Geertrude Verweij over schrijven, lezen en leven

In de tuin

20090130 (1) (Small)

20090130 (2) (Small)

20090130 (3) (Small)

20090130 (Small)

Lees verder ...

Ruimte maken

Nog geen dag nadat ik een medeblogger vertelde dat ik groen zag (van jaloezie dus) bij het idee dat zij een heus eigen kantoor kreeg, begonnen we hier voor de zoveelste keer met het maken van mooie plannen. Wie mijn schrijfsels al wat langer volgt, weet dat we één kamertje over hebben in dit huis. Kamertje, want het heeft hetzelfde bescheiden formaat als de andere vier slaapkamers hier in huis, ongeveer 7 vierkante meter. En “over” is misschien een beetje te positief gesteld. Eigenlijk hebben we nog steeds ruimte te kort. Vandaar dat dit kamertje in die bijna vier jaar dat we hier wonen al regelmatig van doel veranderd is.
Het begon met het idee dat we het nog “even”  af zouden werken en dan zou Miriam er gaan slapen. Dat was een mooi plan, want dan zouden de drie dochters bij elkaar in de voormalige garage liggen en wij de bovenverdieping voor onszelf zouden hebben. In verband met privacy een fijne oplossing, want één van de dochters moet nu door onze kamer naar de hare. Maar het afwerken liet een beetje op zich wachten.
Tot echtgenoot nu bijna drie jaar geleden voor zichzelf begon. Toen besloten we dat het kamertje gebruikt ging worden als kantoor. Dit was de beste locatie, want er zit een buitendeur in. Die zouden we dan niet dichttimmeren, maar gebruiken als ingang voor eventuele zakenrelaties. Toch fijn als die niet door de gang die als bijkeuken dienst doet (oftewel, waar bijna altijd de wasmachine of de droger staat te draaien) en langs de dochterslaapkamers hoeven. Maar we kwamen in tijdgebrek, echtgenoot begon gewoon vanaf de bank te werken en dat beviel zo goed dat hij het hele kantoor niet eens meer wilde hebben. Het kamertje bleef half afgewerkt en raakte langzamerhand steeds voller gestapeld met dingen die we nergens anders kwijt konden.
Vorig jaar in de zomer bedachten we dat we graag een houtkachel wilden hebben en het kamertje kreeg een nieuwe bestemming. We zetten de paar oude kasten die er al stonden halverwege, zodat de ene helft als bergruimte dienst kon doen en de andere helft (de kant met de buitendeur) als houtopslag. De “houtopslag”  raakte stiekem weer vol met andere dingen en de bergruimte was eigenlijk veel te klein, maar dat ging ik ooit nog eens opruimen.
In november kwamen we er achter dat het aanschaffen en installeren van die houtkachel een veel te grote kostenpost zou worden. Dat zou nog zeker een jaar, of langer, gaan duren.
Wel zouden we een grote vrieskist gaan aanschaffen. Ik haalde dus de rommel uit de zogenaamde houtopslag, verschoof de kasten en maakte plaats voor de vrieskist. Dat was in december. Nu zijn we ruim een maand verder en de plannen zijn weer veranderd.
Want na een flinke dip de afgelopen weken, begin echtgenoot te beseffen hoe fijn het is om werk en prive gescheiden te houden. Hij heeft nu een kantoor buitenshuis en laat zijn laptop daar gewoon staan na werktijd. En aangezien ik dezelfde burn-out klachten vertoon vond hij dat ik ook maar eens moest gaan proberen om werk en prive te scheiden. Maar dat valt niet mee als je bureau in de huiskamer staat. Eerst bedachten we dat ik dan bij hem op het kantoor buitenshuis zou gaan zitten, maar dat leek me in de praktijk toch minder prettig. Wel handig voor de boekhouding en het zou ook kunnen als ik meer commercieel schrijfwerk had. Maar ik zie mezelf geen romannetje schrijven terwijl echtgenoot en zijn zakenpartner IT-dingen zitten te doen. Dan voel ik me toch een beetje “out-of-place”. Dus bedachten we dat ik dan het berghok, zoals het kamertje inmiddels genoemd werd, verder zou gaan opruimen. Er zouden dingen verplaatst gaan worden naar het kantoor buitenshuis en dan zou ik plaats hebben om daar een bureau neer te zetten. Maar vlak daarna werden we weer eens geconfronteerd met het gebrek aan privacy als je zestienjarige dochter haar kamer alleen kan bereiken door vlak langs het bed van haar ouders te lopen (ook onze kamer is niet groter dan die 7 vierkante meter) en toen zijn we weer van plan veranderd.
Na hard denken en veel meten, bleek de vriezer toch in de gang te passen. Dan moet de kast van mijn grootmoeder terug naar de huiskamer, op de plek waar ik nu mijn werkplekje heb. Dat vind ik wel fijn, van die kast, want die staat in de gang zo’n beetje verstopt achter de wasmachine en de droger en dat is zonde. Als de vriezer weg is uit het kamertje, kan ik vast beginnen met aftimmeren en schilderen. Ondertussen gaat echtgenoot de servers verhuizen naar kantoor en kan één van de kasten uit het berghok op de plek van de servers gezet worden. Wat er in de andere kasten staat moet dan weer verspreid worden over het huis, kantoor en vuilnisbak, zodat het kamertje leeg komt. Dan gaat jongste dochter uiteindelijk toch daar slapen (inderdaad, dat was plan 1, ooit). En het kamertje dat dan boven vrij komt, wordt gedeeltelijk bergruimte en verder mag ik het in gebruik nemen voor mijn schrijf- en naaiwerk!
Ik hoef dus straks niet meer groen te zien van jaloezie op iemand met een eigen plekje. Dan heb ik zo’n plekje zelf ook!
Alleen moet ik er dus wel nog een klein beetje werk voor verzetten. En nu maar hopen dat de plannen niet weer veranderen voor ik klaar ben!
Lees verder ...

