Geertrude Verweij over schrijven, lezen en leven

In de tuin

20100331 (1) (Large)

20100331 (2) (Large)

20100331 (3) (Large)

20100331 (Large)

Lees verder ...

Tikkertje

20100329 (1) (Large)

20100329 (2) (Large)

20100329 (3) (Large)

20100329 (4) (Large)

20100329 (5) (Large)

20100329 (Large)

Lees verder ...

Zuid Afrika (9)

Onze reis eindigde, zoals ik al eerder vertelde, in Kaapstad. Wat een cultuurshock was dat! De dag voor we daar arriveerden, reden we nog door open velden en berggebieden. De laatste overnachting voor Kaapstad was op een prachtige boerderij met allemaal losse huisjes in plaats van kamers, waar echtgenoot en ik ondergebracht waren in de bruidssuite. Die was dus nog eens extra ruim en comfortabel. De lucht was er heerlijk schoon en we werden wakker van het gefluit van de vogels die in de bomen om het huisje heen zaten. Maar in Kaapstad werden we afgezet bij een hotel midden in de stad. Acht verdiepingen, kleine kamers, geen airco en veel herrie. Ook werden we gewaarschuwd na zonsondergang niet meer lopend de straat op te gaan. Te gevaarlijk. We konden wel uitgaan, maar dan moesten we een taxi nemen naar de sjieke uitgaanswijk Waterfront.
Natuurlijk waren echtgenoot en ik eigenwijs. Niet dat we na zonsondergang zijn gaan wandelen, maar we zijn voor het donker werd lopend naar Waterfront gegaan. Geen prettige wandeling. Op het allergrootste kruispunt waren de stoplichten kapot en we zijn met gevaar voor eigen leven rennend overgestoken. Niet dat het bij werkende stoplichten zo veilig was. Daar viel op een bordje te lezen hoe het werkte: “Druk knoppie, wagt op groen ligt, vinnig oorlope.”
En je moest inderdaad heel vinnig (snel) overlopen, want het licht ging al weer op rood voor je halverwege was. Waterfront was niet echt ons soort vertier. Ik heb nog nooit zoveel restaurants bij elkaar gezien, maar een mens kan nu eenmaal maar één maaltijd tegelijk naar binnenwerken. En de prijzen in de winkels lagen zover boven ons budget, dat het niet eens leuk was om rond te kijken.
Gelukkig hoefden we er geen twee dagen rond te brengen. Op onze laatste hele dag maakten we nog een prachtige busrit naar Kaap de Goede Hoop. Het waaide ontzettend, maar het was heerlijk om even die stad uit te zijn. We zagen daar ook onze laatste wilde dieren. Pinguïns. Nooit geweten dat er Afrikaanse pinguïns bestonden, maar er zat daar een hele kolonie. Het was wel jammer dat er inmiddels een hek omheen stond en dat er entree betaald moest worden, maar die dieren zitten daar niet gevangen. Ze hebben zich daar zelf gevestigd, jaren geleden, en die hekken zijn om zowel de toeristen en strandgasten als de beesten zelf te beschermen.
Het allerlaatste diner was ook heel bijzonder. Onze gids had plaatsen gereserveerd in het restaurant van het Ritz-hotel. Dat zit op de 21e verdieping van het enorm hoge gebouw en draait in 90 minuten een volledige cirkel, zodat je heel Kaapstad en omgeving kunt zien terwijl je eet.
Het was fijn geweest als dat het afscheid van Zuid Afrika was geweest. Maar helaas. De volgende dag hoefden we pas om half vier op het vliegveld te zijn. En omdat onze dagtrip naar Robben Island niet doorging vanwege de ruwe oceaan, en vervangen werd door een veel korter boottochtje, moesten we nog uren doorbrengen tussen de restaurants en de dure winkels. Jammer. Maar dat boottochtje was wel leuk. Langs de kust, waar het water rustiger was, maar waar je toch het idee had dat je werkelijk aan het varen was. Men beweert een zwaardvis, dolfijnen en pinguins gezien te hebben, maar die heb ik gemist. Ik heb gewoon genoten van het water en de zon, die we al gauw zouden moeten missen. En van het uitzicht op De Tafelberg, die speciaal voor ons nog even uit de wolken opdook. Dat voelde toch wel als een waardige afsluiting van onze reis.
Lees verder ...

