Geertrude Verweij over schrijven, lezen en leven

In de week

20080929 (Small)

Een vintage tafelkleed. Ik zag een soortgelijk kleed in een winkeltje in Frankrijk. De eigenaar vroeg er dertig euro voor. Eh… laat maar. Ik wil zo’n kleed wel durven gebruiken. Dit kleed kostte me twee euro. En die vlek die erin zat… die krijg ik er wel uit.

Lees verder ...

Kleur bekennen

Het is denk ik wel duidelijk dat ik dol ben op lavendel. En niet alleen op het plantje, maar ook op de kleur. Of zou het toeval zijn dat mijn nieuwe (echte, handgesponnen!) wol dezelfde kleur heeft als mijn auto?

20080926 (Small)

Lees verder ...

In het keukenraam

Niet eetbaar, helaas, maar het staat wel erg gezellig.

20080925 (Small)

Lees verder ...

Past best

20080924 (Small)

Lees verder ...

Quilt van kussenslopen

Om toch iets te doen met mijn enorme verzameling oude kussenslopen-waarvan-ik-geen-tasjes-meer-ga-maken, besloot ik een quilt te maken. Ik begon met mijn handnaaimachine, maar dat heb ik niet helemaal volgehouden, het is best wel een klus om al die naden op die manier te doen.
De quilttop is klaar. Nu moet ik hem nog sandwichen en quilten.

20080923 (1) (Small)

20080923 (2) (Small)

20080923 (Small)

Lees verder ...

Herfst

20080922 (1) (Small)

20080922 (Small)

Lees verder ...

In de tuin en uit de tuin

Ik zou zo graag een echte moestuin hebben. Of nog liever, een boerderijtje. Maar dat is nu eenmaal niet zo. En gelukkig kan ik zelfs in het smalle stukje grond naast ons huis nog wat eetbaars laten groeien.

20080921aardbei (Small)

20080921kruiden (Small)

20080921kruiden1 (Small)

En in de voortuin staat de pruimenboom, die dit jaar ook een goede oogst geeft.

20080921pruimen (Small)

Lees verder ...

Muts en nekwarmer

Cadeautje voor mijn moeder. Weer in het patroon van Soulemama.

20080920hatneckw (Small)

Lees verder ...

Bloem

20080919 (Small)
Lees verder ...

Spelen

20080918 (Small)

Lees verder ...