Nog even doorbreien...


Lees verder ...

Reiger

20090127 (Small)

Lees verder ...

Droom

Vannacht droomde ik dat ik verhaal ging halen bij een leraar van één van de dochters. Het was de verkeerde leraar bij het verkeerde vak van de verkeerde dochter, maar in een droom kan dat. De dochter was in mijn droom huilend thuis gekomen, want die leraar had gezegd dat het helemaal niets zou worden met de examens. De hele klas moest er maar vanuit gaan dat ze volgend jaar nog op school zouden zitten.
Nu zitten de oudste twee dochters in een speciale klas voor slimmeriken en hoewel de daarop aangepaste manier van lesgeven niet altijd goed uitpakt, is de kans op zakken toch minimaal bij deze groep. Maar in mijn droom zag de leraar het blijkbaar niet meer zitten.
Ik werd dus kwaad en ging met de dochter naar school om hem daarop aan te spreken.
Wetenschappers beweren dat wij geen verhalen dromen, maar alleen flarden en losse  indrukken. Onze hersenen maken er achteraf een verhaal van, omdat we het anders niet kunnen verwerken.
Vandaar dat mijn droom het saaie stuk waarin ik in de auto stapte en naar school toe reed (vier stoplichten en zes rotondes) oversloeg.
Ik stond ineens op school en ging op zoek naar de leraar. Die bleek in zijn trainingspak klaar te staan om een stukje te gaan hardlopen. Ik meldde dat ik het geen stijl vond en bovendien erg demotiverend om een hele klas te vertellen dat ze toch wel zouden zakken.
Zijn antwoord was: "Ach, ze zijn gewoon niet zo erg slim."  En hij aaide mijn dochter vriendelijk over het hoofd, waarna hij een potlood in haar neus stak.
Ik denk dat dat het moment was waarop ik bijna in nachtmerrieflarden terecht kwam, maar het potlood verdween gelukkig meteen weer. De leraar nam met een paar welgemeende zoenen afscheid van de andere leraren en toen werd ik wakker.
Ik lees en hoor regelmatig over mensen die dromen uitleggen. Ik heb er ook wel eens een website of een boek op nageslagen, maar de gekke dingen die ik droom staan er nooit bij.
De flarden waaruit mijn dromen bestaan kan ik meestal wel thuisbrengen. Ik zit dus duidelijk met tegenvallende cijfers van de dochters en de falende lesmethodes in mijn maag. Hun leraren zijn nooit aanspreekbaar en dekken elkaar in, vandaar dat hardlopen en dat zoenen. Alleen vraag ik me dan toch af waar dat potlood vandaan kwam...