Zuid Afrika (8)

Er was één avond tijdens die reis, die ons altijd bij zal blijven. We overnachtten in een hotel zonder restaurant, dat in een veilig gebied lag. We mochten dus zelf op zoek naar een gezellig restaurant. Met twee anderen gingen we naar een leuk visrestaurant. Echtgenoot en ik vonden op de kaart een gerecht voor twee personen, de Neptunusschotel. Dat leek ons wel wat. Linefish (geen idee hoe dat in het nederlands heet), inktvis, mosselen en drie soorten garnalen. Het meisje dat onze bestelling opnam keek geschrokken toen we zeiden dat we dat wel wilden hebben. De prijs schreef ze op haar boekje en liet ze ons stiekem zien. Ja, dat was veel. Voor afrikaanse begrippen. Maar voor zoveel vis vonden wij het een mooie prijs. We bestelden dus de Neptunusschotel. Tien minuten later kwam het meisje terug.
“Het is echt heel veel, hoor!”
We knikten. Geeft niet. Lijkt ons wel lekker. We vroegen nog eens: “Het is toch voor twee personen?”
Ja, dat was het. Nou, doe dan maar.
En toen kwam onze schotel. Dat was geen schotel, maar een compleet dienblad van dertig bij veertig centimeter, afgeladen met vis. Er lag echt een enorme berg op. We hebben ons klem gegeten, onze tafelgenoten, die braaf een enkel visje besteld hadden, hebben erg nog van meegegeten, maar het kwam met geen mogelijkheid op.
“Dat is niet zo gek”, zei het meisje “de meeste mensen bestellen dit met z’n vieren.”
Ja, had dat dan gezegd! Of we een doggybag mee wilden nemen. Eh, naar het hotel en daarna in de bus? Doe maar niet. Dat vond ze zonde. Dus zeiden we:  “neem het zelf maar mee.” Eigenlijk als grapje, maar het kind was er dolgelukkig mee. Dat was even een confrontatie met de armoede, die daar, in Santa Lucia, redelijk verborgen was.
Het was in dat restaurant sowieso niet helemaal geweldig geregeld. We wilden namelijk een flesje wijn bestellen met z’n vieren. Onze medereizigster koos een lekkere wijn uit. Het meisje liep weg en kwam met een verontschuldigend gezicht terug.
“Die is op.”
De medereizigster koos een andere wijn uit. Het meisje weer weg en meteen weer terug.
Ja, u raadt het al.
“Die is ook op.”
Waarna de medereizigster maar even meeliep naar de tafel waar de wel aanwezige wijnen stonden uitgestald en er daar ter plekke eentje uitkoos.
Het was een heerlijk wijntje. De avond duurde lang (het eten raakte immers maar niet op) en we waren gezellig aan de klets. Dus wilden we nog wel een fles. Dezelfde wijn.
Het meisje kwam terug met een droevig gezicht. Ze hoefde het niet eens te zeggen. Gierend van de lach riepen we in koor: “Die is op!”
Lees verder ...

Het begint erop te lijken

20100326 (Large)
Voor zwemmen was het nog te koud. Maar we hebben in  ieder geval heerlijk buiten gezeten…
Lees verder ...

Lente binnenshuis

20100325 (Large)
Lees verder ...