Zelfvertrouwen

Er zijn mensen met een hoop zelfvertrouwen. Al weten ze dat ze iets niet zo heel goed gedaan hebben, dan nog zeggen ze: “Ik vond het niet slecht.”
Ik heb een dochter die zo is. Dat is fijn voor haar, maar wat minder prettig voor haar tweelingzusje. Want die lijkt weer op mij.
Wij zijn het andere soort mensen. Het soort mensen dat zichzelf nooit goed genoeg vindt. Het soort mensen dat de lat altijd weer net een stukje hoger legt.
Ik heb daar erge last van. Met fotografie bijvoorbeeld. Ik fotografeer al sinds mijn twaalfde (dat is tegenwoordig niet zo speciaal meer, maar toen best wel) en krijg regelmatig complimentjes. Bij het krantje zijn ze altijd blij met mijn foto’s en ik word nog wel eens ergens heen gestuurd om extra mooie foto’s te maken. Een paar jaar geleden, toen we nog per foto betaald kregen, verdiende ik heel aardig, omdat er van mij altijd meerdere foto’s geplaatst werden.
Je zou zeggen dat ik daar dus heel tevreden mee moet zijn. Maar dat ben ik dus niet. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik binnenkort keihard door de mand ga vallen. Men denkt wel dat ik goed foto’s maak, maar ik doe gewoon alsof. Gedeeltelijk is dat wel waar, trouwens. Ik heb nog steeds de ballen verstand van belichting en sluitertijden. Ik stel handmatig scherp en ik weet welke iso ik wanneer moet gebruiken, maar de rest van de mogelijkheden van mijn camera zijn abracadabra voor me. En dan begin ik nog niet eens over nabewerking in fotoprogrammatuur. Ik zit regelmatig met een stapel boeken voor mijn neus om nu eens echt te leren hoe het allemaal werkt, maar het lukt me niet. Het gaat teveel op wiskunde lijken, denk ik. Daarvan dacht men ook dat ik er wat van snapte trouwens, maar dat viel dus ook tegen. Ik ben nog er nog altijd heel slecht in, vooral als het met ruimtelijk inzicht te maken heeft.
Daarom heb ik ook een hekel aan patronen. Vooral naaipatronen, hoe zorgvuldig ik ook alle lijntjes overtrek, hoe zorgvuldig ik ook knip, het past nooit. Vandaar dat ik meestal zelf maar wat verzin. Dat is dus geen creatief talent, maar domweg een gebrek. Breipatronen lezen gaat gemakkelijker, zolang het maar uitgeschreven staat. Zodra men het visueel gaat maken, met stekenpatronen in van die tekentjes op een kaart, gaat bij mij het licht uit. Als ik het heel graag wil maken, schrijf ik zo’n kaart dan zelf maar uit, maar meestal haak ik gewoon af.
Soms laat ik mezelf door de mand vallen. Dat is eigenlijk niet slim. Maar ja, als mensen mij vertellen dat ze vinden dat ik alles zo goed onder controle heb, voel ik me bezwaard.
“Bij jou gaat altijd alles zo makkelijk.” zeggen ze dan en ik haast me om uit te leggen wat een puinhoop ik er vlak voor mijn visite arriveerde van gemaakt had, waarbij ik dan lichtelijk neig naar overdrijving.
Op dit moment pieker ik regelmatig over mijn schrijfwerk. Want het moment waarop mijn boek echt van de drukker komt en door mensen gelezen gaat worden komt nu toch echt dichterbij. En ik vind dat doodeng. Natuurlijk is het al geweldig als een uitgever je schrijfsels goed genoeg vind om er tijd en geld in te steken. Maar ik heb er vreselijk moeite mee daar gewoon trots op te zijn. Als mensen me vragen wat voor boek ik schrijf, verlies ik me altijd in verontschuldigingen. Het is geen literatuur en geen hoogstaande roman. Het is.... enzovoorts. Ik ben namelijk zo bang dat mensen anders teleurgesteld zijn als ze het lezen. Dat ze me er dan van beschuldigen dat ik flutromannetjes schrijf. Wat net zo goed een kunst is trouwens. Niemand geeft toe die dingen te lezen, maar ze hebben oplages waar ik alleen maar van kan dromen. Maar het is niet wat ik schrijf. Hoewel dat misschien ook al te maken heeft met een gebrek, niet met “te goed” zijn. Ik ben namelijk nogal slecht in het beschrijven van eh... intieme momenten, zeg maar. En die horen er nu eenmaal bij in zo’n boekje. De praktijk lukt me prima, hoor, alleen het omzetten in woorden... Nou ja, ik dwaal af. Een ander aspect van die flutromannetjes is dat de personages vaak zo onrealistisch zijn. De vrouwen zijn altijd slank, knap, stralend, levendig, slim enzovoorts. Als ze al fouten hebben, dan zijn het charmante fouten. Ze zien er zelfs geweldig uit als ze zonder makeup in een oude spijkerbroek en slobbertrui in de tuin werken (ja, ik lees die boekjes dus wel) en die mannen... tja. Die zijn ook knap en gespierd, sterk en geweldig attent. Als ze een keer onredelijk zijn en ruziemaken (altijd ongeveer halverwege zo’n boekje, dat hoort zo) doen ze dat wel heel stijlvol. Ze zijn altijd superromantisch en de hele liefdesrelatie verloopt met een snelheid en een romantiek die net iets te mooi is om waar te zijn.
Natuurlijk schaaf ik mijn personages ook wel wat bij, dat leest nu eenmaal prettiger. Maar ik vind het wel fijn als ik het idee heb dat het mensen zijn die ik zomaar op straat zou kunnen tegenkomen. Niet van die perfecte figuren waar een normaal mens niet aan kan tippen.
De komende tijd kan ik de vraag “wat voor boeken schrijf je?” natuurlijk steeds vaker verwachten. Ik zal er dus echt een omschrijving voor moeten vinden. Mijn uitgever noemt het “relax-romans” en collegaschrijfster Anita Verkerk noemt het “lekker-lui-lezen” en “voel-je-lekker-boeken”. Maar zij is razend populair in dat genre. Ik vraag me dan weer af of mensen zich wel lekker voelen als ze mijn boeken lezen... Of leggen ze het straks zuchtend aan de kant?
Wat natuurlijk ook een kwestie van smaak is. Want ik heb heel wat heel goede boeken van heel goede schrijvers zuchtend aan de kant gelegd omdat het verhaal me simpelweg niet boeide, of omdat ik het veel te expliciet vond allemaal. Niet die intieme momenten, dat sla ik gewoon over als ik niet in de stemming ben, maar al die vreselijke details over vechtpartijen, verkrachtingen, lijken en psychopatische moordenaars. Die hoef ik niet te weten, de echte wereld is al rottig genoeg.
Nu ik erover nadenk... Eigenlijk schrijf ik dus boeken die ik zelf graag lees. Boeken waarmee ik even aan de werkelijkheid kunt ontsnappen, maar die wel gaan over echte mensen, die dingen mee maken waar ik me mee kan identificeren. Verhalen over liefde en romantiek, maar wel op een realistische en tamelijk nuchtere manier. Met een vleugje humor, een tikje spanning en een happy end.
Kijk nou! Dat klinkt toch eigenlijk best als een degelijke èn positieve omschrijving...
Lees verder ...