Lees verder ...

In de tuin

Wat het is weet ik niet, maar er bloeit iets in de tuin!

20090126 (1) (Small)

 20090126 (Small)

Lees verder ...

Mijn keuken


Rommelig, maar oh zo gezelllig...
Lees verder ...

Gezellig

“Juist gezellig!” zeggen echtgenoot en dochters als ik mopper over het totale gebrek aan rust, reinheid en regelmaat hier in huis. Van hen mag het best een beetje chaotisch, rommelig en ongedisciplineerd zijn. Van mij ook wel. Meestal tenminste Ik mopper er alleen over als ik er last van heb. Zoals nu. Want ik probeer een boek te schrijven.
Er zijn schrijvers die vooraf schema’s en overzichten maken en daar stapje voor stapje een boek mee bouwen. Dat is een heel goede en degelijke methode. Maar niet de mijne. Ik wacht gewoon tot er mensen in mijn hoofd beginnen te ontstaan. Zodra ik ze vaag kan onderscheiden, ga ik zitten en begin met schrijven. Dat is hard werken, want die mensen zitten in mijn hoofd vaag te zijn en dan moet ik ze op beetpakken en op papier zetten. Maar als het goed gaat, beginnen die mensen ineens te leven. Dan gebeurt er van alles en hoef ik dat alleen nog maar op te schrijven. Af en toe gaan ze een heel andere kant uit dan ik verwacht had, maar dat geeft niet. Ik heb toch geen schema’s.
Deze keer lukt het niet zo goed. Er is een leuke vrouw en een knappe man. Hun eerste kennismaking is stormachtig en dat is fijn. Want zo moet dat in romans, er moet wel iets aan de hand zijn, anders is er geen verhaal. Maar dan komt hij ineens spontaan zijn excuses aanbieden. Ze gaan samen een hapje eten. Alles goed. En saai.
Ik zeg nog: “Lieverds, heel fijn voor jullie, maar ik moet een boek schrijven, geen sprookje van twee kantjes.” Dat helpt niet, er is geen beweging in te krijgen. Ze vinden elkaar leuk, er zijn geen problemen en ze leven nog lang en gelukkig.

Nu heb ik toch het vermoeden dat dit komt omdat mijn hoofd te vol is met mijn echte leven. Met pubers, examenstress en tegenvallende cijfers. Met ramen lappen, de was en de kattenbak. Met alles wat er normaal gesproken rondspookt in het hoofd van een vrouw met een rommelig leven als het mijne. Ik denk dat er simpelweg geen ruimte is voor fictieve levens.
En daarom verlang ik naar een beetje rust, reinheid en regelmaat. Zodat de mensen in mijn hoofd wat leefruimte krijgen en iets mee gaan maken. Zodra het boek af is mag alles weer chaotisch, rommelig en ongedisciplineerd worden. Want dat is nou juist zo gezellig!
Lees verder ...

Ik leg mijn kop neer

20090122 (Small)

Op de rand van de stoel. Raar beest.

Lees verder ...

Open

In de herhaling, want open is hij ook zo mooi. En was er maar een manier om geur over te brengen via het internet…

20090121.jpg (Small)

Lees verder ...