Zuid Afrika (7)

Als je op vakantie gaat naar een ver land, weet je natuurlijk nooit wat je te wachten staat op het gebied van eten. Echtgenoot en ik zijn ook op dat gebied vrij avontuurlijk ingesteld. We proberen zelfs in een normaal Nederlands restaurant het liefst iets wat we niet kennen. We waren dus erg benieuwd wat we zo ver van huis te eten zouden krijgen.
Gelukkig was onze gids een type dat ook van erg lekker eten hield, al zag je dat er niet van af. Ze was niet zo heel jong meer, maar prachtig slank. Toch vond ze het een sport om ons kennis te laten maken met allerlei speciale gerechten. Zo hebben we bij de koffie beskuit (een soort droge koekjes) op, maar ook koeksisters (echt mierzoet) en melktaart (een taartbodem met iets dat lijkt op de vulling van tompoezen).
Ook de lunch begon meteen allereerste dag al goed. Voor de lunch gingen we van de grote weg af en reden naar een mooie boerderij. Daar kregen we boboti geserveerd. Afrikaanser kan bijna niet, maar het was echt ontzettend lekker. Dit was boboti van “bees” oftewel rund. Veel later aten we nog eens boboti, maar toen van struisvogel. Persoonlijk vind ik rund lekkerder.
Struisvogel is wel heel gezond, want het is vet- en cholesterolarm. Maar ja, smaak is ook belangrijk. We hebben ook struisvogelei op bij het ontbijt. Niet gekookt natuurlijk, zo’n ding is enorm, maar roerei. We hadden met zijn allen genoeg aan één enkel struisvogelei. Maar echt geweldig vond ik het niet smaken.
In alle hotels was er Engels ontbijt verkrijgbaar. Mijn magere man, die bovendien in het bezit is van een ijzeren maag, heeft daar enorm van genoten. Iedere ochtend gebakken eieren en spek. Dat was wel even wennen toen hij weer thuis was!
Zelf heb ik vooral genoten van het fruit. Heerlijke ananas en mango lag er namelijk ook iedere ochtend bij. Soms zelfs aardbeien. En ’s avonds als toetje weer. Daar maak je mij erg blij mee.
Wat hebben we nog meer gegeten? Als het op de kaart stond, kozen we vooral voor inheemse beesten als springbok, kudu, antilope en krokodil. Dat wil je toch een keer geproefd hebben tenslotte.
Dat laatste smaakt trouwens niet zo heel bijzonder. Het zit qua structuur een beetje tussen vis en kip in en het heeft weinig smaak. Maar het is wel leuk om het een keer gegeten te hebben.
Veel gewoner, maar ook erg lekker, waren de hamburgers. Die zijn daar echt enorm lekker. Niet als je ze bij een Wimpy’s of zoiets koopt, natuurlijk, maar wel bij de wat betere restaurantjes.
In de gebieden aan de kust was er heel veel vis verkrijgbaar. Daar ben ik dol op. Over één zo’n visrestaurant kan ik een heel stukje vol schrijven, maar dan wordt dit stukje onleesbaar lang, dus dat verhaal bewaar ik nog even.
Lees verder ...

In de tuin

20100324 (1) (Large)

20100324 (2) (Large)

20100324 (Large)

20100324a (1) (Large)

20100324a (Large)

Lees verder ...

Kringloopvondsten

20100323 (2) (Large)

:: stofjes

 

20100323 (8) (Large)

:: en stapels oude zakdoekjes

Wat ik daarmee ga doen? Eerst goed wassen natuurlijk. De simpelste gaan in de la om te gebruiken. En de rest? Ik weet het nog niet precies. Een quilt misschien?

Er zitten in ieder geval erg mooie tussen, kijk maar.

20100323 (1) (Large)

20100323 (3) (Large)

20100323 (4) (Large)

20100323 (5) (Large)

20100323 (6) (Large)

20100323 (7) (Large)

20100323 (Large)

Lees verder ...

Regendruppels

20100322 (1) (Large)

20100322 (2) (Large)

20100322 (Large)

Lees verder ...