In de tuin

20080917 (Small)

Druiven!

Lees verder ...

Lezen

 20080916a (Small)
Lees verder ...

Plaatjes draaien

20080915 (Small)
Lees verder ...

Details

Ik moest voor de krant naar de steenovens bij Nieuwerkerk aan de IJssel. Foto’s voor bij het artikel heb ik ook gemaakt, maar daarna heb ik me nog even vermaakt met foto’s voor mezelf. Ik ben dol op dit soort detailplaatjes.

20080913 (1) (Small)

20080913 (2) (Small)

20080913 (3) (Small)

20080913 (4) (Small)

20080913 (5) (Small)

20080913 (Small)
Lees verder ...

In de tuin

20080912 (Small)

Lees verder ...

Boerderijquilt

In mijn blogvakantie heb ik mijn stoffenvoorraad opgeruimd. Ik had in mijn enthousiasme wel erg veel verzameld. Ik heb alles serieus bekeken en ik heb me niet alleen afgevraagd of ik het leuk vond (natuurlijk, anders had ik het niet gekocht!) maar ook of ik er echt iets mee zou gaan doen. Er is een behoorlijke stapel  naar de kringloop (terug)gegaan. Met twee stofjes had ik het moeilijk. Boerderijprint, kinderstofje. Waar zou ik dat voor kunnen gebruiken? Maar ik vond ze ook te leuk om weg te doen. Tot ik ze naast elkaar zag liggen en ik besefte dat het perfect was voor een quilt. Het vintage stofje had gaten. Ik heb daar zo omheen geknipt dat ik verschillende lossen plaatjes kreeg en dat daarna gecombineerd met een badstoffen lapje waarvan ik ook niet wist wat ik ermee moest.
Nu is het een quilt waarvan ik niet weet wat ik ermee moet doen. Maar ik heb wel veel plezier gehad bij het maken. En dat is ook niet onbelangrijk.

