eerst deden hij en de gids net alsof ze alleen maar uitleg wilden geven, maar het was (natuurlijk) de bedoeling dat we die dingen kochten. Gelukkig had ik de prijs al op de achterkant zien staan toen hij ze verschoof. De goedkoopste was 750.000 roepia en hoewel al die nullen heel verwarrend zijn, blijft 75 euro (eigenlijk iets minder, maar we rekenen gewoon met vier nullen minder om de transactiekosten te dekken) een belachelijke hoeveelheid geld voor een stukje papier dat waarschijnlijk gewoon geprint was...
Toen we eindelijk de tempel ontvlucht waren (nadat we erachter kwamen dat hij niet daadwerkelijk 10 dollar bedoelde, maar liever roepia's had - zeg dat dan!), hadden we geen zin meer in het museum. Gelukkig maar, want hoewel de reisgids niet waarschuwde voor de gidsen bij de tempel, stond er wel een dergelijke waarschuwing in voorgidsen bij het museum.
Dus liepen we door in de richting waar we volgens de reisgids markten konden vinden, maar daar zijn we (zagen we achteraf) omheen gelopen.
Door de hitte (het was midden op de dag), de luchtvervuiling en gebrek aan water kreeg ik het benauwd, dus toen hebben we een bemo genomen naar een modern warenhuis waar we op de heenweg langsgekomen waren. We wisten dat we daar in ieder geval veilig konden eten. Een bemo is een klein busje met lage bankjes dat voor openbaar vervoer doorgaat. Ze rijden door de straten en je kunt erin stappen en dan kost het 2500 tot 5000 roepia om bij een andere halte weer uit te stappen.

Het kostte ons 10.000 roepia om het kleine stukje naar het warenhuis te rijden, dus we zijn een beetje afgezet, maar we waren allang blij dat we niet meer door die stikhete en benauwde straten hoefden te sjouwen. We zaten met ons erbij met zes mensen in dat busje en dat ging net. Later las ik dat men er vanuit gaat dat 14 mensen het maximum is...
Bij het warenhuis aten we iets (bij de Balinese versie van Kentucky Fried Chicken) en ik dronk een liter water. Toen voelden we ons weer een beetje mens, maar zin om de stad te bekijken hadden we niet meer. Het viel niet mee om een betrouwbare taxi te vinden (alleen de Bluebirdgroep is betrouwbaar, met de rest moet je uitkijken), maar er stopte een bemo'tje dat ons wel naar Sanur wilde brengen. We verstonden dat hij 25.000 roepia voor ons allebei vroeg, de taxi kwam op ongeveer 40.000 naar de binnenstad, dus dat vonden we redelijk. Bij het hotel bleek dat hij 75.000 bedoelde. Uiteindelijk nam hij genoegen met 50.000. Het stomme is dat je je pas later realiseert dat je hebt staan kibbelen over een paar euro. Het klinkt allemaal als veel meer...


Toch was het geen vervelende dag. Tenslotte was dit wel een avontuur en dat heb je tussen het uitrusten door toch ook nodig.
Bovendien hadden we in dat warenhuis eindelijk waterschoenen gevonden. Of iets dat we daar voor konden gebruiken, in ieder geval. Een soort crocs met een hielbandje. Die hadden we nodig voor een ander avontuur waar we het al een paar dagen over hadden.