Zuid Afrika (6)

Na de bergen van de binnenlanden en de savanne in de wildparken was het tijd voor de oceaan. Het laatste deel van onze reis voerde ons honderden kilometers langs de kust van de Indische oceaan. Nu was ik geneigd te denken dat een oceaan en een zee toch ongeveer hetzelfde zijn. Zout water en golven, tenslotte. In beide gevallen. Nou, dat dacht ik verkeerd.
De oceaan is op alle fronten veel en veel meer dan de Noordzee. In East London, waar het heel toepasselijk koud en regenachtig was, sliepen we in een hotel vlak bij de oceaan. Echt heel dichtbij, je liep de voordeur uit, stak de straat over en daar was het. Geen strand, alleen maar rotsen en golven.
Wat mij direct opviel, was dat de oceaan zoveel meer herrie maakt dan de zee. De golven zijn hoger, maar het geraas van het water klinkt ook veel luider. Niet dat ik daar last van had, integendeel. We hebben die nacht heerlijk geslapen, met het raam wijd open.
Twee dagen later waren we in Wilderness. Ook vlak aan de oceaan. En nu wel met een strand. We arriveerden daar vrij vroeg in de middag, zodat we ook nog tijd hadden om daarvan te genieten. We begonnen voorzichtig in het zwembad, want wij zijn niet van die natuurwaterzwemmers. Het zwembadwater was koud. Erg koud, het duurde even voor we erdoor waren. Toen we het zwembad wel zo’n beetje gezien hadden, besloten we nog even op het strand te gaan kijken. Daarvoor moest je wel een trap af. Ook dit doet de oceaan wat heftiger dan de Noordzee. Ik ben vergeten de treden te tellen, maar het was zeker drie keer zo hoog als de trappen die ik ken van Schouwen. Het was dan ook hoog genoeg om te paragliden. We zagen een aantal jonge mannen die met zo’n langwerpige parachute van die rand afsprongen en dan met een grote bocht weer terugkwamen vliegen. Het was alleen een beetje sneu voor die jongens als ze dat ding niet hoog konden houden en op het strand terecht kwamen, want dan moesten ze met die hele parachute de trap weer op.
Wij klommen al die treden naar beneden. Van dichtbij zag de oceaan er erg aantrekkelijk uit. Voorzichtig staken we onze voeten in het water. En dat bleek warmer te zijn dan dat zwembad. Die warme golfstroom voel je toch echt.
We liepen verder het water in en hebben enorm genoten van de kracht van de golven. Dat is lastig te omschrijven, maar als je bedenkt dat ik met mijn vrij zware lichaam omver geduwd en zelfs meegesleurd (richting het strand, want anders hadden we eruit gegaan) werd, kun je je misschien voorstellen hoeveel kracht daar in die golven zit. Echt zwemmen lukte dan ook niet, maar het was een geweldige ervaring. Het was gewoon spelen in de golven, zoals ik dat deed als kind in de Noordzee, maar dan met die enorme oerkracht van de oceaan. Na afloop voelden we ons helemaal schoongespoeld, zowel letterlijk als figuurlijk. Voor mij staat deze middag hoog op de lijst met “geweldige ervaringen”!
Lees verder ...

In de tuin

20100319 (Large)

 

Eindelijk… met mijn handen in de aarde.

Lees verder ...

Zuid Afrika (5)