20080911b (Small)

20080911c (Small)

20080911a (Small)

Lees verder ...

Klomp


Als ik niet zo onduidelijk was geweest, had ik een stuk minder gedoe gehad, vorige week. Maar dat is vaak zo. Achteraf weet je wat je anders had kunnen doen.
Het begon met een mailtje van de redactie van het krantje: “Kun jij zaterdag verslag doen van het oogstfeest?”
Ik antwoordde: “Ik zou wel willen, maar ik moet om 1 uur weg (mijn moeder is jarig).”
Ik bedoelde: “Nee, dat gaat niet.”
Maar dat kwam dus niet over. Want ik kreeg een mailtje terug met de mededeling dat ik dan de ochtend maar moest doen. En ik stuurde nog een antwoord dat ik het programma had bekeken en dat ik niet veel zou missen, dus het ging best.
So far, so good, zou je denken. Maar toen kwam er een telefoontje van iemand anders van het krantje. Of ik een aantal kunstenaars waarvan werk tentoongesteld werd tijdens het oogstfeest wilde interviewen. Dat zou dan een apart artikel worden. Tuurlijk. Het zou een beetje krap worden allemaal, maar ik zag het nog best zitten. Kwestie van mijn tijd goed indelen en me vooral niet druk maken, hield ik mezelf voor. Ik kreeg er zelfs een beetje zin in. Er zou een roofvogelshow zijn en een klompenloop. Altijd goed voor leuke foto’s.
Hoewel die klompenloop me een beetje bezwaarde. Acht kilometer is een heel end op die dingen. Stel dat zo’n klomp brak, wat dan? Op de geitewollen sokken verder? Dat zou wel een geweldige foto worden natuurlijk.
Toen kwam er nog een telefoontje. Zelfde krantje, andere verslaggever.
“Ik moet de middag van het oogstfeest doen, maar er is een hoop dat overlapt, dus ik wil even afspreken wie wat doet.”
Oh. Ja, logisch. Tenminste... hoe langer we probeerden een verdeling te maken, hoe lastiger het werd. Want foto’s verdelen gaat nog, maar hoe schrijf je samen een artikel? Twee aparte ging weer niet, want dan zat je weer met die overlappingen. En ik zat natuurlijk ook nog met dat tweede artikel.
Dus stelde ik voor dat ik alleen die tentoonstelling zou doen, dan kon zij op haar gemak de rest nemen, zowel ‘s ochtends als ‘s middags. Ik belde de redactie, werd teruggebeld, belde de andere verslaggever, kreeg een mailtje, belde nog eens met de andere verslaggever en toen was het eindelijk geregeld. Ik hoefde alleen maar de kunstenaars te interviewen, iemand anders zou de foto’s maken.
Zo stond ik zaterdag met mijn schrijfblok in het dorp. En toen bleek geen van de andere twee aanwezigen van ons krantje tijd te hebben om mijn kunstenaars op de foto te zetten. Niet dat dat een ramp was, want ik kon ze toch nog niet interviewen. De kunstenaars zouden namelijk ter plekke gaan schilderen en ze waren nog aan het opbouwen.
Dus fietste ik weer naar huis om mijn camera te halen. (Nee, ik was niet met de auto. U denkt toch niet dat je op zo’n dag in het dorp kunt parkeren? Sterker nog, mijn fiets moest al in een stalling aan de rand van het dorp!) Thuis luchtte ik mijn hart bij echtgenoot, nam een kop koffie en rustte uit (mijn conditie is weer bar slecht tegenwoordig). Daarna fietste ik terug naar het dorp en liep de inmiddels loeidrukke dorpsstraat uit naar de tentoonstelling. Ik maakte gauw een foto van hoogopgestapelde klompen. Ze glommen zo dat ze er breekbaar uit zagen, maar zelfs in de onderste zat geen barstje.
Inmiddels zat ik net zo in tijdnood als wanneer ik ook dat het artikel over het oogstfeest had moeten doen. Dan had ik met mijn camera gezellig door het dorp gewandeld en fotootjes gemaakt van ringstekers, vlasdorsers en klompenmakers, in plaats van heen en weer te fietsen.
Die klompenmaker maakte geroutineerd klompen uit blokken hout. hij hakte en schaafde en schuurde en ik vond het knap, want hij brak er niet één.
Ik kwam bij de tentoonstelling, waar de kunstenaars al weer aan het opbouwen waren. Die waren namelijk buiten weggewaaid en gingen nu maar binnen verder. Gelukkig waren de meesten bijna klaar. Ik interviewde en fotografeerde en zo kwam het allemaal toch nog goed.
Maar als ik nu gewoon duidelijk gezegd had dat ik niet kon, dan had ik al dat gedoe niet gehad...
Wat me echter het duidelijkst bijstaat, is het moment waarop andere verslaggever (die dus eigenlijk was gevraagd om de middaguren te doen) tegen me zei: “Ik blijf maar tot 1 uur, dan heb ik alles wel zo’n beetje gehad.”
Ja, toen brak míjn klomp!
Lees verder ...