De zee bij Sanur is heel rustig, omdat de branding bijna een kilometer (onze schatting) verderop is. Daar ligt een rif dat de golven tegenhoudt. Eigenlijk ligt het strand dus aan een lagune. We hebben al een paar keer vissers rond zien lopen op dat rif en we hadden er eentje in de gaten gehouden die naar het strand liep en die kwam niet verder dan tot zijn middel in het water. Dat wilden wij dus ook een keer proberen. Maar niet op blote voeten, want er wordt gewaarschuwd voor afgebroken koraal en voor zee-egels.
Met schoenen aan ging het goed. Het was echt ontzettend mooi. Het water was zo helder dat je regelrecht naar de bodem kon kijken. We zagen zeesterren, koralen en ook die zee-egels. Die hebben inderdaad rottige stekels, maar ze zijn ook heel mooi. Ze waren pikzwart en hadden een soort lichtgevende blauwe en gele vlekken. Het was een flinke wandeling, maar we hebben het rif bereikt (we zijn zoveel mogelijk over de zanderige plekken gelopen om geen koraal te beschadigen). Een heel aparte ervaring is dat, je ziet heel in de verte het strand, maar je staat (eindelijk) vlak bij de branding. Ik heb er geen foto's van, omdat ik niet zeker wist of ik het zou redden zonder mijn camera nat te maken, maar we zijn van plan om het nog eens te doen. Snorkelen hebben we vorig jaar geprobeerd, dat lukte niet echt, maar op deze manier zie je toch ook een hoop van het onderwaterleven hier.
Er is trouwens wel een mogelijkheid om met een kleine onderzeeer langs een ander rif op 30 meter diepte te varen. Daar denken we nog over, het lijkt ons geweldig, maar het kost behoorlijk wat.
Als afsluiting van die drukke dag hebben we iets gegeten bij een restaurantje waar we regelmatig gaan lunchen. De pizza was heerlijk, maar helaas stond de televisie aan, wat hier gewoon, maar vrij irritant is. We zijn dus vrij vroeg weer weg gegaan. Onderweg naar huis zijn we nog even aan de bar van ons favoriete restaurant gaan zitten (een Ierse pub, waar iedere avond live-muziek is, heel gezellig), maar we hadden allebei spierpijn van het lopen en dan zit zo'n kruk niet lekker.
Dus zijn we terug gegaan naar het hotel en hebben we het laatste uurtje van de dag doorgebracht waar we die ook vaak beginnen (na het ontbijt dan): in de ligstoelen aan het strand. In het pikkedonker inderdaad. Dat doen we vaker. Het geluid van de zee op de achtergrond en dan naar de sterren kijken. Heerlijk!
Lees verder ...

Bali :: 12

20120523 (Large)

Lees verder ...

Bali :: 11

20120522 (Large)

Lees verder ...

Bali :: 10

20120521 (Large)

20120521a (Large)

Lees verder ...

Bali :: 9

20120520 (Large)

20120520a (Large)

Lees verder ...

Bali :: 8

20120519 (Large)

Lees verder ...

Bali :: 7

20120518 (Large)

20120518a (Large)

20120518b (Large)

Lees verder ...

Bali :: 6

20120517 (Large)

Lees verder ...

Bali :: 5

20120516a (Large)


20120516b (Large)
Lees verder ...

Bali :: 4

20120516 (Large)

Lees verder ...

Bali :: 3

20120515 (Large)

Lees verder ...

Bali :: 2

20120514 (Large)

Lees verder ...

Bali :: 1

20120513 (Large)

Lees verder ...

Familiegeheimen

Er was een kleine vertraging, maar vanaf nu is Familiegeheimen overal te koop (of te bestellen)!


 Antoinette Nieuwkoop is een eigen cateringbedrijfje begonnen. Haar eerste grote opdracht is meteen een heel speciale; ze moet tien dagen lang de maaltijden verzorgen in een landhuis in Frankrijk. Emily Richardsen, de excentrieke eigenaresse van het huis, heeft haar kinderen en kleinkinderen uitgenodigd om daar met haar de feestdagen door te brengen.
Al snel blijkt dat er meer van Antoinette verwacht wordt dan alleen koken. Heel wat familieleden vinden de weg naar haar keuken om hun hart bij haar uit te storten en ook Emily wil regelmatig met haar praten. Bovendien blijken de financiële zaken van Emily behartigd te worden door Antoinettes ex-man Ronald en loopt er een privédetective in het landhuis rond die onderzoek doet naar een aantal leden van de familie.
Dan komt er een abrupt einde aan Antoinettes verblijf in Frankrijk als Emily sterft. De vraag is alleen wie er schuldig is aan haar dood. Was het toeval? Werd het veroorzaakt door de spanningen in de familie? Of heeft iemand haar een handje geholpen?
Het eerste hoofdstuk alvast lezen?  download pdf
Bestellen: bij iedere reguliere boekhandel of bij bol.com (link gaat direct naar juiste pagina) en andere online boekwinkels.
Lees verder ...