Om heel eerlijk te zijn, zou ik iedereen aanraden de reis die wij maakten, om te draaien. Onze reis eindigde in het vrij westerse en ontwikkelde Kaapstad, en begon in een gebied dat veel meer “echt” Afrika was. Andersom lijkt me boeiender.
In de omgeving van Swaziland en Kwazulu Natal zie je nog veel traditionele dorpjes. Daarbij moet je wel even de lemenhutjes met strooien daken, die wij automatisch voor ons zien bij de woorden traditioneel en Afrikaans, uit je hoofd zetten. Heel af en toe zie je er nog een paar, maar de meeste “swartmensen”, zijn toch inmiddels iets verder ontwikkeld. De lemen muren zijn vervangen door modernere bouwstenen en vaak zijn de huisjes ook niet rond meer, maar vierkant. De rieten daken worden zo langzamerhand vervangen door golfplaten. Onze reisleidster merkte op dat dat niet zo heel slim is, want een strooien dak is veel koeler. Maar de metalen golfplaten zijn een soort statussymbool geworden, dus wie het kan betalen heeft ze.
De opzet van de woongroepen is vaak nog wel heel traditioneel. Per familie staan er een paar huisjes, want iedere vrouw heeft haar eigen woning. Iedere vrouw, inderdaad. Polygamie is daar namelijk heel normaal. In het vliegtuig op de heenweg lazen we een krantenartikel waarin vermeld werd dat de president een kind had van een andere vrouw dan zijn drie officiële vrouwen. Daar hebben wij ons wel even over verbaasd. Heb je er drie, mag je er nog meer, en dan nog ga je buiten het huwelijk om… Maar ja, vrouwen zijn duur. Misschien was dat het probleem. Voor een prinses betaal je al gauw een paar honderd koeien. Een verhaal dat aan één van onze medereizigsters de opmerking ontlokte dat zij dan ook een prinses was. Want, zei de ruim zeventig jarige boerin uit Noord-Holland, zij had wel vijfhonderd koeien in het bedrijf gebracht toen ze met haar Piet trouwde.
Af en toe zag je dat een familie zich had laten inspireren door de westerse manier van leven. Dan waren er een paar huisjes samen gevoegd tot één groter huis. Vaak met de deuren nog aan de buitenkant, maar heel af en toe was het een enkel groter huis, waar dan blijkbaar iedere vrouw haar eigen kamer had.
De oorsprong van het hebben van meerdere vrouwen is trouwens vrij simpel. Er werd “in vroegere jaren” (een uitdrukking van onze reisleidster, die zowel op tien jaar geleden als op de prehistorie kon duiden) ontzettend veel oorlog gevoerd, zowel tussen de zwarten onderling als tegen de blanken die zich in het land wilden vestigen. De mannen waren dus veel weg. En dan is het toch erg handig de taken thuis -de het bijhouden van het maïsveld, het verzorgen van het vee, dat soort dingen- te kunnen verdelen over meerdere vrouwen. En die man was toch weg, dus daar hoefde dan ook niet over geruzied te worden…
Lees verder ...

Narcis

20100318 (Large)

Lees verder ...

Goedgekeurd

20100317 (Large)

 

Hoe het klinkt kan hem niets schelen, maar die oude buizenradio is in ieder geval een lekker warm slaapplekje…

Lees verder ...

Zuid Afrika (4)