In de tuin

20080910 (Small)

Lees verder ...

In de tuin

20080909 (Small)

Lees verder ...

Toch weer een tasje

20080908bag (2) (Small)20080908bag (1) (Small)  20080908bag (Small)

Cadeautje voor mijn moeder. Ik wou dat ik kon beweren dat ik die grappige versiering zelf gemaakt heb, maar die zat al op de stof.

Lees verder ...

Haak- en breiupdate

Tijdens mijn pauze werd er flink gehaakt en gebreid.


Deze deken was eigenlijk niet mijn idee van leuk. Ik vind de kleuren niet zo geweldig, maar hij is wel heerlijk warm en het was een flinke “stashbuster”.


20080908blanket(small)


20080908blanketcloseup(small)


Toen de deken af was, mocht ik van mezelf iets leuks doen. Ik probeerde een muts op twee naalden.


 20080908hat1 (small)


En toen dat lukte, besloot ik het patroon van soulemama eens te proberen (op een rondbreinaald)


 20080908hat2a (small)


En toen nog een keer. Het is echt een leuk patroon om te breien. Niet ingewikkeld en toch veel afwisseling.


20080908hatneck (1) (Small)


20080908hatneck (2) (Small)


En toen breide ik er nog een bijpassende nekwarmer bij, in hetzelfde patroon. Eigenijk wilde ik een sjaal maken, dus toen ik besloot dat het een nekwarmer zou worden, had ik even een paniekmomentje. Geen knoopsgaten… Tot ik besefte dat het hele patroon een en al knoopsgat is. Duh!


20080908hatneck (3) (Small)


20080908hatneck (Small)


De laatste sjaal is er ook een om de voorraad op te maken. De lichtblauwe variant van dit garen gebruikte ik ooit al in mijn sjaalmarathon, de donkerblauwe lag er al jaren. Het is raar spul, maar het resultaat is wel heerlijk zacht en pluizig.


 20080908scarf(small)
Lees verder ...

Tienerkamers

De afgelopen weken werd er in huis een hoop werk verricht. De oudste dochters knapten hun kamers op.

20080905kamer1 (Small) 20080905kamer2 (Small) 20080905kamer3 (Small)

Die planken in de laatste foto zijn mijn trots. Ik ben een angsthaas met electrisch gereedschap, maar het is me gelukt om zelf de gaten ervoor te boren.

D.’s kamer hadden jullie al gezien, maar die heeft ook een metamorfose ondergaan…

20080905kamer4 (Small)

M’s kamer? Tja, daarvan moeten jullie de foto’s nog even te goed houden…

Lees verder ...