Dozen


Soms is het best gezellig om een man te hebben die thuis werkt. Ja, hij heeft nu wel een kantoor buitenshuis, maar daar zit hij niet iedere dag. Het is ook wel eens lastig.
Gisteren moest er iemand thuis zijn omdat er een bestelling afgeleverd zou worden. En ik had al een afspraak staan voor die bestelling gedaan was. Dus bleef echtgenoot gezellig de hele dag thuis.
Ik vertrok om half twee. Het huis was een beetje rommelig, dat geef ik toe. Ik loop al een week te kwakkelen en ben bovendien bezig met allerlei leuke, maar tijdrovende dingen, zoals het installeren van een nieuwe laptop.
Nu denkt u vast dat ik erg verwend word. Een nieuwe laptop, toe maar! Ja, ik ben er ook erg blij mee. Het is vooral erg handig dat van deze laptop allebei de scharnieren heel zijn. Van de andere was er één gebroken. Daardoor kon de klep niet meer dicht. Maar hij kon wel verder open. Soms zat ik fanatiek te typen en dan zag ik ineens mijn beeldscherm naar achter zakken. Dat is een vreemd gezicht, zo halverwege een belangrijke zin.
Ook werkt bij deze laptop het hele toetsenbord. Dat is ook erg fijn. Bij mijn oude was de f kapot. Niet helemaal gelukkig, dat zou pas echt lastig zijn. Maar je moest hem wel nadrukkelijk en stevig indrukken. Dus kwam de f als ik snel typte vaak gewoon niet door, wat a en toe rare schrijouten opleverde.
Maar goed, ik was verwend en het huis was dus rommelig. Er stond bijvoorbeeld een doos waar mijn laptop ingezeten had. En een doos waar die doos en mijn laptoptas in zaten. Dat moet vanwege het versturen, hoe minder delen er door de bezorger moeten worden afgeleverd, hoe kleiner de kans op fouten. Maar het is dus wel een stuk karton en een hoop rommel extra. Voor ik wegging, bedacht ik nog dat ik die dozen als ik terugkwam maar eens op moest ruimen.
Ik had een boeiend gesprek met een mevrouw van een datingbureau en was vrij snel weer terug. En had toen even moeite mijn huiskamer te vinden, want die was bedolven onder de dozen.
De bestelling was dus gearriveerd. Die bestelling was een server die door echtgenoot nog even in elkaar gezet en geïnstalleerd moest worden. En natuurlijk waren alle onderdelen apart verpakt. Als je bedenkt dat in een dergelijke server al acht harddisks zitten, dan kunt u zich wel voorstellen dat er werkelijk tientallen dozen in onze vrij kleine huiskamer verspreid lagen. En natuurlijk niet te vergeten de dozen waarin die dozen verstuurd waren.
Echtgenoot zat te midden van de dozen de server in elkaar te zetten. Ik vind dat altijd leuk om te zien. Hij mag dan een kei van een programmeur zijn, maar in zijn hart is hij nog steeds de jongen die televisiemonteur wilde worden. Het liefst soldeert hij alles weerstandje voor weerstandje in elkaar. Dan is dat printplaatjes prikken van tegenwoordig maar saai. Toch doet hij dat ook met volle overgave.
Na een paar uur, een maaltijd op de bank (want server op de eettafel) en een middag en avond voorzichtig tussen de dozen door laveren, is het nu min of meer opgeruimd. De server is in de grootste doos onderweg naar het serverhok van bestemming en de andere dozen zijn netjes in elkaar gestapeld zodat ik ze naar de stort kan brengen. Ze staan nog wel in de huiskamer. Want in de gang staat was en in de keuken ook. Maar die kon ik gisteren dan ook niet opvouwen, omdat de huiskamer vol was.
We hebben de dozen trouwens nog niet opengescheurd en platgemaakt. Ik moet namelijk eerst even kijken of ik ze niet ergens voor kan gebruiken. Je weet tenslotte nooit.
Dat is geen gemakkelijke beslissing. Want nu denk ik: weg met die rommel. Ik kan nauwelijks meer ergens bij. In het kastenkamertje (die hebben wij bij gebrek aan zolder) is ook geen ruimte. Ik kan amper bij mijn vriezer komen en er is ook geen ruimte ergens boven op. Daar staat al iets. Ik zou natuurlijk iets in die dozen kunnen doen, maar dan schiet het ook niet op. Kan ik ze nog niet gebruiken voor je-weet-tenslotte-nooit.
Dus ga ik ze maar wegbrengen. Denk ik. Hoewel ik vorige week nog moest zoeken naar een doosje, maar die had ik natuurlijk net weggegooid omdat ik ze dus-toch-niet-nodig had. Moest ik een doosje gaan kopen bij het postkantoor. Dat kost dan weer tijd en geld, terwijl ik een week daarvoor nog een perfect doosje in de papierbak had gemikt.
Dat is het lastige. Als je je-weet-tenslotte-nooit-dozen bewaard, blijken het meestal dus-toch-niet-nodig-dozen te zijn. Tot je ze weggooit. Dan waren het ineens had-ik-ze-maar-bewaard-dozen.
En welke dozen het nou echt zijn, staat er dus mooi nooit op!
Lees verder ...