Ondanks de vreselijke tocht van de vorige avond, stapten echtgenoot en ik, samen met een paar groepsgenoten, de volgende ochtend alweer in een jeep die ons over de Sanipas zou voeren, naar het koninkrijkje Lesotho. Dat is vanaf die kant alleen met een 4x4 auto te bereiken, dus dat zegt wel wat over de begaanbaarheid. We hebben er wel een simpel bestelbusje hebben zien rijden, maar die haalde het maar net. Toen wij vroegen waarom ze dan met zo’n busje de pas over wilden, zei de gids laconiek: “Ze hebben het geld nodig, het is een taxi bedrijf.”
Bij de grens zagen we zo’n busje stoppen en toen bleken er zeker een stuk of twintig mensen in te zitten. Veel meer dan er officieel inpassen. Dat zie je in heel Zuid Afrika. Als het past dan mag het, blijkbaar.
Zowel in Swaziland als in Lesotho nemen ze hun grenzen erg serieus. Eerst moet je in de rij om een stempel te krijgen waarmee je Zuid Afrika mag verlaten, vervolgens moet je te voet het hek door om daarna weer in de rij te gaan staan voor een stempel om Swaziland in te mogen. Om Lesotho in te mogen moet je tussen die twee hekken nog even de Sanipas oversteken. Wij vonden de weg naar de pas al best heftig, maar dat was nog maar een voorproefje. De pas zelf is enorm steil en je hobbelt acht kilometer lang over rotsblokken. Eigenlijk is er gewoon geen weg. Toch ben ik geen moment bang geweest. Zelfs niet toen we de “Whisky Bocht” voorbij waren. Die bocht heet zo, omdat je om verder te gaan, of heel dapper moet zijn, of een flink glas whisky moet drinken. Gelukkig schaarde onze chaufferende gids zichzelf onder de eerste noemer.
Veel hebben we van Lesotho niet gezien. Na veel geschud en gerammel arriveerden we op een hoogvlakte, waar een paar traditionele huisjes stonden. Ik heb me daar vooral vermaakt met het kijken naar een groepje kinderen. Drie broertjes speelden met een kruiwagen. Erin klimmen, proberen te rijden, gevaarlijk maar leuk. Nadat vader, net als de kinderen gekleed in een combinatie van verschoten westerse kleding en traditionele dekens, daar een stokje voor gestoken had, begonnen ze in een hoekje een beetje te klieren, tot hun “grote” (ik schat een jaar of zeven) zus erbij kwam. Ik heb een prachtige foto van het kind, armen in de zij en aan haar gezicht is te zien dat ze de broertjes flink de les aan het lezen was. Die had, zo jong als ze was, stevig de wind eronder.
Een stel jongemannen maakte muziek. De één zong een ritmisch lied en de ander speelde op een instrument dat niet meer was dan een oud olieblik met een paar snaren. Maar de klank was mooi, net als een viool in Ierse muziek.
Na een lunch in de hoogste pub van heel Afrika, hobbelden we weer naar beneden. En besloten de dag voor de verandering nu eens met een lekke band, maar toen reden we gelukkig al weer op een veilige asfaltweg...
Lees verder ...

Achthoekjes

20100316 (1) (Large)

20100316 (Large)

Ik zie ze overal op internet, dus ik moest het toch ook eens proberen. En het is inderdaad verslavend. Ik heb grootste plannen voor een complete quilt, maar we zullen zien hoe ver ik ermee kom. Restjes stof om hexagons van te maken heb ik in ieder geval zat.

Lees verder ...

Kleurig

20100315 (Large)

Die olifant? dat is een souvenir uit Zuid-Afrika.

Later toegevoegd:  lees hier hoe dat gekke ding uiteindelijk met mij mee naar huis kwam…
Lees verder ...

Aan de huiskamertafel

20100312 (Large)

 

Ze hebben allemaal een bureau en een eigen kamer. En ze zijn bezig met een beroeps- of universitaire opleiding. Maar nog steeds komen ze uiteindelijk aan de huiskamertafel zitten met hun huiswerk. En van mij mogen ze. Dit zijn van die dingen waaraan ik later, in ons lege nest, met veel plezier aan terug zal denken.

Lees verder ...

Borduurtasjes

Na het succes van mijn eerste poging om een borduurwerkje uit mijn kringloopkoffer om te bouwen tot een tas, besloot ik er nog eentje te proberen.

20100311 (3) (Large)

20100311 (4) (Large)

 

En toen was het tijd om een eigen borduurwerkje te gebruiken.

 20100311 (5) (Large)

20100311 (6) (Large)

20100311 (2) (Large)

20100311 (7) (Large)

 

Gevoerd met een schattig uilenstofje

 

20100311 (Large)

 

En tussendoor rommelde ik nog wat met mijn Anna Maria Horner restjes (en de stukken van mijn weer gesloopte, want werkte totaal niet tas). Niet genoeg voor een quilt, maar kussenhoezen moet lukken… (wordt vervolgd)

 

20100311 (1) (Large)

Lees verder ...

In de tuin

20100310 (1) (Large)

20100310 (3) (Large)

20100310 (4) (Large)

20100310 (5) (Large)

20100310 (Large)
Lees verder ...