Creatief (2)

20080903 (Small)

Een poging om de creativiteit op gang te houden in de vakantie (deze foto is van half juli). Tekenboeken van de bibliotheek gehaald en de dochters “dummy’s” (van die lege boeken met harde kaften) cadeau gedaan, die ze vervolgens wilden en mochten versieren. Een heel creatief idee. De uitvoering was iets minder: een dochter versierde de kaft simpelweg met haar naam en glitterstickers, een andere dochter maakte het heel ingewikkeld, haalde toen alles er weer af en zit nu nog tegen een gehavende kaft aan te kijken en de derde vond het sowieso zonde, dus die versierde een oude multomap. Maar toch.
Er is niet zoveel in getekend als ik hoopte, maar dat kwam ook doordat ze zo trots op hun tekenboeken waren dat ze er geen schetsen in wilden maken, alleen mooie tekeningen…
Lees verder ...

Automatisering

Gisteren was ik in de bibliotheek van Rotterdam. Daar was ik al bijna twee maanden niet geweest. Aan het begin van de vakantie was ik er met de dochters. Toen hebben we een enorme stapel creatieve boeken gehaald, met het idee dat ze daaruit inspiratie op konden doen om de vakantie door te komen met andere bezigheden dan werken en computeren. Dat viel wel een beetje tegen. Sommige boeken zijn niet eens open geweest! Maar de mogelijkheid was er in ieder geval.
Ik moest dus een flinke stapel boeken terugbrengen. Ik heb ze niet precies geteld, maar ik denk zo’n vijfendertig. Twee boodschappentassen zeulde ik over de markt naar de bibliotheek. Dichterbij parkeren kan niet, maar zo’n markt tussen de parkeergarage en de bieb zorgt nog voor enkele tientallen meters extra. Er staan namelijk kramen op de meest rechtstreekse route.
Toch viel het mee. Ik bereikte de bibliotheek zonder kleerscheuren en gelukkig ook zonder gekraakte ruggen of andere lichaamsdelen die het opgaven. Toen ik de hal in liep zag ik dat de verbouwing, waar ze een aantal maanden mee bezig waren geweest, nu klaar was. Dat is fijn voor hen, maar nu was ik de weg een beetje kwijt. Ik zag een bord “Inname” en liep daar naar toe om mijn boeken in te leveren. Dat is altijd wel leuk met zo’n hoop boeken. Je laat ze met een paar tegelijk in die brievenbus glijden en klaar ben je. Dacht ik. Tot ik een automaat zag. Het bordje met instructies was duidelijk genoeg. “Leg de boeken één voor ­één in de automaat.”
Ik kreunde hardop: “Dat meen je toch niet?”
Een behulpzame bibliotheekmedewerker liep meteen naar me toe.
“Is er iets?”
Ik wees beschuldigend op de automaat: “Eén voor één?”
Ze knikte ijverig. “Ja, dat is ons nieuwe systeem. Heel handig.”
Ik schoof mijn tassen naar voren.
“Niet als je meer dan dertig boeken terug moet brengen!”
Er waren maar twee automaten en één daarvan was kapot. Daar was iemand ingewikkelde dingen mee aan het doen. Dus schoof ik achter de rij van de andere automaat. Dat viel wel mee. De twee personen voor mij waren zo klaar. Ik hees mijn tassen op het tafeltje ervoor en keek om. Een student met twee boeken in handen.
“Ga maar even voor, hoor.” zei ik. En terwijl ik mijn boeken alvast uit de tassen haalde en opstapelde, liet ik nog iemand voorgaan. En daarna nog iemand, terwijl ik de boeken die van hun wiebelige stapel afgeschoven waren en nu een mooie rij van twee meter lang op de grond vormden, nog maar een keer opstapelde.
Toen vonden de bibliotheekmedewerkster en haar mannelijke collega het welletjes. Ze begonnen mijn boeken netjes, één voor één, in de automaat te schuiven. Terwijl ik toekeek, drong het pas tot me door dat de wand doorzichtig was. Zo kon ik dus mijn boeken over een lopende band zien schuiven, de gereedstaande karren in.