Ideaal

Ik werk vanuit huis. Sterker nog, ik werk vanaf de bank. Laptop op schoot, benen op tafel en schrijven maar. Af en toe sta ik op om een was te draaien of een lapje ergens overheen te halen. Kan ik ondertussen mooi even nadenken, net als tijdens het eten koken. En als de dochters thuis komen, kunnen ze heerlijk hun verhaal bij me kwijt, want ik ben er. Mijn schrijfwerk combineer ik op die manier perfect met het gezin en het huishouden.
Dat lijkt een ideale situatie. En dat was het ook. Maar de laatste tijd werkt het niet echt meer.
Ik zit met een paar deadlines die steeds dichterbij komen. Ik geef toe, die zijn grotendeels door mijzelf bepaald, maar dat neemt niet weg dat ik ze wil halen. Als ik mezelf niet eens serieus neem als schrijfster, wie doet dat dan wel?
Met drie thuiswonende, volwassen dochters is het hier in huis een voortdurend komen en gaan van mensen is, die allemaal iets te vertellen hebben als ze thuiskomen. Verder zijn er natuurlijk de was, de tuin en de rest van het huishouden. Ik zie uit mijn ooghoeken het onkruid groeien en de stofnesten ook. Dat werkt niet lekker, zeker als er ook nog een tirannieke kat regelmatig luidruchtig laat weten dat hij naar buiten, naar binnen, naar buiten, naar binnen, een schone bak en ook nog eten wil.
Ik ben al een paar dagen, of eigenlijk zelfs al ruim een week, behoorlijk aan het stressen. Dat verhaal moet af. En die synopsissen met nieuwe ideeën ook. Ik heb nog tien dagen, maar ik kan me steeds minder goed concentreren. Er wordt bijzonder weinig geschreven en de rest van het werk blijft ook liggen omdat ik de hele dag wanhopig naar mijn scherm zit te staren. Van gezellig met de dochters kletsen is op die manier ook geen sprake, want die komen natuurlijk altijd net op het verkeerde moment thuis. De kat en ik schreeuwen om het hardst en koken is iets dat na een lange stressvolle dag ‘ook nog moet’.
Ik houd mezelf voor dat dit meest ideale manier van werken is. Dit is wat ik altijd gewild heb. Het moet gewoon lukken. Maar het lukt dus niet.
Gisterenochtend. Een chaos. Doet er niet toe waarom, maar ik kan het er niet bij hebben. Weer een halve dag naar de knoppen. Met driehonderd woorden in een ochtend haal ik mijn deadlines niet. Ik weet wat ik wil schrijven, maar het lukt gewoon niet. Het verhaal is doods en ik moet de woorden er echt uitwringen.
Dus besluit echtgenoot mij en mijn laptop in de auto te zetten en mee te nemen naar zijn kantoor. Ik ga in een comfortabele bureaustoel zitten en begin te typen. Het verhaal begint te leven en de woorden vliegen uit mijn vingers (die genieten van de ruimte van een normaal toetsenbord). Op mijn beeldscherm (waarop twee A4-tje tegelijkertijd te zien zijn!) zie ik mijn manuscript groeien. In een middagje schrijf ik een paar duizend woorden, waarmee ik mijn doel voor de dag ruimschoots haal.
Als ik thuiskom, stop ik snel een was in de machine, ruim de ergste rommel op, haal een bezem over de vloer en een lapje over de keuken, kook toch nog een gezonde maaltijd en klets even gezellig bij met de dochters.
Schrijven zonder me schuldig te voelen over mijn gebrek aan aandacht voor gezin en huishouden en daarna even alleen maar huisvrouw en moeder zijn zonder dat ik loop te piekeren over naderende deadlines.
Een ideale situatie.
Soms moet je een ideaal (tijdelijk?) loslaten om een betere oplossing te vinden.
Lees verder ...