Wolken

20090119 (Small)

Lees verder ...

Een klein beetje lente in huis

20090116 (Small)
Lees verder ...

Voor in de doos

20090115 (Small)

Eigenlijk gemaakt voor de krant (maar deze haalde het niet). Een lokale bekendheid hield een actie om knuffels te verzamelen voor de schoenendoos actie. Operatie geslaagd!
Lees verder ...

Symmetrisch

20090114 (Small)

In mijn hoofd is het een chaos. Op zoek naar een foto voor vandaag werd ik blijkbaar aangetrokken door de symmetrie en orde van mijn plant. Dat was me nooit eerder opgevallen.
Lees verder ...

Bewaren

Vandaag zit ik begraven in de papieren. Het is tenslotte weer tijd om het vorige jaar financieel af te sluiten. Boekhoudkundig was ik daar al mee klaar, maar ik had het lastigste klusje natuurlijk weer voor me uitgeschoven; het opruimen van de ordners.
Ik ben vrij netjes op de administratie, dat zal nog wel een restant van mijn werk als boekhouder zijn. Alles zit netjes in mappen en achter tabjes. Klinkt goed, niet waar?  Het is ook goed.
Alleen heb ik zowel zakelijk als privé een tabje “diversen”.
Ja, u voelt de bui al hangen. Dat tabje is net zo iets als de laatjes van mijn wandmeubel. Als je niet weet waar je het op moet ruimen, stop je het daar in. Die laatjes zitten propvol en de afdeling achter het tabblad “diversen” bestaat uit een belachelijke berg papier, vooral in de privemap.
Dus moet ik nu al die blaadjes bekijken, één voor één. Wegggooien, meenemen naar volgend jaar of bewaren in de map van vorig jaar?
De hele tafel ligt vol met stapeltjes en natuurlijk word ik af en toe afgeleid door man, kinderen of internet (er wordt met smart gewacht op de vernieuwde Libelle site) zodat ik dan niet meer weet welk stapeltje ook weer wat was. Gelukkig ben ik te bang om dingen weg te gooien, ik kijk de weggooistapel altijd helemaal na voor ik daadwerkelijk in de container deponeer. En dat is maar goed ook, want ik haal er bijna altijd wel iets uit dat toch niet weg mocht. Ik ben er nu bijna doorheen en dat is fijn. Dan mag ik nieuwe tabblaadjes maken en van die fijne lege mappen in de kast zetten.
Ik ben in een beschouwende bui, denk ik (komt vast door het stof dat uit de stapels papieren komt), want ik blijf de link leggen naar de diepere betekenis van deze opruimactie. Het zou fijn zijn als je in je hoofd ook een paar van die ordners had. En dat je die dan ook zo af en toe helemaal kon opruimen. Alle fijne herinneringen bovenop, zodat je er goed bij kunt, alle nare herinneringen gewoon de vuilnisbak in, tenzij je er iets belangrijks van geleerd hebt. En dan schrijven we die les op zo’n plakbriefje in een gezellige kleur, die plakken we over de naarste dingen heen.
Betaalde rekeningen en afgehandelde zaken kunnen gewoon weg, voorbij is voorbij. En alle overtollige ballast (van die dingen die allang naar de papierbak konden, maar met een stapeltje belangrijke papieren per ongeluk in de map terecht komen) kan natuurlijk direct de container in.
Alleen jammer dat je die vergelijking nog verder door kunt trekken. Want ons echte archief zou een stuk kleiner zijn (nou ja, het past nog in een gewone doos, maar het groeit wel hard nu we een bedrijf hebben) als de belastingdienst niet eiste dat je alles jarenlang bewaard. De regels daarvoor zijn een tikje ondoorzichtig: particulieren moeten alles wat met belasting te maken heeft vijf jaar bewaren en ondernemers zeven jaar. Maar dan wel gerekend vanaf het laatste jaar waarover de belastingdienst een definitieve aanslag verstuurd heeft. Dat kan zomaar een paar jaar geleden zijn. Onze laatste definitieve aanslag is van 2006. Alles is wel betaald, maar de belastingdienst sluit zo’n jaar niet af, voor ze alles nog een keer herkauwd en bekeken hebben. In de praktijk moet alles dus minstens 10 jaar lang bewaard worden.
En daar heb je die figuurlijke betekenis weer, want er zijn van die dingen die je zelf best achter je wil laten, maar soms zorgt je omgeving ervoor dat dat niet lukt. Zijn er mensen die iedere keer terugkomen om dingen die jij allang netjes opgeborgen hebt en waar je liever nooit meer aan denkt, toch weer oprakelen. Niet dat ik daar op dit moment last van heb, hoor. Maar het komt voor en dat voelt niet fijn.
Gelukkig is er wel één groot verschil tussen herinneringen en administratie: tegen mensen die blijven terugkomen op het verleden kun je zeggen dat je er gewoon niet meer aan wilt denken en er ook niet over wilt praten. Dat kun je bij de belastingdienst beter niet proberen!
Lees verder ...