“Ze hoeven nu niet meer uitgescand te worden en ze worden ook automatisch gesorteerd.” vertelde men trots.
Dat kan best, maar het duurde wel erg lang. De rij achter mij groeide en groeide. En die andere automaat bleef maar kapot. Ik zei verontschuldigend tegen de wachtenden: “Het spijt me, ik heb al een paar mensen voor laten gaan, maar als ik dat bij iedereen doe, sta ik hier vanavond nog!”
Ik kreeg begrijpende knikjes en iemand merkte op dat het handig zou zijn als de bibliotheek evaluatieformulieren uit zou delen. Dan zou zij die lui wel even vertellen wat ze van dat volautomatische systeem vond!
Gelukkig besloot de tweede automaat het ineens te doen. Dat scheelde al weer wat wachttijd. En ondertussen waren ook al mijn boeken automatisch uitgescand en gesorteerd.
Men drukte op een knop en ik kreeg een keurige bon waarop alle boeken stonden die ik had ingeleverd. Nieuwsgierig keek ik onderaan, om te kijken hoeveel boeken het nu precies waren geweeest. En zag toen dat de bon stopte bij 27. Dat was in ieder geval niet het laatste boek, dat wist ik zeker, en bovendien was de regel maar half afgedrukt. De automaat was niet voorbereid op het inleveren van meer dan vijfentwintig boeken.
Dat werd direct aan monteur of programmeur die met de andere automaat bezig geweest was meegedeeld. Die vond blijkbaar dat mensen dan maar niet zoveel tegelijk moesten inleveren, maar het zou genoteerd worden.
Ik vond eigenlijk dat al die vooruitgang maar een matige stap vooruit was. Het kostte verschrikkelijk veel tijd en ergernis. Een mens zou bang zijn om meer dan twee boeken tegelijk te lenen...
Een uurtje later stond ik met tien boeken bij de uitleen automaat. Die was ook veranderd. Normaal gesproken moest je je boeken heel precies onder een scannertje positioneren, die dan een stickertje met een streepjescode moest lezen. Ik zag geen scannertje en legde mijn eerste boek neer om te zien wat er zou gebeuren. En de automaat zag hem direct! Boek aan de kant, volgende boek erop en ook dat werkte geweldig. En het bleek dat ik ook nog direct de boeken die ik nog thuis had (ja, werkelijk, ik was er nog een paar vergeten!) kon verlengen, zodat alles op dezelfde dag terug moet (werkt veel prettiger voor een warhoofd als ik), was ik toch wel weer een beetje verzoend met al die moderne technieken in mijn bibliotheek.
Voor ik wegging, bracht ik nog een bezoekje aan het toilet. Daar zit normaal gesproken een automatische deur die opengaat als je er twintig cent in stopt. Maar nu stonden die deuren open en zat er een meneer met een schoteltje. Op een opmerking van mij, legde hij uit dat het op marktdagen zo druk was, dat de automatische deuren dan op tilt sloegen.
Daar heb ik in mijn eentje op het toilet om zitten grinniken. Automatische inname, automatische sortering, ingenieuze computersystemen, maar wel een mannetje met een schoteltje bij het toilet! Dat soort dingen lees je nou nooit in science fiction boeken...
Lees verder ...

Vakantie 2008

Eigenlijk heb ik er niet veel over te vertellen. We hebben vooral uitgerust. Ik heb zelfs bijna geen foto’s gemaakt en een deel daarvan hebben jullie al gezien.
Hier is de rest.
:: Parijs

20080902 (3) (Small)

 20080902 (4) (Small)

 20080902 (5) (Small)
:: Cantecor
20080902 (6) (Small)

20080902 (Small)

20080904 (Small)
:: Het viaduct van Milau
20080902 (2) (Small)

 20080902 (1) (Small)
Lees verder ...