Zuid Afrika (3)

Ik zou natuurlijk verder kunnen gaan met het beschrijven van wat we iedere dag gedaan hebben en zo een keurig chronologisch reisverslag kunnen maken. Maar daar ben ik te chaotisch voor. Dus ga ik vanaf nu heerlijk van de hak op de tak. U bent gewaarschuwd.
Hoewel de meeste wilde dieren in Zuid Afrika natuurlijk net niet helemaal wild waren (ze leven in grote, maar afgeschermde gebieden) was het zien van die dieren voor mij toch één van de hoogtepunten van onze reis. We maakten een boottocht over de Santa Lucia Wetlands, waar we vooral nijlpaarden zagen. Heel veel nijlpaarden en een enkele krokodil. En dezelfde dag maakten we ook nog een tocht door het Hluhluwe Umfolozi Park, waar we een neushoorn van heel dichtbij zagen.
Het allerleukst vond ik de aanvaring met een kwade olifant. We zaten toen alweer in de bus, niet meer in de jeeps. In de struiken zagen we een drietal olifanten. Vermoedelijk waren dat twee vrouwtjes, waarbij de derde, een jong mannetje, net een blauwtje gelopen had. Hij was dus al niet in een goed humeur en toen hij onze enorme rode touringcar in het oog kreeg werd hij echt kwaad. Dat is een prachtig gezicht. Zijn oren flapperden en hij trompetterde zelfs een paar keer. Ik had nog wel langer willen kijken, maar onze gids vond het gevaarlijk worden en spoorde de chauffeur aan om snel door te rijden. Als een olifant zich met geweld tegen zo’n bijna lege (want de bagage en een deel van de groep hadden we in het hotel achtergelaten) bus knalt, is er een grote kans dat het hele geval omrolt. En dat was natuurlijk niet de bedoeling.
Waarmee ik direct een bruggetje kan maken naar een andere dag waarop de bus helemaal geen olifant nodig had om kapot te gaan. We hadden heerlijk geluncht langs het strand in Durban, maar toen we terug kwamen wilde de bus niet starten. Dus moesten we wachten op een monteur en in die tijd mochten we niet terug naar het strand, want onze reisleidster had natuurlijk geen idee hoe lang het ging duren voor we weer gingen rijden. We hebben ons dus in de buurt van de bus vier uur lang stierlijk verveeld.
Er was wel even wat afleiding toen een paar mannelijke medereizigers, die op een paar vierkante meter gras onder een boom een dutje wilden doen, door de politie verjaagd werden. En er was ook nog een mevrouw die de vrouwen van onze groep onverstaanbaar en zwaar onder invloed van het een of ander bleef lastig vallen, terwijl haar metgezellin de mannen probeerde te verleiden tot een heel ander soort afleiding. Maar verder was het erg saai.
Uiteindelijk kwam er een vervangende bus en leek het leed geleden. Dat viel tegen, want wat een mooie rit door de indrukwekkende Drakensbergen had moeten worden, werd een doodenge tocht in het pikkedonker en in dichte mist. Allesbehalve saai, dat wel, maar toch slaakten we een zeventwintigstemmige zucht van opluchting toen we heelhuids bij het hotel arriveerden…
Lees verder ...

Mijn werkkamer

Het was weer eens tijd om mijn werkkamer (die al verhuisde van het andere kamertje boven naar deze) weer eens te verbouwen naar de eisen die ik er op dit moment aan stel. En als je het ijskoud hebt omdat je net terug bent uit Afrika, is dat een goed moment voor wat lichamelijke inspanning.

Ik had meer plek nodig om te schrijven. Ik ben met een nieuw boek bezig en het werk voor de krant blijft ook binnen stromen. Daarnaast wilde ik wel voldoende ruimte overhouden om te naaien en ook nog een beetje zorgen dat de dochters, die hier moeten printen, normaal bij de printers konden komen.

Missie geslaagd!

20100309 (1) (Large)

20100309 (2) (Large)

20100309 (3) (Large)

20100309 (4) (Large)

20100309 (Large)

Lees verder ...