Druppels

20090113 (Small)

Lees verder ...

Dubbel spiegelbeeld

20090112 (Small)
Lees verder ...

Net een schilderij

Vind je niet? Maar dit is een onbewerkte, spontane foto. Geen idee hoe ik het gedaan heb, maar ik vind hem zelf erg mooi…

20090109 (Small)
Lees verder ...

Aan de overkant

20090108 (Small)

Lees verder ...

Fietssleuteltje

Soms valt het niet mee om een wekelijks stukje te schrijven, maar er zijn ook dagen dat het zichzelf bijna schrijft. Zo’n dag hadden we gisteren.
In het kader van de zelfstandigheid moesten alledrie onze dochters gisterenavond zelf naar balletles en zangles. Moeder bleef op de bank en liet haar bloedjes van kinderen in de vrieskou naar de metro fietsen. Ja, het is triest, dat vond ik ook, maar ik heb toch doorgezet.
Eén van de dochters is een bikkel. Die vind de metro te duur worden en fietst gewoon het hele stuk naar ballet. Van de kou heeft ze geen last, zegt ze, zeker niet op de terugweg, want dan is ze nog warm van het dansen. Deze dochter kwam dus veilig en opgewekt om kwart voor negen thuis. Dat was één, hoorde ik mezelf opgelucht zeggen.
De andere twee dochters hadden zangles tot negen uur, moesten een minuutje of twintig lopen naar de metro en dan vanaf het station hier dichtbij naar huis fietsen. Vanaf een uur of tien kon ik ze dus thuis verwachten. Maar ze kwamen niet,
Om kwart over tien ging de telefoon. U begrijpt, ik schrok enorm, maar zei in een moment van helderziendheid (of moederlijke ervaring): “Er zal er wel één haar fietssleutel wel kwijt zijn.”
Goed geraden. Maar gek genoeg had ze de sleutel nog toen ze uit de metro stapten. Ze had hem in haar mond geklemd terwijl ze chaotisch met handschoenen en tas liep te rommelen. Andere dochter had hem toen afgepakt en later weer teruggegeven, maar nu konden ze de hele sleutel nergens meer vinden. Nog een kwartier zoeken leverde niets op, dus toen moest echtgenoot er naar toe. Nadat we een koelkast uit de auto gehaald hadden (dat is een ander verhaal) dus. Ook echtgenoot bekeek de niet zo grote afstand tussen perron en fietsenstalling, ook echtgenoot voelde in jaszakken en keerde tassen om en ook echtgenoot kon de sleutel niet vinden. Het ding was op een raadselachtige manier spoorloos. Hij besloot dat de slordige dochter niet beloond hoefde te worden met een autoritje, stuurde haar dus op andere dochters fiets naar huis, laadde de andere fiets in en reed met één dochter in de auto terug.
Ik vond dat niet zo’n geweldige oplossing. Juist die dochter in haar eentje op een te hoge fiets, een route die ze niet goed kent en dan die gladheid... Ik voorzag al problemen. En hoe moest dat morgen? Kon ik toch weer heen en weer gaan rijden.
Geïrriteerd liep ik naar andere dochter haar kamer. Die sleutel moest toch ergens zijn? Als hij niet op de grond te vinden was, moest hij toch in de een of andere zak of tas zitten. Zo’n ding lost niet spontaan op. Ik ging dus naar die kamer om zelf alle zakken in haar jas (dat zijn er veel) maar eens na te voelen. Al was het maar om mijn frustratie even af te reageren. Maar ik hoefde niet eens te voelen. Ik keek naar de jas, die mijn netste dochter op de grond gesmeten had en daarnaast zag ik... de verloren fietssleutel! Jawel. Die had ze dus helemaal niet teruggegeven. Die was waarschijnlijk ergens in een mouw blijven hangen. Echtgenoot had wel in de zakken gevoeld, maar haar niet de jas uit laten doen en uitgeschud (wat ik wel gedaan zou hebben, maar ja, meestal los ik dit soort dingen op). Mede door mijn bezorgdheid kreeg echtgenoot gewetenswroeging en hij besloot de toch niet zo slordige dochter tegemoet te rijden om het laatste stukje met de auto af te leggen. Daarvoor moest dan wel haar fiets nog even uit de auto, want die had hij, tot mijn ergernis (want ik was bang dat hij de volgende ochtend met fiets en al weg zou rijden), nog in de auto laten liggen.
Dat was een geluk bij een ongeluk, want toen hij de fiets in het rek zette, zag hij de dochter bij de deur staan. Die was heel stilletjes al veilig thuisgekomen. Had hij haar niet gezien, dan had hij zich naar geschrokken als hij haar niet had kunnen vinden onderweg. En zijn telefoon was hij natuurlijk vergeten.
Zo waren we dan uiteindelijk om elf uur allemaal veilig binnen. Met twee dochters die eerst een preek kregen (over slordig en chaotisch zijn en over je ergens mee bemoeien en er dan zelf een zootje van maken en over hoe vaag je bent als je niet eens weet of je een sleutel teruggegeven of –gekregen hebt) en daarna getroost moesten worden, want ze vonden het zo stom van zichzelf.
Niet dat wij zo boos waren, hoor. Want wij vonden drie kwartier in de vrieskou naar een fietssleutel zoeken die eigenlijk niet kwijt was, wel straf genoeg!
Lees verder ...

Kringloopvondsten


Ooit had ik zo'n schortje als dat linkse. Zelf geborduurd tijdens de handwerkles op school. Geen idee waar het gebleven is, maar deze deed me eraan denken. Dat rechtste schort zal ik vaker gebruiken, denk ik. Misschien ga ik hem proberen na te maken.


Eigenlijk heb ik al veel te veel tafelkleedjes. Maar deze kon ik toch echt niet laten liggen ;-)
Lees verder ...

Een poncho en een tuniek

De poncho is klaar. Het breide in ieder geval lekker snel en hij is lekker groot (dit patroon, dunne wol uit de berg met een dubbele draad gebreid). Nu eens kijken of ik het ook ga dragen...


Na het knopen van al die draadjes voor de franje begon ik vrijwel direct aan een nieuw project. Dit moet uiteindelijk een tunie worden. Uit mijn Hema breiboek, met nog meer wol uit de berg, deze keer op dunne naalden. Het schiet al aardig op, maar ik moet de hals nog (in ribsteek) en dan nog zo'n end tricotsteek. Voorlopig ben ik nog wel even bezig...

Lees verder ...

IJzig

Een ijzig, maar mooi begin van het nieuwe jaar…

20090101a (Small)

20090102 (Small)

Lees verder ...